Bestaanszekerheid De vakbond wijst op hoge bedrijfswinsten en de niet nagekomen bestaanszekerheidsbeloftes van het demissionaire kabinet-Schoof.
De gemiddelde koopkracht is in 2024 flink gestegen. Vakbonden willen dat mensen dat aan de kassa blijven merken.
De FNV zet komend jaar in op loonsverhoging van 6 procent. De vakbond heeft die looneis maandag vastgesteld als onderdeel van een bredere agenda waarmee het de arbeidsvoorwaarden via cao-onderhandelingen wil verbeteren. De bond, die betrokken is bij ruim zevenhonderd cao’s voor 5,6 miljoen mensen, presenteert zijn eisen voor het komende jaar traditiegetrouw op de maandag voor Prinsjesdag.
De vakbond betitelt de eigen eis als „stevig”. Toch ligt hij lager dan de afgelopen jaren, toen de inflatie de pan uit rees en werkenden te maken kregen met een flink koopkrachtverlies. Nu dat grotendeels is ingehaald, wil de vakbond dat werknemers de ingelopen koopkracht behouden en er ook echt op vooruitgaan.
De FNV wijst naar de hoge bedrijfswinsten van de afgelopen jaren om de looneis van 6 procent te rechtvaardigen. „Er is nog altijd scheefgroei, omdat de winsten harder stijgen dan de lonen”, zegt Jacqie van Stigt, die afgelopen week begon als interim cao-coördinator bij de FNV. Volgens Van Stigt kan het bedrijfsleven de loonsverhoging dan ook prima ophoesten, als het maar genoegen neemt met iets minder winst.
Naast het salaris wil FNV ook een aantal andere arbeidsvoorwaarden verbeteren. Om werk eerlijk te belonen moet volgens de vakbond een automatische prijscompensatie worden ingesteld als de inflatie weer toeneemt. Daarnaast ijvert de bond ook voor een verhoging van het minimumloon naar 18 euro. Sinds 1 juli ligt dit voor werkenden van 21 jaar en ouder op 14,40 euro.
„Het is onbestaanbaar dat mensen die fulltime werken onder het bestaansminimum uitkomen”, zegt Van Stigt. Ze doelt op mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt die bijvoorbeeld meerdere banen hebben om rond te komen. Ook de loonkloof tussen mannen en vrouwen en het minimumjeugdloon (waar werkenden tot 21 jaar mee te maken hebben) moeten volgens de FNV zo snel mogelijk tot het verleden gaan behoren. Afgelopen jaar lag het gemiddelde uurloon voor vrouwen in Nederland 10,5 procent lager dan voor mannen. De FNV noemt ongelijke beloning voor gelijk werk „niet meer van deze tijd”.
Het CNV, dat afgelopen vrijdag al de inzet van de cao-onderhandelingen voor komend jaar presenteerde, had een iets milder wensenlijstje. De christelijke vakbond, die verantwoordelijk is voor vijfhonderd cao’s, wil 3,5 tot 5 procent loongroei. Daarnaast heeft ook het CNV aandacht voor secundaire arbeidsvoorwaarden. Zo wil het een zogenoemde ‘levensfase-cao’, waarbij werkenden die onder een cao vallen een deel van hun arbeidsvoorwaarden zelf kunnen bepalen, afhankelijk van de levensfase waarin ze zitten. Oudere werknemers moeten er in de jaren voor hun pensioen voor kunnen kiezen om minder te gaan werken en daarbij nog wel een goed pensioen kunnen opbouwen. Ook wil het CNV dat jonge ouders of werknemers die mantelzorg verlenen de mogelijkheid krijgen om meer vrije dagen op te nemen om hun zorgtaken te kunnen vervullen.
De FNV geeft aan dat maatwerk per bedrijf of sector mogelijk is. Ook CNV ziet ruimte: voorzitter Piet Fortuin liet bij RTL Z weten mee te willen denken met bedrijfstakken die het moeilijk hebben, zoals de zware industrie en de horeca. Maar: „Voor banken is 5 procent een prima looneis”, aldus Fortuin.
De werkgevers, waarmee onderhandelaars van FNV en CNV bij de cao-onderhandelingen om de tafel gaan, zullen inbrengen dat Nederlanders er het afgelopen jaar op vooruit zijn gegaan. Het CBS berekende afgelopen week dat de koopkracht in 2024 met 3,6 procent is toegenomen, de grootste stijging in twintig jaar. Die stijging kwam vooral door de grootste cao-loonstijging van de afgelopen veertig jaar: 6,6 procent. „Er viel ook wel wat te repareren”, aldus Van Stigt van de FNVt.
Het is moeilijk vast te stellen hoezeer het ‘bijplussen’ van de cao-lonen het koopkrachtverlies van de afgelopen jaren heeft ingehaald. Cao’s zijn vaak meerjarig en worden in sommige gevallen pas afgesloten, nadat de oude cao al is verlopen. Bovendien verschillen ze per sector. Zo kregen werknemers in de informatie- en communicatiebranche er begin dit jaar 9,6 procent loon bij, terwijl in de overheid en het onderwijs de loongroei tot 4,7 procent beperkt bleef.
Werkgevers uiten al tijden hun ongenoegen over de loonstijgingen van de afgelopen jaren. Volgens de werkgevers is de groei van loonkosten voor veel bedrijven en sectoren „onhoudbaar” geworden. Ze willen vooral „slimmer werken”, aldus werkgeversverenigingen AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland in hun gemeenschappelijke arbeidsvoorwaardennota. Ze pleiten daarom voor het vergroten van de arbeidsproductiviteit. Door bedrijven concurrerender te maken zou het ook eenvoudiger worden de arbeidsvoorwaarden te verbeteren, redeneren ze. „Als de opbrengst per gewerkt uur omhoog gaat, worden bedrijven sterker en ontstaat meer ruimte om de arbeidsvoorwaarden mee te laten groeien.”
Naast de bedrijfswinsten wijst de FNV ook op de niet nagekomen bestaanszekerheidsbeloftes van het gevallen kabinet-Schoof. Cao-coördinator Van Stigt van de FNV verwijst naar een recente publicatie van FNV-onderzoekers in economenvakblad ESB, waaruit blijkt dat mensen met een bruto-inkomen onder de 26.500 euro honderden euro’s meer inkomstenbelasting moeten betalen. „Mensen die het minst verdienen, gaan het meest belasting betalen. Hoezo bestaanszekerheid?”
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC