Het lukte Mathieu van der Poel in Zwitserland niet zijn droom – een wereldtitel op het WK mountainbike – waar te maken. Zijn start was veelbelovend, maar daarna zakte hij flink in. Nu zet hij een streep onder het seizoen.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.
Mathieu van der Poel (30) is aan het eind van zijn Latijn. Moegestreden, leeggereden. Op het WK mountainbike, zijn lievelingsdiscipline, is hij zojuist als 29ste over de finish gekomen, op meer dan vijf minuten van winnaar Alan Hatherly uit Zuid-Afrika. Zijn start was formidabel, hij reed heel even tweede in de hoop dat hij een goede dag zou hebben, maar daarna zakte hij helemaal weg. Meer zat er niet in deze zondag. Zijn wangen zijn ingevallen, de jukbeenderen gedefinieerd. Het is op.
Tijdens trainingen voelde hij al een tijdje dat de krachten uit zijn doorgaans zo machtige lijf vloeiden. Hij is al weken, in zijn woorden, ‘niet zo belastbaar als anders’. Welbeschouwd is dat niet gek. Nauwelijks zeven weken geleden moest Van der Poel de Tour de France, uiterst succesvol verlopen met een etappezege en een paar dagen in de gele trui, verlaten met een longontsteking. Dat zoiets sporen nalaat lijkt logisch. Tenslotte is Van der Poel ook maar een mens.
Voor volledig herstel van een longontsteking staat maanden, afhankelijk van de ernst van de infectie en de algehele conditie van de zieke. Dat laatste zit snor, maar naar de ernst van de ziekte is het gissen. Dat hij tussendoor wel weer een wielerwedstrijd won, een rit in de Renewi Tour te Geraardsbergen, gaf misschien een wat vertekend beeld.
Aan intimi had hij toevertrouwd dat hij toch een jasje had uitgedaan. Toch wilde Van der Poel zondagmiddag onder de finishboog de infectie niet aanwenden. ‘Dat zou nu geen excuus meer mogen zijn.’
Ergens moet hij geweten hebben dat de wereldtitel er ook dit jaar niet in zou zitten en dat zijn bronzen medaille van 2019 voorlopig zijn beste WK-prestatie blijft. De goede verstaander kon het uit zijn voorzichtige vooruitblik op zaterdagochtend ook afleiden. Hij vond het ‘vreemd’ dat de wedkantoren hem als grote titelfavoriet zagen, want, zei hij, ‘ik ben niet meer zo goed als aan het begin van het seizoen’.
Maar op een WK weet je het nooit. Het kon zijn dat zijn tegenstanders het lange seizoen ook in de benen voelden. Een van hen, de Fransman Luca Martin, haalde de start zelfs niet vanwege een coronabesmetting. Hij was de winnaar van de laatste wereldbekerwedstrijd in Les Gets, twee weken geleden.
Daar leek Van der Poel na een mislukte rentree in mei de aansluiting met de wereldtop weer gevonden te hebben, met een knappe zesde plek. Daarna reisde hij door naar het Zwitserse wintersportdorp Crans-Montana, om een week lang op het WK parcours te trainen en het parcours in te prenten. Het liet zien hoe serieus hij zijn missie neemt om als enige renner in de geschiedenis wereldtitels in vier verschillende wielerdisciplines te winnen; in het veld, op de weg en het gravel heeft hij ze al, maar op zijn geliefde mountainbike wil het niet lukken. Het verlangen is groot.
‘Het liefst van al zou ik me eens een seizoen lang volledig richten op de mountainbike’, zei Van der Poel voorafgaand aan het WK. ‘Maar dat lukt nu niet met de planning van het seizoen.’
In feite is Van der Poel slachtoffer van zijn eigen succes. In het veld en op de weg werkt hij eeuwigheidslijstjes af. Dat betekent dat zijn seizoen lang duurt en meerdere momenten kent waarop hij in topvorm moet verkeren, op telkens een andere fiets. Ga maar na: in februari won hij zijn zevende wereldtitel veldrijden, een maand later was hij voor de tweede keer de beste in de monumentale klassieker Milaan-San Remo, om in april ook Parijs-Roubaix voor de derde keer te winnen.
Op de mountainbike was hij daarna minder gelukkig, maar in de Tour de France stond hij er weer. Nog eens van rijwiel veranderen en schitteren was er te veel aan. Wellicht dat hij in de toekomst zijn seizoen anders in zal moeten delen om kans te maken op die ontbrekende wereldtitel.
Het goede nieuws: van een paar van zijn uitdagingen is hij weldra verlost. Als hij volgend jaar voor de achtste keer wereldkampioen veldrijden wordt, is hij alleen recordhouder en kan hij die discipline in theorie links laten liggen. En als hij in april de Ronde van Vlaanderen nog eens wint, wordt hij ook de eerste mens die dat lukt. Het zou betekenen dat hij zich kan focussen op de sport waaraan hij het meest plezier beleeft, maar tot nu toe het minst succesvol was. Daar moet zijn ploeg dan wel in meegaan.
Publicitair gezien is het voor Fénix-Deceuninck van grote waarde als Van der Poel in met name wegwedstrijden start. Zomaar een Tour de France laten schieten is voor zijn werkgever geen geringe opoffering. ‘Toch zie ik het wel gebeuren dat hij een keer een vrijgeleide krijgt om te mountainbiken’, zegt zijn vader Adrie van der Poel. ‘Misschien richting de Spelen van Los Angeles in 2028. Dat valt makkelijk te combineren met de voorjaarsklassiekers op de weg.’
Zijn bondscoach, Gerben de Knegt, zou ook graag zien dat Van der Poel zich eens volledig op het mountainbiken richt. ‘Want ja, hij wordt er niet jonger op. Misschien zou hij volgend jaar wat meer wereldbekers moeten rijden, drie of vier in plaats van twee. We hebben allemaal gezien dat dat nodig is om het goede gevoel op de mountainbike te behouden. Het gaat om de fijne motoriek, die verlies je als je het te weinig doet. Dat weet hij, en zijn entourage ook. Maar het moet natuurlijk wel passen.’
Van der Poel moest de kop van de wedstrijd zondagmiddag al in de derde van negen ronden laten gaan, tot verbijstering van zijn vele fans in Crans-Montana. Na een prachtige opleving zakte hij al even mooi ineen – vintage Van der Poel. ‘Dan is het nog een lange wedstrijd’, zei hij na afloop. ‘Vooral mentaal.’ Aan uitstappen had hij niet gedacht. ‘Dit is de enige discipline waarbij het leuk is om dan te blijven rijden. Ik voel me tenminste weer een echte mountainbiker en heb hier een leuke week gehad.’
Maar nu is het genoeg geweest. Van der Poel zette ter plekke een streep onder zijn seizoen. Geen WK gravel, geen EK op de weg. Negen maanden pieken met af en toe een weekje pauze is te veel geweest. Hij is toe aan vakantie. ‘Even de fiets aan de kant en rusten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant