Home

Als Mondo Duplantis zijn aanloop neemt, houden vijftigduizend mensen hun adem in

Het publiek in Tokio was niet benieuwd wie het polsstok­hoog­springen zou winnen. Het was gekomen voor een wereldrecord van Mondo Duplantis en kreeg het ook. Voor de Zweed kan de lat niet hoog genoeg liggen.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Terwijl de wind uit een draagbare ventilator met zijn bruine lokken speelt, doet Mondo Duplantis even zijn ogen dicht. Normaal komt een mens in een atletiekstadion vanaf de tribune ogen tekort: er zijn bijna altijd meerdere wedstrijden tegelijkertijd bezig. Nu niet. Er gebeurt een paar minuten helemaal niets op de baan, niets op het middenterrein. Het hele Japan National Stadium wacht op de Amerikaanse Zweed, die sereen op een bankje zit. Uit de speakers klinkt een remix van Abba’s Mama Mia.

Dan sjort hij zijn veters nog maar eens aan. Dit is het moment waarop hij de toeschouwers wil geven waarvoor ze zijn gekomen. Een wereldrecord, een vluchthoogte van 6 meter en 30 centimeter. Hij prikt de stok van koolstofvezel schuin omhoog, zet zijn sprint in, laat zich naar boven zwiepen en wurmt zich over de vervaarlijk trillende lat heen, maar tot dolle vreugde van de tienduizenden fans blijft het ding liggen.

Geen fotofinish nodig

De WK in Tokio zijn nog maar drie dagen onderweg, maar er zijn al heel veel ‘close finishes’ geweest. Op maandagochtend nog werd de marathon bij de mannen tussen Alphonce Simbu en Amanal Petros met een kleinere marge beslist dan de 100-meterfinale bij de mannen een dag eerder. Slechts 0,03 seconden was het gat tussen goud en zilver na 42.195 meter wedstrijd. En op maandagavond wist Geordie Beamish zich bij de 3.000 meter steeplechase in een furieuze eindsprint vanuit het achterveld met 0,07 seconden voorbij wereldrecordhouder Soufiane El Bakkali te werpen: 8.33,88 om 8.33,95.

Bij het polstokhoogspringen bestaan geen finishfoto’s. Dat zit in de aard van de discipline, maar ook een ander nauwkeurig systeem om de beste van de wereld te onderscheiden van de anderen is niet nodig. Daarvoor is Duplantis simpelweg te goed. Hij is pas 25 jaar oud en wint in Tokio zijn derde wereldtitel op rij en heeft ook al twee olympische titels op zijn naam. Hij pakt deze gouden medaille met 30 centimeter voorsprong op de Griek Emmanouil Karalis. Derde wordt de Amerikaan en oud-wereldkampioen Sam Kendricks met 5,95 meter. Menno Vloon eindigt als zevende na een sprong over 5,90 meter.

Vaak is overmacht saai. Wie wil er immers kijken naar een wedstrijd waarvan de winnaar van tevoren al vaststaat? Maar bij Duplantis is dat niet zo. Omdat de aantrekkingskracht niet in de strijd met anderen zit, maar in de strijd met zichzelf – in het spektakel waarvoor hij garant staat aan het eind van een avond vol topsport van het hoogste niveau.

De grens verleggen

Het publiek wacht bij zijn eerste sprong van de avond al stiekem op het verbreken van zijn wereldrecord, dat sinds een dikke maand op 6,29 stond. Bij die eerste zweefvlucht ligt de lat op 5,55. Dat is een kippeneindje voor hem, maar er klinkt een groot applaus als hij eroverheen gaat, want iedereen ziet hoe groot de ruimte tussen zijn lijf en lat is. Het stadion voelt dat hij de vorm heeft om voor de veertiende keer in vijf-en-half jaar tijd de grens in zijn discipline te verleggen.

Hij doet er telkens een centimetertje bij. Waarom ook niet? Elk nieuw wereldrecord levert inspiratie, aandacht en ook een mooie financiële bonus op. Maar het wordt natuurlijk met elke centimeter erbij ook wat lastiger. Duplantis geeft geen recordgaranties, al lukt het hem opvallend vaak op grote kampioenschappen, zoals op de WK in 2022 in Eugene en op de Spelen van Parijs van vorig jaar.

Er zijn weinig grotere ambassadeurs van de atletiek dan hij op dit moment. Op de donderdag voor de WK kwam hij in Tokio nog opdraven voor een presentatie van de plannen voor het Ultimate Championship in Boedapest. Net als Usain Bolt, toch de standaard van roem in deze sport. ‘Als ik daar win, zal ik een titel hebben die Usain niet heeft’, zei Duplantis, die wel weet hoe hij aan zijn imago moet werken.

In drie keer

Dus als op zondagavond Karalis de 6,10 meter niet heeft gehaald en Nadine Visser net op de 100 meter horden als achtste is geëindigd, laat Duplantis de lat omhoogtakelen. Hij stopt zijn gele hemd even goed in zijn blauwe broek, zijn gezicht even uitgestreken als altijd. Het publiek, zo’n vijftigduizend mensen bij elkaar, houdt de adem in bij zijn aanloop. Hij komt er met zijn benen en romp wel overheen, maar tikt de lat met zijn linkerarm aan als zijn voeten al lang aan de reis naar beneden zijn begonnen.

Hij gaat op het bankje zitten waar ook zijn collega-springers wachten op wat er komen gaat, neemt even rust. Een aftelklok even verderop duidt aan wanneer hij uiterlijk gesprongen moet hebben. Ruim voor die deadline, zeker twee minuten nog, gaat hij op voor poging 2. Weer lijkt hij het te halen, maar dan vibreert de lat en stuitert van de pennetjes. Weer die arm. Hij maakt een gebaar met duim en wijsvinger naar het publiek: het scheelde maar zo weinig.

En dan, na poging 3, schreeuwt Duplantis het uit. Hij rent de tribune op voor een kus van zijn vriendin. De stadion-dj start Gimme Gimme Gimme in.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next