is econoom en publicist.
Een middenkabinet kan een grote mislukking worden, constateerde ik vorige week. We kunnen ervan dromen dat een daadkrachtig kabinet van CDA, PvdA, VVD en D66 na de verkiezingen van 29 oktober de belangrijkste problemen van Nederland de komende vier of zelfs acht jaar te lijf gaat – maar als ze dat al konden, waarom hebben ze dan de afgelopen 25 jaar nagelaten om dat te doen? Toen bestuurden ze het land toch zeker ook al?
Ja. En Frankrijk illustreerde deze week onbedoeld nog eens waar het falen van het politieke midden toe kan leiden. Weer verloor de tweede grote economie van de eurozone zijn premier, weer weigerden de grote linkervleugel en de grote rechtervleugel in het parlement in te stemmen met het begrotingsvoorstel van de middenpartij, weer is de politieke chaos er groter.
Een middenkabinet is een noodzakelijke voorwaarde voor goed bestuur; een middenkabinet is op zichzelf genomen geen voldoende voorwaarde. Er komt meer bij kijken.
Zes jaar geleden schreef ik, samen met co-auteurs Jenny Kossen en Robin Fransman, een studie over het naoorlogse Nederland, die de titel kreeg: Het Nederlandse consensusmodel. De succesfactoren van het poldermodel in kaart gebracht. We interviewden hiertoe ook de bestuurlijke hoofdrolspelers. Gebrek aan vooruitgang, handelingsverlegenheid en politiek onvermogen zijn geen recente uitvinding. En in eerdere perioden wisten bestuurders in Nederland op enig moment toch een doorbraak te forceren, de problemen aan te pakken, vooruitgang te boeken. Welke factoren dragen bij aan dat succes? Dat was de centrale vraag van die studie.
Toen ik deze tien factoren afgelopen week weer eens onder ogen kwam, zeg ik eerlijk, werd ik niet direct optimistischer. De vier factoren die de politiek zelf niet zo goed beïnvloeden kan (de exogene factoren), werken al niet mee. Een voorbeeld hiervan is de economische groei. Als die hoog is, draagt dat bij aan succes omdat een kabinet dan budget heeft om problemen op te lossen. De komende kabinetsperiode, echter, is de groei laag, en zal het budget voor veranderingen ofwel moeten komen van hogere lasten ofwel door elders te bezuinigen. Een tweede voorbeeld is vertrouwen: het vertrouwen van de samenleving in de hoofdrolspelers. Dat is echt wel eens hoger geweest.
Maar nog belangrijker zijn de zes door de politiek beter beïnvloedbare zaken (de endogene factoren). Goede persoonlijke verhoudingen tussen bestuurders zijn hiervan een voorbeeld, omdat mensen die elkaar waarderen elkaar eerder willen helpen. Goede persoonlijke verhoudingen tussen de vier lijsttrekkers van middenpartijen? Bij mijn beste weten niet.
Gezag is misschien nog wel een belangrijkere succesfactor. Hebben de hoofdrolspelers gezag in hun eigen achterban? Dat als VVD-leider Dilan Yesilgöz straks zou zeggen: ‘En toch moet de hypotheekrenteaftrek verdwijnen’, dat de VVD-stemmers dat dan, eventueel morrend, zullen accepteren? Hmm. Terwijl gezag om compromissen succesvol te kunnen verdedigen een cruciale succesfactor is, en van de vier partijen, denk ik, heeft alleen het CDA een leider met zulk gezag. En misschien D66.
Een middenkabinet is dus een noodzakelijke voorwaarde voor succes – en daar gaan we als kiezers grotendeels zelf over op 29 oktober. Om er ook echt een succes van de maken, opdat zo’n kabinet adequaat kan handelen de komende tijd, moeten middenpartijen zichzelf herpakken: investeren in relaties, vertrouwen, gezag en een cultuur van samenwerking. Daar is Nederland groot mee geworden. Het is het succesrecept.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns