AI-hype Chipmaker Oracle beleeft toptijden dankzij de gigantische investeringen van techbedrijven in datacenters, waar het de infrastructuur voor levert. Maar blijft dat zo als de AI-bubbel knapt?
Oracle-medeoprichter Ellison en de Amerikaanse president Donald Trump tijdens een persconferentie in januari, waar Trump investeringen in AI aankondigde.
Het duurde nog geen dag, maar toch. Larry Ellison, de 81-jarige oprichter van het Amerikaanse techbedrijf Oracle, was deze week heel even de rijkste man op aarde. Een opvallende mijlpaal voor de man die al decennia het gezicht is van het bedrijf dat volgens The Wall Street Journal de „saaiste” onderdelen in de wereld van computers ontwerpt en produceert.
Op woensdag maakte Oracle, waarvan Ellison president-commissaris is én 41 procent van de aandelen bezit, bekend dat het komende jaren voor 455 miljard dollar (388 miljard euro) aan AI-gerelateerde opdrachten heeft uitstaan. Het volume in de pijplijn (contracten voor toekomstige omzet, het orderboek) was daarmee vier keer zo groot als in dezelfde periode vorig jaar.
Het aandeel schoot meer dan 40 procent omhoog, Oracle was bijna 1.000 miljard dollar waard, en Ellison zag zijn vermogen met 100 miljard dollar groeien tot 386 miljard, 2 miljard meer dan Tesla-baas Elon Musk bezit. Eind van de dag was het aandeel weer ietsje gedaald en Musk daarmee weer gewoon ’s werelds rijkste, maar Oracle kende desondanks een van de beste weken uit de geschiedenis van het bedrijf.
Oracle – dat onder meer de infrastructuur levert waar datacenters op draaien – profiteert van de gigantische investeringen van techbedrijven in datacenters. Deze fabriekshallen vol servers, chips en kabels worden in hoog tempo gebouwd om in de toenemende vraag aan AI-diensten te voorzien. Naast hardwarebedrijf is Oracle ook ontwikkelaar en leverancier van software: het is onder meer eigenaar van Java, een van ’s werelds populairste programmeertalen, en helpt bedrijven met diensten om hun data beveiligd op te slaan.
Maar Oracle’s grote groei zit vooral in datacenters. Alleen dit jaar al wordt wereldwijd 400 miljard dollar uitgegeven aan de infrastructuur die nodig is om AI-modellen te draaien. En analisten schatten dat de mondiale uitgaven aan datacenters tegen het eind van 2028 de 3.000 miljard dollar zullen overschrijden.
Een van de opvallendste winnaars van dit circus is Oracle, dat al bijna vijftig jaar bestaat en bij elke computerrevolutie vooraan staat als de contracten worden uitgedeeld. Nu ook weer. Oracle-topvrouw Safra Catz zei dinsdag dat Oracle grote nieuwe contracten heeft getekend met alle belangrijke Amerikaanse AI-bedrijven, zoals de techgiganten OpenAI, xAI en Meta, en chipmakers Nvidia en AMD.
Oracle is daarmee een van de bedrijven die profiteren van de AI-hype, zij het een beetje in de schaduw. Vorig jaar werd chipmaker Nvidia, vooral bekend van grafische kaarten in computers, het waardevolste bedrijf ter wereld. Nvidia-chips, zogenoemde GPU’s (grafische processoren) zijn cruciaal voor de ontwikkeling van AI.
Nvidia en Oracle zijn niet de bedrijven die zelf de nieuwe AI-modellen bouwen. Het zijn bedrijven in de tweede ring van de AI-hype: ze maken producten en diensten die de bedenkers en bouwers van AI-modellen nodig hebben om te functioneren. Minder sexy en minder in het oog springend dan OpenAI, xAI, Microsoft, Meta en Apple, die over elkaar heen buitelen met steeds nieuwe, betere, slimmere AI-modellen, maar net zo cruciaal. Oneerbiedig gezegd zijn bedrijven als Oracle de loodgieters van de AI-revolutie.
Oracle heeft daarbij een belangrijke troef in handen: oprichter Ellison, een persoonlijke vriend van de Amerikaanse president Donald Trump. Ellison is een van de techondernemers die het gezicht was van Stargate, het door Trump in januari aangekondigde project waarbij Amerikaanse techbedrijven beloofden 500 miljard dollar in AI-infrastructuur te investeren. Ellison werd ook door Trump genoemd als zijn gewenste koper van TikTok, de Chinese app die zeer populair is in de VS. Of Ellison ook daadwerkelijk interesse heeft in koop van de social media-app is onduidelijk.
Larry Ellison komt van ver. Zoals veel succesvolle techondernemers had hij een zware jeugd, getekend door ruzies met zijn adoptievader. Als student toonde hij vooral interesse in wiskunde en programmeren. De school dropout werkte als techneut bij tal van bedrijven en begon in 1977 met twee vrienden, Robert Miner and Ed Oates, zijn eigen softwarebedrijf, Software Development Labs, dat later werd omgedoopt tot Oracle. Met nauwelijks 2.000 dollar op zak bouwde hij Oracle uit tot een miljardenbedrijf.
Sinds de beursgang van Oracle in 1986 is de koers van het bedrijf aan een enorme opmars bezig. De grootste klap kreeg Oracle tijdens het barsten van de dotcom-bubbel in 2000, maar het bedrijf wist relatief snel te herstellen. Oracle daalde weliswaar 80 procent in waarde en wist pas in 2014 weer de koers aan te tikken die het voor het barsten van de bubbel had, maar de omzet bleef zelfs in die voor internetbedrijven extreem moeilijke periode relatief stabiel.
Dat was mede te danken aan het klantenbestand van Oracle, dat niet alleen in de internetwereld zat, maar ook autobouwer Ford en elektriciteitsbedrijf General Electric van producten en diensten voorzag. Aan infrastructuur voor computers blijft nu eenmaal altijd behoefte.
Het huidige gooi– en smijtwerk met miljarden roept wel terechte vragen op of de wereld met AI niet opnieuw in een techbubbel is beland. Feit is dat AI-start-ups in recordtempo voor miljarden worden gewaardeerd, terwijl nog maar moet blijken of ze ooit een euro winst gaan maken.
Afgelopen twee jaar zijn er honderd nieuwe unicorns (jargon voor jonge techbedrijven die meer dan een miljard dollar waard zijn) geboren. Een daarvan is het Franse Mistral, dat in 2023 werd opgericht en deze week een grote investering door ASML kon noteren. Niet eerder in de geschiedenis gingen waarderingen van techbedrijven zó hard, vooral bij start-ups die zich richten op ‘AI-agents’. Het idee: digitale assistenten gaan ons straks massaal helpen in ons leven, ons werk en ions contact met elkaar. De belofte is daar, maar grote vraag is nog altijd of die ook echt wordt waargemaakt.
Verschillende onderzoeken (van onder meer McKinsey en het MIT) wezen er afgelopen maanden op dat bedrijven die AI gebruiken in hun dagelijkse bedrijfsvoering nog nauwelijks productiviteitsgroei zien. Volgens AI-bedrijven komt dat omdat de techniek nog niet volgroeid is, maar critici denken dat AI hooguit 1,5 procent extra groei op zal leveren. Dat zijn magere resultaten voor een industrie die nu honderden miljarden opslokt.
Geldt het risico van een bubbel ook voor Oracle? Het verschil met de internetbubbel van 2000 is dat de bedrijven die nu het meest investeren – zoals Oracle, Google en Microsoft – gigantische winsten maken en échte omzet genereren, zegt Ties Boukema van investeringsfonds Dawn Capital in Londen. „Het bubbelige van de AI-hype zit hem erin dat waarderingen zijn gebaseerd op beloftes, niet op echte omzet”, zegt hij. „Maar bij Oracle gaat het om échte deals die eraan komen. Dat betekent dat er bedrijven zijn die nu al betalen voor infrastructuur. Geen beloftes, maar serieus geld.”
Het enige waar Larry Ellison misschien wakker van zou kunnen liggen: Oracle’s nieuwe contracten zijn voor een groot deel gesloten met de allergrootste AI-startup van allemaal, ChatGPT-bedenker OpenAI. Van de 455 miljard dollar in het orderboek van Oracle zou 300 miljard afkomstig zijn van een vijfjarig contract met OpenAI, onthulde The Wall Street Journal deze week.
Het bedrijf van Sam Altman loopt weliswaar voorop in de AI-revolutie, maar combineert die positie met nooit eerder vertoonde verliezen. Dit jaar staat de teller op 8 miljard dollar. Ook de omzet van OpenAI lijkt in de verste verte niet op de orders die OpenAI heeft toegezegd bij Oracle te plaatsen. De omzet van Altmans bedrijf bedraagt nu 13 miljard dollar.
Dat roept de vraag op hoe OpenAI de 300 miljard (ofwel 60 miljard dollar per jaar) gaat betalen. Zolang AI nog een goudgerande belofte is, zullen investeerders bereid zijn geld te lenen aan OpenAI om de revolutie gaande te houden. Maar als de stemming omslaat, en de verhalen daarover in de financiële pers stapelen zich inmiddels op, maakt Oracles afhankelijkheid van één partij het bedrijf kwetsbaar.
OpenAI lijkt alleen aan zijn verplichtingen aan Oracle te kunnen voldoen als de groei van de betaalde versie van ChatGPT doorzet. En hoewel de groei van de start-up tot nu toe buitengewoon groot is geweest, kampt OpenAI ook met ‘traditionele’ tech-problemen als een gebrek aan voldoende goed geschoold personeel en slepende onderhandelingen met mede-eigenaar Microsoft over de zeggenschap binnen en de koers van het bedrijf. Hoe die de toekomst van OpenAI en ChatGPT zullen beïnvloeden is nog ongewis.
Ook voor Oracle zelf is het goed gevulde orderboek niet alleen maar goed nieuws. Het bedrijf zal moeten investeren in hardware, zodat de afnemers dat ook daadwerkelijk kunnen afnemen. De kosten die dat met zich meebrengt moet Oracle zelf voorfinancieren. Een bedrijf als Microsoft kan investeringen in AI betalen uit eigen middelen, terwijl Oracle dat alleen kan doen door leningen aan te gaan. De investeringen die het bedrijf het komend jaar wil doen bedragen al meer dan de helft van de totale omzet.
Correctie (13-09-2025): in een eerdere versie van dit artikel werd Safra Catz de topman van Oracle genoemd. Catz is een vrouw, dat is hierboven aangepast.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC