is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Niet de huilende wolven of denderend noodweer bleken gevaarlijk in de Apennijnen, maar een minuscuul plaagbeestje in de hoek van die leuke landelijke B&B-boerderette.
De B&B in het Italiaanse bergdorp van mijn wandelvakantie lag er werkelijk schitterend bij. Links en rechts druivenplantages om het landgoed, en geboomte waarin de Japanse nachtegaal (een exoot uit – gek genoeg – China, die het dolce vita helemaal gevonden heeft) zich jubelend ophoudt, omgeven door groene spechten en een enkele bijeneter.
In de avonduren knorden wilde zwijnen tussen een tropisch krekelkoor. In het donker sloegen troepen boerderijhonden aan op het doordringende wolvengehuil dat door de bergdalen trok. Ze roken het onheil van de Apennijnse wolf, een ondersoort van ‘onze’ grijze wolf. Een denderend onweer met opstekende orkaanwind maakte de natuurbeleving compleet.
Toch kwam het echte gevaar niet van een wolf of storm, maar uit een hoekje van die leuke landelijke B&B-boerderette. Daar moest de tapijtkever huizen. Toegegeven: die kende ik ook niet. Het beestje, een insect van een paar millimeter groot, liet zich niet zien, maar zijn sporen lieten diepe indruk na.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Dat zit zo, leerde ik na uren thuisdokteren. De tapijtkever komt van buiten, maar is binnen dol op textiel, haren en andere resten van dierlijke oorsprong. Die waren ruim aanwezig in die lekker rommelige boerderette vol oude tierelantijntjes. De kever is niet het probleem, maar zijn larven, nog kleiner dan de kever zelf. Die larven zijn óók niet het probleem, maar wel de microscopisch kleine haartjes die zij dragen en vaak loslaten. Wie er gevoelig voor is, kan bij contact (bijvoorbeeld via die vrolijke sprei op het bed, of die lekkere tweezitsbank in de hoek van de kamer) allergische reacties krijgen.
Driemaal raden welke tere ziel weer eens overgevoelig bleek. Het nieuws: Scarabeo del tappeto bijt luis in de pels. Of, voor een andere krant: ‘Terrorkever teistert toerist in Italië’. De bulten (groter dan die van muggenbeten) verschenen eerst op de voeten en benen, enkele dagen later had het bommentapijt van de kever zich ook over de hogere regionen verspreid. Het deed denken aan de bedwants, maar de bultjes zijn anders (weet ik toevallig, maar dat is een ander verhaal). De napalmbommetjes van de kever veroorzaakten een hevige jeuk die zo’n anderhalve week aanhield en zich met antihistamine-gel slechts tijdelijk liet onderdrukken. Hier en daar verschenen, geheel volgens protocol, eczeemachtige plekjes.
Tot zover de natuurverslaggever op pad. Veilig thuis likte ik de wondjes in de studeerkamer. Daar leidt het beestje, dat ook luistert naar de poëtischer naam museumtorretje, voornamelijk een bestaan als ongedierte: wie hem online zoekt, stuit eerst op tientallen commerciële bedrijven die zich gehuld in semiwetenschappelijke namen als ‘Bureau Plaagdierbestrijding’ of ‘Meldpunt ongedierte’ tegen forse tarieven aanbieden om uw woning luchtdicht in plastic te pakken en vol te spuiten met chemische goedjes.
Een leerstuk van de Wageningen Universiteit bood verlichting. Iemand in die Italiaanse B&B moet het de larve moeilijk hebben gemaakt, zo bleek: ‘Als de larve zich bedreigd voelt, rolt hij zich op en steekt zijn haartjes omhoog om zich te verdedigen.’ De universiteit weet ook raad: ‘Door goed te stofzuigen onder en achter bedden, bankstellen en ander meubilair waar geschikt voedsel zich kan ophopen, worden zowel de bron als de insecten zelf verwijderd.’
Inmiddels zit de vakantie erop; het berglandschap op het lijf is weer geëgaliseerd. We moesten maar eens aan het werk. De natuur in.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant