Tentoonstelling Het Missiemuseum in het Limburgse Steyl kampte lang met een koloniale blik. Met het 150-jarige jubileum openen ze een tentoonstelling die reflecteert op toen en nu.
Een schedel in een vitrine in het Missiemuseum in Steyl, als onderdeel van de tentoonstelling Collectie Verzet. Foto Chris Keulen
Bijna een eeuw, sinds 1931, stond de tijd stil in het volkenkundig en natuurhistorisch Missiemuseum in het kloosterdorp Steyl, in Noord-Limburg. Paters toonden hier vitrinekasten boordevol duizenden objecten, opgezette dieren, kunst- en gebruiksvoorwerpen uit Azië en Afrika. Zij waren verbonden aan de Congregatie van het Goddelijk Woord, opgericht in 1875. Het museum diende om aanstaande missionarissen te laten weten naar welk land ze afreisden. Ook was een belangrijk doel de noodzaak van missie te laten zien door culturen als ‘primitief’ te presenteren.
Tentoonstelling
De Collectie Verzet. Missiemuseum Steyl. T/m 1/3. Inl: missiemuseumsteyl.nl
Die koloniale blik moest veranderen. Het 150-jarig jubileum is aanleiding voor de tentoonstelling De Collectie Verzet, waarin zestien nationale en internationale kunstenaars kritisch reflecteren op de tijd van toen en het museum anno nu. „Het ‘verzet’ uit de titel betekent dat we de objecten als het ware in opstand laten komen tegen die eeuwenoude beeldvorming,” zegt gastcurator Oscar Ekkelboom, kunsthistoricus aan de Radboud Universiteit die onderzoek doet naar hoe hedendaagse musea omgaan met dekoloniale vraagstukken.
Vooral een vitrine met vijf versierde mensenschedels uit Nieuw-Guinea, omkranst door speren, zorgt voor een gevoel van onbehagen. Destijds stond er een bordje bij, ‘Menseneters’. „Dat kan nu niet meer,” zegt conservator Paul Voogt, die in Nieuw-Guinea op zoek ging naar de herkomst ervan. Hij stelde het Nationaal Museum in de hoofdstad Port Moresby voor de schedels terug te geven; dat hoefde niet per se, met als argument „dat de schedels ons weleens vijandig gezind konden zijn.” Wat nu? Deze vraag krijgt een fascinerende uitbeelding: in een vitrinekast ligt een versierde schedel met witte kaurischelpen als ogen. Ernaast staat een lege vitrine, een andere vitrine is deels gevuld met aarde en een derde bevat ook een schedel, maar door wazig plexiglas zo goed als onttrokken aan het oog. Voogt: „Dat zijn de vier mogelijkheden met de schedels om te gaan: begraven, nooit meer of nauwelijks zichtbaar exposeren en tot slot wél tentoonstellen.”
Een schedel wordt op een sokkel geplaatst in het Missiemuseum in Steyl. Foto Chris Keulen
De uit West-Papoea afkomstige kunstenaars Dicky Takndare en Albertho Wanma plaatsen naast de schedels het kunstwerk Where is the Rur?, een reusachtig voorouderbeeld dat de „gehele bevolking van Nieuw-Guinea symboliseert”, legt Takndare desgevraagd telefonisch uit. De handen die ogen en mond bedekken, duiden op eeuwenlange repressie. Het beeld houdt een baby in de ene hand en een klok in de andere. Takndare: „De baby betekent vruchtbaarheid en toekomst terwijl de klok laat zien dat ons nog weinig tijd rest voor de voorouderverering, zoals wij die belijden. Daarbij staat ‘Rur’ voor de menselijke geest die, na iemands dood, terugkeert naar dit beeld, de Korwar. Door de missionarissen was dit ‘bijgeloof’ verboden.”
Enkele missionarissen van toen leven nog. Voor hen is het museum het meest „ongemakkelijk”, aldus Voogt. „Ze zijn meegegaan met hun tijd terwijl de collectie stilstond.” Daarin is verandering gekomen met de intense dynamiek tussen hoe het vroeger was en deze nieuwe, tijdelijke opstelling. Zo ontwierp Boris van Berkum Eau Décoloniale waarin hij de geuren van het koloniaal verleden vangt, variërend van kamfer (de geur van dit museum) via de geur van het oerwoud tot die van wierook, bij uitstek een katholieke geur. De meest indringende geur is die van metaal die de weerstand uitdrukt van de bevolking tegen de westerse overheersing.
Danielle Lemaire laat zich inspireren door een lied over natuurmythen dat Indoloog en pater Piet Heerkens in 1927 vastlegde op Flores, Het lied van Saka Ladja. Het bezingt het „oer-verhaal” over hoe de mensen „leven, spreken, handelen”. Lemaire reflecteert hierop met grote tekeningen die de kosmos weergeven in wervelende bewegingen. Zij benadrukt de gedeelde spiritualiteit tussen de oorspronkelijke natuurreligie en het katholicisme.
Een van de aangrijpendste installaties is die waarin tientallen gescheurde T-shirts van de Asmat op West-Papoea aan knaapjes hangen, Refashion door Roy Villevoye. Het laat zien dat juist gescheurde kleding een verrijking is, een statussymbool. Het laat een diepgaand contrast zien tussen onze westerse cultuur en die van de Asmat. Wij zijn het die onze blik moeten bijstellen.
Vogels in het Missiemuseum. Foto Chris Keulen
Parfums van Boris van Berkum, ‘Eau Décoloniale’. Foto Chris Keulen
Werk van Roy Villevoye en Fré Calmes. Foto Chris Keulen
Werk van Roos Holleman in Steyl. Foto Chris Keulen
Werk van Timoteus Anggawan Kusno in Steyl. Foto Chris Keulen
Beelden in het Missiemuseum Steyl. Foto Chris Keulen
Die interactie tussen historisch erfgoed en het nu geldt ook voor Unconsensual Despair van Fré Calmes, geboren op Haïti. Een huisaltaar uit de missietijd is voorzien van voodoobeelden die kracht en vrijheid uitdrukken, maar ongewild gevangen zijn in dit altaar. Vandaar de wanhoop uit de titel. Calmes’ kunstwerk en ook het geweven kleed door het Aliwaa Collective uit Colombia zijn krachtige confrontaties met het missieverleden. Dit laatste werk hangt als een gordijn hoog in de ruimte en toont met ingeweven beelden het verzet van de Wayuu-gemeenschap tegen de zoutwinning in hun land. Een verzet dat teruggaat tot de katholieke missie.
Laat je blik gaan van dit kunstwerk naar de historische vitrines die er ook nog steeds staan, en je beseft de diepere betekenis van een collectie die dankzij hedendaagse kunstenaars verzet aantekent. Beladen, omstreden erfgoed, maar dankzij die confrontatie juist ook bevrijdend: er worden nieuwe dimensies toegevoegd.
Source: NRC