Noor de Vries-Cijfer is 100 jaar. Hoe kijkt deze vrijbuiter terug op de afgelopen eeuw?
Noor de Vries-Cijfer is zo’n dame op leeftijd bij wie je op het eerste gezicht moeilijk kan geloven dat ze 100 jaar is. Ze heeft een vrijwel rimpelloze huid, alerte oogopslag en geen bril nodig bij het lezen. In ‘theevisite met oppervlakkige praatjes’ heeft ze geen interesse, maakt ze vooraf duidelijk. Liever heeft de geboren Rotterdamse het over zaken die ertoe doen.
Toch eerst even een oppervlakkige vraag: is uw gladde huid puur aanleg of doet u daar moeite voor?
‘Daar doe ik ook moeite voor. Elke ochtend en avond maak ik mijn gezicht schoon met lait, daarna gebruik ik een ochtend- of nachtcrème, en een gel voor de contouren van mijn ogen. Geen duur merk hoor, dat is helemaal niet nodig. Wat belangrijk is, is dat je de crème niet sméért, maar dept, anders wordt je huid slap. Ook doe ik dagelijks gezichtsoefeningen.’ (Ze demonstreert hoe en trekt haar bovenlip over haar voortanden.)
Wat mist u het meest van wat u niet meer kunt?
‘Kunnen gaan en staan waar ik wil. Afhankelijk zijn is iets verschrikkelijks. Omdat ik niet meer zo mobiel ben, mag ik alleen in een rolstoel naar buiten, maar daar voel ik niet voor. Ook mis ik mijn goede vrienden, die mijn manier van denken kennen en een groot deel van mijn leven hebben meegemaakt.’
Waar beleeft u nog plezier aan?
‘Aan lezen. Dat is mijn voornaamste bezigheid – ik lees de krant, de NRC, romans, boeken over geschiedenis en kunst, ook als ik ’s nachts wakker lig.’
Wat zijn zoal uw gedachten tijdens het lezen van de krant?
‘Dat ik niet begrijp waarom niemand ingrijpt bij het menselijk leed dat Palestijnen in Gaza wordt aangedaan. Het duurt nu al bijna twee jaar!
‘En waarom is er zoveel geweld tegen vrouwen? Wat is de achtergrond van die mannen, uit wat voor gezinnen komen ze, waardoor zijn ze zo losgeslagen? Daar moeten we ons in verdiepen. Al dat seksgedoe van tegenwoordig bestond vroeger niet. Seks was niet zo belangrijk als nu.’
In wat voor omstandigheden bent u opgegroeid?
‘Mijn ouders waren humanisten en vrijdenkers die niet hielden van ondergeschiktheid, daar heb ik zelf ook geen talent voor. Ze omringden zich met andere vrijdenkers. Bij ons thuis werd veel gelezen en gediscussieerd. Ik trok het meest naar mijn vader, ik was dol op hem.
‘Mijn moeder was ontwerper, ze ontwierp en naaide ook voor mij, mijn zusje en mijn broer de mooiste kleding, jurkjes versierde ze met borduurwerk. Mijn vader had een eigen bedrijf in import en export van katoen uit India en Egypte, waar zeildoeken voor schepen van werden gemaakt. Hij reisde vaak naar zeilmakerijen in Friesland.
‘We woonden vlak bij de Zalmhaven in Rotterdam, waar veel vrachtschepen lagen. Het is geen opschepperij, maar we hadden het goed. In de zomer gingen we vier weken op vakantie naar Scheveningen. Naar Zandvoort ging je niet, dat was ordinair. Ik zat op tennis, roeien en hockey. Mijn ouders gingen vaak naar concerten en theatervoorstellingen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, vanaf mijn 14de mocht ik mee.’
Heeft u het bombardement op Rotterdam in mei 1940 meegemaakt?
‘We zaten er middenin. De havens, waar we vlakbij woonden, werden zwaar gebombardeerd. Mijn vader en ik verstopten ons onder de trap, onze hoofden beschermden we met pannen en zakken van schapenwol, waarmee we in de winter onze voeten warm hielden – centrale verwarming was er in die tijd nog niet.
‘Er stond een harde wind, waardoor veel branden ontstonden. Ons huis bleef gelukkig gespaard. Op een rustig moment ben ik op ons dak geklommen om stukken brandend hout eraf te gooien. Na de capitulatie ging mijn vader huizen in de buurt langs om onderdak te vragen voor Nederlandse soldaten en officieren die dagenlang niet hadden geslapen. Acht overnachtten er bij ons.
‘In 1943 is mijn vader opgepakt, terwijl hij met mijn moeder over straat liep. Er was luchtalarm, ze wilden een schuilkelder in, maar mijn vader werd geweigerd omdat hij een ster droeg. Iemand van het verzet spoorde mij aan snel naar het politiebureau te gaan, met papieren van mijn ouders, waaruit bleek dat ze een gemengd huwelijk hadden omdat mijn moeder niet Joods was. Het haalde niets uit. Via Kamp Vught is mijn vader eind november naar Auschwitz afgevoerd, waar ze hem hebben vergast. Pas een paar jaar na de oorlog kregen we daar de bevestiging van. De politieman die mijn vader op straat oppakte, had er een beloning van 5 gulden voor gekregen.’
Hoe redden jullie het zonder jullie vader?
‘Financieel weet ik niet, over geld werd bij ons thuis nooit gesproken. Mijn moeder nam onderduikers in huis, jong en oud, Joden, verzetsmensen, mannen die niet in Duitsland wilden werken. Ik moest mijn kamer afstaan aan een oude heer en ging op zolder slapen. Op een dag ontdekten we dat hij dood was. Wat moesten we met die man? Niemand mocht er immers achter komen dat we onderduikers hadden. Ik kreeg de opdracht hem midden in de nacht uit huis te slepen en in het water te gooien. Niemand heeft het gezien.’
Heeft de wrede dood van uw vader invloed gehad op keuzen die u heeft gemaakt?
‘Onbewust waarschijnlijk wel.’
Haar jongste zoon Maarten, aanwezig bij het interview, zegt beslist: ‘Het heeft je zeker beïnvloed. Je hebt een knop omgedraaid en besloten dat je je niet laat piepelen en doet waar je zin in hebt.’
Ze vervolgt: ‘Ik ben altijd erg zelfstandig geweest en hield van avontuur. In 1944 heb ik steno en typen geleerd bij Schoevers, waarna ik vier weken heb gewerkt in een wetenschappelijke boekhandel in Leiden. Ik stopte ermee omdat het boemeltreintje waarmee ik naar Leiden reisde telkens werd beschoten. Na de oorlog ben ik perioden in Engeland geweest, bij een zakenrelatie van mijn vader, en volgde ik de opleiding kind en opvoeding.
‘Een jaar lang werkte ik op de Sibajak, een schip dat postkoloniale migranten van Indonesië naar Nederland vervoerde. Aan boord waren geregeld moeilijkheden met jongens die losgeslagen uit de Jappenkampen waren gekomen. Mijn taak was ze tijdens de zeereis in het gareel te houden, ik gaf ze allerlei klusjes te doen, zoals schilderwerk. Een fantastische tijd. Daarna heb ik als stewardess bij de KLM de hele wereld overgevlogen, en woonde een tijdje in Parijs. Het werk boeide me niet zo, een stewardess is niet meer dan een serveerster.’
Heeft u een grote liefde gekend?
‘Ik ben nooit tot over mijn oren verliefd geweest. Ik viel alleen voor mannen als ze een sterke persoonlijkheid hadden. Ik had een goed huwelijk met Sjoerd de Vries, de vader van mijn drie zoons. We ontmoetten elkaar voor het eerst in 1939 bij een vriendin van mij. Zes jaar later, in 1947, kwamen we elkaar weer tegen, op een avond met vrienden. We deelden onze interesse in kunst, literatuur en jazz, en spraken een paar keer af. We hadden geen relatie op dat ene gebied, maar konden heel goed met elkaar praten. Daarom hebben we later denk ik zo’n goed huwelijk gehad. Vriendschap is een goede basis voor een huwelijk.
‘Sjoerd wist destijds niet wat hij moest doen, want hij was getrouwd en durfde niet te scheiden. Ik zei: ‘Ik ga niet op je wachten’, en ging mijn eigen weg, varen op de Sibajak.
‘Jaren later liepen we elkaar weer tegen het lijf op de trap bij het station van Amsterdam. Ik heb nog nooit iemand zó vrolijk en zó gelukkig zien kijken als Sjoerd op dat moment. Hij wilde dolgraag met mij afspreken. ‘Kom maar naar mijn kamer’, zei ik, ik woonde bij een hospita aan de Prinsengracht. Het was duidelijk dat Sjoerd van mij hield, maar ik zei dat ik alleen een relatie met hem wilde aangaan als hij 100 procent voor mij zou kiezen, en anders niet. Ik liet het gaan. Maanden later bleek hij een scheiding in gang te hebben gezet en verklaarde mij in een brief de liefde. Die brief heb ik nog. In september 1956 trouwden we.’
Heeft u zich als vrijbuiter weleens bekneld gevoeld in het huwelijksleven?
‘Ik vond het jammer dat ik van de KLM moest stoppen met werken zodra ik was getrouwd. Maar met Sjoerd had ik ook een avontuurlijk leven. Hij schreef romans, kinderboeken en recensies over architectuur en schilderkunst voor kunstbladen, en interviewde kunstenaars. Met Karel Appel was hij bevriend. Vaak ging ik met hem mee als hij op reis ging voor zijn werk. Toen onze kinderen klein waren, was ik veel met hen bezig, maar zodra ze zelfstandiger werden ben ik weer gaan werken, in een galerie en een meubelzaak.’
Hoeveel kleinkinderen heeft u?
‘Wat denk je? Nul. En daar ben ik reuze blij om. In alle eerlijkheid lijkt het mij niet meevallen om in deze tijd kinderen op te voeden, er is zoveel ellende. Ik had nooit gedacht dat het zo slecht zou gaan met de wereld als nu, alles draait om macht en geld. Zelfs onze eigen regering is een vuile troep. Dat komt door al het liegen en kwetsen door sommige politici. Het is nodig daartegen te vechten.’
Wat is voor u een belangrijke leidraad in het leven?
‘Eerlijk zijn, maar intussen wel rekening houden met de ander, dus niet kwetsen, want dan kun je onnodig een hoop stuk maken. Dat is precies wat er nu misgaat in politiek en samenleving.’
Geboren: 8 juni 1925 in Rotterdam
Woont: in een woonzorgcentrum in Laren
Beroep: stewardess
Familie: drie kinderen
Weduwe sinds 2015
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant