is eindredacteur en televisierecensent van de Volkskrant.
Vanuit het besef dat er eigenlijk maar een menstype is dat écht iets zinnigs kan zeggen over kindertelevisie (kinderen), deed ik zondag iets gewaagds en keek ik naar De mensenbieb (Human), het humaninterest-jeugdprogramma dat vorig jaar werd genomineerd voor een Emmy Award en nu opgaat voor seizoen drie.
In De mensenbieb zijn het niet boeken maar mensen die verhalen vertellen. Kinderen krijgen door een mens te ‘lenen’ de kans volwassenen te ontmoeten die ze normaal niet snel zouden spreken. Over het verliezen van een broertje bijvoorbeeld, of heel erg lang zijn.
In een Efteling-achtige setting – denk een oud, eikenhouten antiquariaat, een magische, zachte gloed over de beelden – ontvangt bibliothecaris Roeland Wendel de 10-jarige Gilsenio, die vanuit een kinderlijke fascinatie (hij noemt het een ‘onderzoek’, lief) meer wil weten over protheses, en Nora (12), die kampt met heimwee. Buikpijnmateriaal, vooral nu het groepachtkamp nadert. Twee weken heeft ze nog om die knoop in haar maag te ontwarren.
We zijn allemaal kind geweest, zeggen ze weleens, en bij Wendel geloof ik dat ook echt, want is hij aandachtig voor lieve Nora, die hij aan zangeres Roxeanne Hazes koppelt. Wat volgt, is een gesprek dat even vertederend als eerlijk is, want heimwee, weet Hazes, gaat nooit helemaal weg. ‘Eigenlijk is dat ook wat moois’, zegt ze, ‘het is een compliment. Want het betekent dat het heel fijn is, thuis.’
Ach, ik gun het íéder menstype (volwassenen, kinderen, kinderachtigen) z’n problemen te laten wegsussen door Roxeanne Hazes, die op zachte toon vervolgt: ‘Thuis blijft thuis en het kan niet weglopen, het blijft altijd jouw veilige plekje.’
Ja, ik janken natuurlijk, maar mijn gedachten gingen ook naar een interview met Maxim Hartman, televisiemaker en Rembo & Rembo-helft, op 4 september bij Goedemorgen Nederland, over de kwaliteit van kindertelevisie.
‘Ik vind wel dat je kindertelevisie serieus moet nemen,’ zei de opper-VPRO-flowerboy, ‘je mag alles laten zien. Je mag prachtige poëtische programma’s maken, sprookjesachtig. Lievige dingen mag ook, maar je mag ook smerige, smaakloze rotzooi laten zien, want zo is de wereld, zo is het leven.’
Is De mensenbieb een voorbeeld van een programma dat nét te zalvend is, zacht en intiem, maar vooral op een manier zoals volwassenen dat van een goed gesprek verlangen? Of ik dit twintig jaar geleden ook had willen zien, ik weet het niet, want in De mensenbieb zijn het toch weer de grote mensen die kinderen uitleggen hoe het zit, die geruststellen. Hoe prachtig ook, ergens lijkt dit kindertelevisie gemaakt vóór volwassenen, een dynamiek die doet denken aan het toespreken van een jongere zelf.
Daarom nog even een shout-out naar Gilsenio, die aan zijn geleende Julia, met prothese, lekker plomp durft te vragen wat ze doet als ze jeuk heeft op de plek waar eerst haar been zat – zoals een kind betaamt onbeschaamd.
In de lucht kriebelen, is het antwoord, vaak is dat al genoeg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant