De samenwerking tussen ASML en Mistral AI laat zien hoe je een Europese technologiestack kunt bouwen, die kan opboksen tegen het AI-geweld uit de Verenigde Staten en China.
Afgelopen week kon de vlag uit voor een huwelijk tussen twee Europese techkampioenen. Geregistreerd partnerschap is een beter woord: ASML werd dankzij een kapitaalinjectie van 1,3 miljard euro grootaandeelhouder in de Franse start-up Mistral AI. De chipmachinemaker uit Brabant investeert in kunstmatige intelligentie om zijn lithografiesystemen efficiënter te laten werken. Alles draait immers om data, ook de productie van chips. Het is verstandig om als Europees bedrijf te kiezen voor een AI-leverancier van ‘eigen bodem’, waarvan je zeker weet hoe die omgaat met ultrageheime gegevens zoals chipontwerpen en fabricageprocessen.
Het partnerschap is niet gebaseerd op geopolitieke motieven, benadrukte ASML-topman Christophe Fouquet in de Financial Times. Maar de deal heeft wel een belangrijke symbolische betekenis, omdat ASML zo de ontwikkeling van een zelfstandige Europese AI-industrie ondersteunt. Dat past in het Draghi-rapport uit 2024: Europa moet 750 tot 800 miljard euro investeren om niet ten onder te gaan in het geweld tussen twee grootmachten, adviseerde dit rapport. Want de VS en China halen alles uit de kast om de AI-race te winnen, en Europa delft anders het onderspit.
Mistral is de beste troef die Europa heeft in AI-modellen, maar er is kapitaal nodig om te groeien. Dat geld ligt niet voor het oprapen. Er is geen centrale overheid die, zoals in China, miljarden in baanbrekende technologie steekt. Banken in de EU zijn terughoudend en, anders dan in Silicon Valley, zijn er weinig risicoinvesteerders die een gokje wagen. Gelukkig voor Mistral diende een welgestelde partner zich aan, in de vorm van de Veldhovense hightechreus.
Mistral is na de kapitaalinjectie 11,7 miljard euro waard. Dat een getal achter de komma nodig is, is veelzeggend: het Amerikaanse Anthropic is net op 183 miljard dollar gewaardeerd; OpenAI op 500 miljard. Je leraar op school zou zeggen: je hebt nog veel ruimte om te groeien.
Europa had meer techkampioenen in het verleden. Tot 2007 was het Finse Nokia wereldleider in smartphones, met een marktaandeel van bijna 50 procent. Toen presenteerde Steve Jobs de iPhone en kelderde Nokia’s marktaandeel naar bijna nul. Microsoft kocht de restanten op en zette de Nokia-telefoons bij het grofvuil. Sindsdien domineren iPhones en Android-toestellen de mobiele markt. Apple en Google bepalen wat we nu op onze schermen zien: vooral diensten van andere grote Amerikaanse techbedrijven.
Er dreigde nog een ramp voor Nokia: met voordelige 5G-techniek maaide de Chinese techreus Huawei het gras voor de voeten weg van de Europese telecomleveranciers Nokia en Ericsson. Die opmars werd gestopt door overheidsingrijpen omdat de EU niet langer accepteerde dat Chinese apparatuur in de haarvaten van de samenleving doordrong.
Europa dreigt nu weer de boot te missen met de volgende technologiesprong, de AI-revolutie. Sinds de introductie van ChatGPT eind 2022 transformeerde AI van aardige gimmick en handige zoekmachine in waardevol gereedschap op de werkvloer. Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich tot de motor van de maatschappij, en wordt al ingezet voor militaire toepassingen, een betere gezondheidszorg, efficiëntere en schonere industrie en betere digitale infrastructuur.
Zoals Windows de pc aanstuurde en iOS de iPhone, zo zullen AI-modellen het besturingssysteem van het dagelijks leven worden, in zelfrijdende auto’s, robots en drones. Net als tijdens de smartphonehausse woedt er een strijd tussen besturingssystemen: de VS en China domineren de markt voor gesloten AI-modellen, China zet met DeepSeek in op voordelige openbronsoftware.
Om het Nokia-effect te voorkomen moet Europa een zelfstandige positie verwerven in AI. Een eigen besturingssysteem, laten we het EU OS 1.0 noemen. Daarvoor is meer nodig dan het partnerschap tussen ASML en Mistral – dat is slechts een deel van de puzzel. Het Draghi-rapport legt haarfijn uit welke ingrediënten nodig zijn om een zelfstandige Europese ‘techstack’ te creëren, met snelle chips, meer onderzoek, grote AI-datacenters, geavanceerde chipmachines en capabele (cloud-)software. Allemaal op eigen bodem, graag.
Maar Draghi graaft dieper. Voor de zeldzame metalen die je nodig hebt voor chipproductie is Europa afhankelijk van China. Het streven is om eigen mijnen te ontginnen en de onmisbare grondstoffen ook uit andere landen te halen.
Europa is toonaangevend in de geavanceerde gereedschappen die nodig zijn om chips te fabriceren, met een hoofdrol voor de Nederlandse firma’s ASML, ASM International en Besi. Maar als het gaat om chipproductie heeft de EU het nakijken. Dat geldt zeker voor geavanceerde chips: de kennis om die te vervaardigen zit maar bij een handjevol spelers. Intel schrapte de plannen voor een fabriek in Maagdenburg, ondanks 10 miljard euro subsidie uit de EU Chips Act. Inmiddels wordt een tweede Chips Act voorbereid: daarmee zou je een Aziatische speler kunnen vinden om alsnog complexe AI-chips in Duitsland te maken.
De pandemie en de oorlog in Oekraïne leerden Europa hoe kwetsbaar de aanvoerlijnen zijn in de geglobaliseerde wereld. Voor veel bouwstenen van de techstack is de EU afhankelijk van de grillen van de grootmachten. China en de VS gebruiken exportrestricties en importheffingen om de wereld naar hun hand te zetten. Al die beperkende maatregelen zijn troeven in de handelsbesprekingen tussen Trump en Xi Jinping. Alles ligt op tafel, met Europa en Taiwan als wisselgeld.
Je hoeft de treurige toekomstscenario’s van denktank Institut Montaigne maar te lezen om te beseffen dat Europa in bijna alle gevallen de klos is. Het enige scenario dat gunstig uitpakt, is ‘Fortress Europe’, meenden de denktankers: de lidstaten maken daarin gezamenlijk een vuist rondom de exportrestricties.
Nu is dat nog per land geregeld, vandaar dat Nederland in z’n eentje met de VS moet bakkeleien over de vraag welke ASML-machines naar China mogen. Nederland doet dat onder meer op basis van het Wassenaar Arrangement, de multilaterale overeenkomst tussen meer dan veertig landen, ook van buiten de EU, die samen hebben bepaald hoe ze de export van dual-use goederen, zoals chiptechnologie, controleren.
Het goede nieuws: deze week zijn belangrijke onderdelen van dat Wassenaar Arrangement eindelijk ‘geëuropianiseerd’, ondanks gesputter van de Russische delegatie. Dankzij die aanpassing kunnen individuele EU-landen minder snel uit elkaar gespeeld worden door de VS of China. Nederland bepaalt nog altijd zijn eigen exportrestricties over de minder geavanceerde ASML-machines, maar de EU kan zich steviger opstellen in de diplomatieke gesprekken met de grootmachten.
Europese bedrijven laten zien hoe je je krachten kunt bundelen, nu de politici nog.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC