Home

Ineens belde ik met iemand op een bedreigd oceaaneiland

In deze rubriek vertellen we wat er speelt op de redactie. Deze weken nemen NU.nl'ers de rubriek over van de hoofdredacteur. Met dit keer: hoe klimaatverslaggever Emma van Bergeijk in contact kwam met inwoners van eilanden die onder water verdwijnen.

De telefoonverbinding kraakt en valt af en toe weg. Het is juli en ik bel met de 29-jarige Lilly Teafa uit Tuvalu. Het gonst in de eilandstaat in de Stille Oceaan, vertelt ze. "Iedereen hier heeft het erover." Die week wordt duidelijk dat 280 Tuvaluanen asiel krijgen in Australië.

Voor ik je vertel hoe ik in vredesnaam in contact kwam met iemand op een van de meest afgelegen plekken ter wereld, moeten we even terug naar eerder deze zomer. Ik zag in Australische media berichten over de eerste 'klimaatvisums' die mensen in Tuvalu zouden krijgen.

Dat sprak enorm tot mijn verbeelding: hoe moet het voelen als je voor de keuze staat om te vluchten voor iets existentieels als de klimaatcrisis? Ik wilde die vraag graag voorleggen aan de mensen die het meemaken.

Ik ben mails en zelfs chatberichten op Facebook gaan sturen naar allerlei lokale instanties, zonder succes. Ik kamde mijn contactenlijst uit: ken ik íémand die mij in contact zou kunnen brengen met inwoners van deze eilandstaat middenin de Stille Oceaan?

Ineens moest ik denken aan Cynthia Houniuhi. Ik sprak haar een jaar geleden tijdens de zittingen van de gigantische klimaatzaak in het Vredespaleis in Den Haag die zij ooit is begonnen. Ze komt uit de Salomonseilanden, relatief dicht bij Tuvalu. Ik berichtte haar. En ja hoor: Cynthia beloofde rond te vragen. Vrij snel koppelde ze me aan Lilly, die zij weer kent via de klimaatbeweging. En zo hing ik een uurtje later al aan de telefoon met Tuvalu.

Lilly en ik zijn even oud, maar zij heeft heel andere zorgen dan ik. De grond onder haar voeten wordt letterlijk steeds kleiner. De klimaatwetenschap laat zien dat kleine eilandstaten zoals Tuvalu extreem kwetsbaar zijn voor zeespiegelstijging en onbewoonbaar kunnen worden. Sommige eilanden lopen het risico helemaal te verdwijnen.

De enige keer dat ik zelf een visum heb moeten aanvragen, was toen ik als student op uitwisseling naar de Verenigde Staten ging. Terwijl Lilly voor de vraag staat: laat je alles achter en ga je je permanent vestigen in een land dat in alles verschilt van waar je vandaan komt?

Zo leven Tuvaluanen van kleinschalige landbouw en visserij. Het geïndustrialiseerde Australië heeft een relatief groot aandeel in wereldwijde broeikasgasemissies en draagt daardoor bij aan de grootste bedreiging van Tuvalu. De gemiddelde Australiër stoot jaarlijks 14,5 ton CO2 uit, meldt Our World in Data. Voor een Tuvaluaan is dat 1 ton; Nederlanders zitten er met 6,5 ton tussenin.

Mede daarom heeft Lilly gemengde gevoelens over het klimaatvisum. "Het geeft aan dat er geen hoop meer is voor Tuvalu en dat je maar beter nu kunt vertrekken", zegt ze. Maar volgens haar heeft het meer nut als Australië ambitieuzer klimaatbeleid voert in plaats van visums te verstrekken.

In tegenstelling tot veel familie en vrienden vraagt Lilly dan ook geen visum aan. Ze blijft koste wat het kost op het eiland waar ze is geboren en getogen. Een krachtig verhaal, vind ik. Een verhaal dat het bovendien verdient om te worden verteld.

Dankzij het contact met Cynthia en Lilly is er een compleet nieuw netwerk voor me opengegaan. Mensen die je normaal niet snel zou tegenkomen, zijn ineens binnen handbereik voor een interview.

Voor journalisten is het belangrijk om verder te kijken dan onze eigen bubbel. Of dat nu in Nederland of aan de andere kant van de wereld is. We moeten onze horizon blijven verbreden.

Een goed netwerk is dan ook cruciaal voor ons vak, want tegenwoordig reizen we niet meer overal heen om verhalen te maken. Dat scheelt tijd en je hoeft de wereld niet over te vliegen.

Dankzij onze contacten kunnen we ook de verhalen vertellen die je niet van je vrienden, buurvrouw of familie hoort - maar die er net zo goed toe doen.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next