Belegering Gaza-Stad Voordat de grondinvasie begint, wil Israël de 1,2 miljoen inwoners van Gaza-Stad evacueren. Het opblazen van flatgebouwen moet hen overtuigen om te vertrekken.
De Al-Ghefari-toren in Gaza-Stad stort in, na Israëlische luchtaanvallen, 15 september.
Gaza-Stad, zegt Olga Cherevko, werd vorige week dinsdag „ter dood veroordeeld”. Die dag beval Israël de ongeveer 1,2 miljoen inwoners van de grootste stad van de Gazastrook om te evacueren. Volgens Cherevko, humanitair woordvoerder van de Verenigde Naties, stonden de Gazanen voor een helse keuze: „Vertrekken of gedood worden”. Cherevko lichtte afgelopen vrijdag de internationale pers in vanuit Deir al-Balah, een stad in het midden van de Gazastrook.
Om het evacuatiebevel kracht bij te zetten, bombardeert Israël sinds afgelopen week flatgebouwen in Gaza-Stad. Het officiële argument is dat daar leden van de militante organisatie Hamas zich schuilhouden. Minister Israël Katz (Defensie) postte op X een filmpje van een instortende flat, met daarbij de tekst: „Het kaartenhuis. De skyline van Gaza verandert.” De bewoners van de flats worden vooraf gewaarschuwd. Ze krijgen net de tijd om hun huis te verlaten, waarna ze vanaf de straat hun woongebouw ineen zien zijgen.
In de verwoeste flats waren onder meer ook kantoren gevestigd van televisiezender Al Araby, VN-organisatie UNRWA, universiteiten en het Palestinian Center for Human Rights (PCHR). Deze mensenrechtenorganisatie had onlangs aangekondigd dat ze bewijzen van Israëls ‘oorlog tegen journalisten’ bij het Internationaal Strafhof zou aandragen. Voor die medewerking aan het Strafhof kreeg het PCHR, samen met twee andere Palestijnse mensenrechtenorganisaties, Amerikaanse sancties opgelegd.
Volgens militair analist Amos Harel van de Israëlische krant Haaretz bombardeert Israël bewust gebouwen van meerdere verdiepingen, waarvan de vernietiging van veraf zichtbaar is. Deze bombardementen, zegt Harel, zijn vooral bedoeld „om paniek te zaaien onder de Palestijnse bevolking”. Harel schrijft dat het Israëlische leger zich zorgen maakte dat niet genoeg inwoners de stad zouden kunnen ontvluchten voordat de grondinvasie begint. Driekwart van de bevolking zou nog zijn achtergebleven in Gaza-Stad.
Ontheemde Palestijnen op weg naar het zuiden van de Gazastrook, 14 september. Op de achtergrond brandt Gaza-Stad.
Het officiële doel van de grondinvasie in Gaza-Stad is om Hamas te verslaan. Hiermee zou Israël ook aan de wens van de Amerikaanse president Donald Trump voldoen. Diens minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio benoemde zondag, tijdens een bezoek aan Jeruzalem, de wensen van zijn politieke baas. „Hij wil dat Hamas verslagen wordt, hij wil dat de oorlog stopt, hij wil alle gegijzelden thuis hebben, inclusief degenen die overleden zijn, en hij wil het allemaal tegelijk”.
Eén Israëlische organisatie heeft echter geen vertrouwen in een invasie die de doelen „allemaal tegelijk” zou moeten bereiken. En die organisatie is het leger. De invasie kan volgens de legertop lang duren, zou de gijzelaars alleen maar extra in gevaar brengen en zou bovendien het hoofddoel helemaal niet bereiken: Hamas verslaan. De militante organisatie houdt zich nog altijd schuil in tunnels en het is volgens de Israëlische legerleiding een illusie dat de grondinvasie haar tot overgave zou dwingen.
Om aan kritiek op de humanitaire ellende in Gaza tegemoet te komen, heeft het Israëlische ministerie van Defensie enkele maatregelen genomen. Een ziekenhuis in Khan Younis wordt gerepareerd, de bouw van twee veldhospitalen is aangekondigd en Israël zegt medisch middelen, zoals verband, pleisters, maar ook geneesmiddelen, brandstof en meer voedselhulp de Gazastrook binnen te laten. Ook repareert Israël waterleidingen en een waterontziltingsinstallatie.
Volgens Israëlische media heeft het Israëlische leger de zogenoemde ‘veilige zones’ in de Gazastrook verdubbeld, van 10 naar 20 procent van het grondgebied. Behalve het tentenkamp Al-Mawasi, aan de zuidelijke kust, zouden de inwoners van Gaza-Stad onder meer ook terechtkunnen in enkele plaatsen in het midden van de Gazastrook, zoals Deir al-Balah, Nuseirat en enkele wijken van Khan Younis.
Een man en enkele kinderen zitten in een zwaar beschadigd gebouw in de wijk Rimal, in Gaza-Stad.
Vanuit een van die ‘veilige’ gebieden spreekt VN-woordvoerder Cherevko van „honderdduizenden gehavende, uitgeputte en doodsbange burgers” die het bevel kregen „om te vluchten naar een gebied dat al zo overbevolkt was dat zelfs kleine dieren ruimte moeten zoeken om zich ertussendoor te kunnen bewegen”.
Het is een gebied waar ziekenhuizen patiënten in de gangen en op de balkons huisvesten, waar schoon water, voedzaam eten en het leven niet langer basisrechten zijn, waar goederen zo zeldzaam zijn dat de meesten alleen maar kunnen dromen dat ze die ooit zullen krijgen. „Als ze de bombardementen overleven, tenminste.”
In werkelijkheid, aldus Cherevko, is geen enkele plek in Gaza veilig. De ontheemden zitten klem. Tussen de zee in het westen, Israëlische grondtroepen en tanks in het oosten, noorden en zuiden en boven hen het „oorverdovende geluid” van drones en straaljagers.
Cherevko spreekt van „de onmiskenbare geur van de dood” die overal hangt – „een gruwelijke herinnering aan het feit dat de ruïnes langs de straten de overblijfselen van moeders, vaders en kinderen verbergen”. Tijdens haar verblijf zag de VN-woordvoerder vluchtende gezinnen de straat op stromen, „hun kinderen stevig in hun armen geklemd, zonder te weten waar ze heen moeten, omdat alle opties uitgeput lijken te zijn”.
Die uitputting geldt ook de hulpverleners, aldus Cherevko. „De race tegen de klok, tegen de dood, tegen de verspreiding van hongersnood, voelt alsof wij als humanitaire hulpverleners door drijfzand rennen. Dit geldt des te meer omdat humanitaire konvooien maar al te vaak worden geweigerd, vertraagd of tegengehouden door de Israëlische autoriteiten.”
Cherevko’s werkgever, het VN-bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden, stelt vast dat de gemiddelde leefruimte in opvangcentra een halve vierkante meter per persoon bedraagt. De evacuatie, zegt secretaris-generaal Jan Egeland van de internationale hulporganisatie Norwegian Refugee Council in een persbriefing, komt neer op de „gruwelijke misdaad” van gedwongen verplaatsing. „Dit gaat niet om het beschermen van burgers, dit gaat om het ontnemen van hun huizen, hun gemeenschappen en hun recht om op hun land te blijven.”
Source: NRC