Home

Sterft de democratie met een zucht of knal?

Het kan snel gaan. Een luttele twee maanden na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 verscheen de brochure Op de grens van twee werelden, van oud-minister president Hendrikus Colijn. Het was zijn poging in het reine te komen met „al de verwarring van deze dagen”, waarin „met steeds toenemende kracht” één geluid klinkt: „er moet iets gedaan worden!”

Ja, maar wat? Colijn nam het op voor „de stem van het overweldigend grootste deel van het Nederlandse volk” die „niet of nauwelijks wordt gehoord”. En wat wilde die stem? Volgens hem: aanpassing aan de nieuwe, Duitse orde. Niet uit „voorkeur” maar uit realisme en „nuchterheid”.

Veel anders zat er niet op, aldus Colijn, want: „We zien de democratische regeringsvorm in land na land verworpen. We zien hoe in andere landen de machine nog slechts zwaar zuchtend werkt. En we hebben aanschouwd, hoe de droom van een democratische wereldorde [cursief in het origineel] werkelijk niets dan een ijdele droom was.”

Dat was toen – maar hoe actueel. Ook onze orde kraakt, ook nu klinkt wereldwijd twijfel aan de democratie.

De brochure van Colijn laat zien hoe verleidelijk het dan is om je te plooien, onder het mom van realisme. Democratic backsliding, zoals het in vakkringen heet, is een proces van gestage uitholling en ondermijning. De democratie verkruimelt en vergruist. Met een dichterlijke parafrase: democratie sterft niet met een knal, maar met een zucht.

Of toch met een knal? Zie de hoogspanning in Trumps zenuwzieke Amerika, een natie die ooit gold als de „beste hoop van de mensheid” (Lincoln) en nu afglijdt naar chaos. Trump heeft een roekeloos, repressief regime gevestigd van reactionaire corpsballen, dweepzieke meelopers en slangenolieverkopers. Noem het wat je wilt, ‘illiberale democratie’, ‘competitief autoritarisme’, ‘imperiaal presidentschap’ of domweg ‘fascisme’ – het is zonneklaar dat hier een autocratische nieuwe orde wordt opgelegd aan een verdoofde samenleving.

Geweld hing in de lucht en is er gekomen. Na de aanslagen op Trump, de moorden op een Democratische politica en haar man en die op een verzekerings-ceo, is er nu de ijselijke liquidatie van Charlie Kirk, cheerleader van de Trumprevolutie. Schadenfreude is te horen bij radicaal-links (tot in Paradiso), wraakzucht bij MAGA-rechts.

De geruchtenmolen over het motief draait volop: de dader had volgens de autoriteiten een „linkse ideologie” en had een transgender-partner. Dat hij het gemunt had op Kirk wegens diens transhaat is dan de meest eenvoudige verklaring. Linkse bronnen speculeren dat hij juist geradicaliseerd is in extreem-rechtse online groepen. Of is hij vooral een twintiger met een online doorgebrand brein vol ironische memes en een hutspot van halfgare overtuigingen?

Zijn slachtoffer Charlie Kirk, nu vereerd als een martelaar van het vrije woord die het debat met andersdenkenden opzocht, was zelf een product van die toxische online wereld. Zijn campusgesprekken met stamelende lefties dienden als brandstof voor een digitale propagandamachine.

Hoe dan ook, haat tegen alles wat ‘links’ heet te zijn, is nu in een hogere versnelling gebracht. Trumps fanatieke adviseur Stephen Miller spreekt van strijd tegen een ideologie die „alles viert wat ontaard en gedegenereerd is”.

Er gloort enig licht. Dat zijn de Amerikanen die geweldloos de straat op gaan, de burgemeesters, gouverneurs en rechters die Trump verbaal lik op stuk geven. Zoals Gavin Newsom van Californië die de kind-president tot razernij drijft met persiflages op diens sociale-mediagedrag.

Colijn nam na zijn defaitistische brochure afstand van de bezetter, toen die politieke partijen verbood. Hij werd in Duitsland gevangen gezet, waar hij in 1944 overleed.

Goede les: inschikkelijkheid helpt niet. Aanjagen van een giftige, gewapende cultuuroorlog zoals in de VS al helemaal niet. Alleen democratisch verzet is nog wat baat.

Source: NRC

Previous

Next