Jazz Op zijn afscheidstournee staan de even ongrijpbare als aanstekelijke composities van de broze Mulatu Astatke fier overeind. Zijn bezielde band zorgt dat de Ethiopische jazz alweer een nieuw publiek bereikt.
Mulatu Astatke maandagavond in Paradiso in Amsterdam. Foto Andreas Terlaak
Zou het echt zijn laatste kunstje zijn? Als de 81-jarige Mulatu Astatke woord houdt dan zien we hem na deze tour niet meer terug op de internationale podia. Maandagavond in Paradiso in Amsterdam schuifelt de vader van de ethio-jazz – kleurrijk shirt, een paar plukken wit haar op het kale hoofd – heen en weer tussen zijn vertrouwde vibrafoon, toetsen en percussie. De mystieke grooves waaien door de oude kerk alsof ze speciaal voor deze plek gecomponeerd zijn.
Mulatu Astatke. Gehoord: 15/9, Paradiso, Amsterdam. Astatke speelt nog op 17/9 in Doornroosje, Nijmegen en 18/9 in Annabel, Rotterdam.
De man zelf wordt inderdaad wat brozer. Hij slaat eigenlijk niet hard genoeg meer. De helft van de tijd is niet goed te horen wat hij op de conga’s speelt. Voor de vibrafoon is dat minder een probleem, de zachte klanken die zonder begin en eind onder de stokken vandaan komen, dienen zijn unieke Ethiopische jazz. Bovendien heeft hij zijn ijzersterke Britse band met wie hij al jaren speelt. Die leidt hem, bezield door zijn eigen ongrijpbare, maar o zo aanstekelijke composities.
Neem het onverwoestbare Yèkèrmo Sèw, het nummer dat alles heeft wat ethiojazz uniek maakt: een dansbare jazzgroove, ietwat rammelende afro-percussie met een latin-smaakje en de spirituele melodie die een krullende brug slaat tussen Oost-Afrika, Europa en Amerika. Dit is wat Astatke voor elkaar kreeg toen hij in de jaren vijftig en zestig muziek studeerde in Engeland en Amerika. Hij introduceerde de rijke Ethiopische muziek in de jazz en vice versa. Zo ontwikkelde hij samen met anderen de ethio-jazz, een genre waarvan hij de belangrijkste vertolker is.
Een genre dat ook steeds opnieuw een publiek vindt, zo blijkt ook in Paradiso. Het publiek dat hem komt uitzwaaien bestaat slechts voor een klein deel uit grijsaards van zijn eigen leeftijd, er staan veel meer soul- en jazzliefhebbers die zijn kinderen en kleinkinderen konden zijn.
Tussen de composities door legt Astatke graag uit op wiens schouders hij staat: op die van de ‘muzikale wetenschappers’ van het oude Ethiopië. Veel van zijn stukken grijpen terug op de vroegchristelijke muziek die in het land bewaard bleef. Afgaande op wat zijn band ervan maakt, moet het een wild feest zijn geweest daar in de kerken van de vroege Middeleeuwen. Op het nummer ‘Nètsanèt’ (dat vrijheid betekent), laat cello-speler Daniel Keane horen wat er zoal mogelijk is op het instrument als je de strijkstok weglegt. Hij bespeelt de cello als gitaar en laat hem kraken als een deur.
De cello vervangt deels de traditionele Ethiopische strijkinstrumenten en fluiten die Astatke gewoonlijk wel gebruikt in zijn composities. Hij heeft ze waarschijnlijk in zijn eigen club, de African Jazz Village in Addis Ababa, achtergelaten. Het nieuwe album Mulatu plays Mulatu dat volgende week uitkomt bij deze tour is in Ethiopië en Engeland opgenomen en steekt zijn beste composities in een big band-achtige jas. Astatke speelt al langer met deze sterke eigen band en lijkt zo te garanderen dat de ethio-jazz niet van het podium verdwijnt als hij stopt. Op het direct swingende orgeltje van Yègellé Tezeta, dat de afgelopen decennia is gebruikt in hiphopnummers en op soundtracks, wordt maandagavond duidelijk dat Mulatu misschien een beetje op raakt, maar zijn muziek kan nog wel een paar eeuwen mee.
Source: NRC