Israëlische aanval op Qatar De Israëlische luchtaanval op een woonwijk in Doha vorige week schokte de regio en de internationale gemeenschap. Maar op een spoedoverleg werden islamitische en Arabische landen het maandag niet eens over harde acties.
Vertegenwoordigers van bijna zestig Arabische en islamitische landen kwamen maandag bijeen in de Qatarese hoofdstad Doha voor een spoedoverleg op de Israëlische aanval vorige week.
Bijna zestig islamitische en Arabische landen hebben maandag na een spoedvergadering de Israëlische luchtaanval op een delegatie Hamas-leiders in Qatar in scherpe bewoordingen veroordeeld. Voor verdere acties, zoals een boycot of andere sancties, was te weinig steun.
De luchtaanval, waarbij vorige week twaalf Israëlische gevechtsvliegtuigen een complex in een woonwijk in Doha bombardeerden, schokte de regio en de internationale gemeenschap. Toch bleef een serieuze eendrachtige reactie van bijeengekomen landen maandag uit. Aangeschoven leiders en vertegenwoordigers kwamen niet verder dan een oproep aan de internationale gemeenschap om „alle mogelijke juridische en effectieve maatregelen te nemen om te voorkomen dat Israël doorgaat met zijn acties tegen het Palestijnse volk”.
Het overleg in Qatar bracht een bont gezelschap bij elkaar. Amerikaanse bondgenoten zoals president Abdel-Fattah al-Sisi van Egypte en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman ontmoetten er de Iraanse president Masoud Pezeshkian, wiens land afgelopen juni nog een Amerikaanse luchtbasis bombardeerde – nota bene die in Qatar.
De Organisatie van Islamitische Samenwerking, die de bijeenkomst belegde, is met 57 landen de grootste intergouvernementele organisatie na de Verenigde Naties. Onder de leden bevinden zich ook landen waar moslims geen duidelijke meerderheid vormen, zoals Kameroen en Nigeria.
De grote diversiteit aan landen betekende ook dat er grote verschillen waren in de bereidheid van de aanwezigen om over te gaan tot het nemen van concrete actie tegen Israël. Iran, dat afgelopen zomer nog een oorlog met Israël uitvocht, pleitte ervoor het land te isoleren. Landen die daadwerkelijk banden met Israël onderhouden, lijken vooralsnog echter huiverig deze te te verbreken.
Onder die laatste groep vallen ook de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein, landen die maandag precies vijf jaar geleden de Abraham-akkoorden ondertekenden en daarmee hun betrekkingen met Israël normaliseerden.
Qatar is net als Israël een belangrijke bondgenoot van de Verenigde Staten en bemiddelt tussen Hamas en Israël bij de oorlog in Gaza. De Golfstaat huisvestte het politieke leiderschap van Hamas bovendien op verzoek van de VS, zodat Washington indirect met de groep kon blijven communiceren.
Maar de vriendschap met de VS en de rol van Qatar bij de onderhandelingen kon de Israëlische aanval niet voorkomen. Qatar reageerde daarop woedend. Die woede was maandag nog volop zichtbaar. In zijn openingsspeech sprak de emir van Qatar, sjeik Tamim bin Hamad al-Thani, van „racistisch en terroristisch beleid van de extremistische Israëlische regering”.
Netanyahu zou „dromen om van de Arabische wereld een Israëlische invloedszone te maken” en daarmee de stabiliteit van de hele regio bedreigen, aldus Al-Thani. Hij verwees onder meer naar Israël’s „genocidale zuiveringscampagne in Gaza” en diens bombardementen op Libanon en Syrië.
Terwijl Israël zich met de aanval het land verder isoleert op het wereldtoneel, lijkt de operatie zelf te zijn mislukt. Hamas zegt dat alle hooggeplaatste leiders die het doelwit waren het bombardement hebben overleefd. Wel kwamen vijf andere leden van de groep om het leven, waaronder ook de zoon van Hamas-leider Khalil al-Hayya.
Hoewel geen van de Hamasleiders sinds de aanval in het openbaar is verschenen, suggereerde ook de Israëlische leider Benjamin Netanyahu de afgelopen dagen dat het leiderschap de aanval (deels) heeft overleefd. „De Hamas-terroristenleiders die in Qatar wonen, geven niets om de mensen in Gaza”, schreef Netanyahu zaterdag in een bericht op sociale media.
Ook weigerde Netanyahu maandag uit te sluiten dat Israël in de toekomst opnieuw leiders van Hamas in derde landen zal aanvallen, aldus de premier tijdens een persconferentie samen met de Amerikaanse buitenlandminister, Marco Rubio, die op bezoek was. Het Hamas-leiderschap was volgens hem altijd een legitiem doelwit, „waar ze ook mogen zijn.”
Source: NRC