WK Atletiek Na het olympisch goud in Parijs werd het bij de WK in Tokio ditmaal zilver voor het Nederlandse gemengde estafetteteam op de 4x400 meter, achter de Verenigde Staten.
Het Nederlandse gemengde estafetteteam viert de zilveren medaille op de 4x400 meter.
Femke Bol zag haar teamgenoten alweer staan bij de finish in het tot de nok gevulde atletiekstadion in Tokio, zoals ze ze ook zag op het laatste rechte eind van de olympische finale van de gemengde estafette in Parijs. Opnieuw lag er een Amerikaanse loopster voor haar, opnieuw meende ze haar tegenstander nog te kunnen pakken. „Ik dacht: ik ga niet opgeven voor de finish.”
Het was net te weinig dit keer. Bol liep in haar slotronde van de vijfde plek naar voren, maar ze kwam achter de VS als tweede over de finish met een tijd van 3.09,96 tegen 3.08,80 voor de Amerikanen. De gemengde estafetteploeg met daarin Eugene Omalla, Lieke Klaver, Jonas Pfijffers en dus Bol pakte op de openingsdag van de WK atletiek na een race vol trek- en duwwerk op het tartan zilver op de 4x400 meter. Achter hen werd België derde.
Zo werd de oranje prijzenkast weer bijgevuld. De afgelopen jaren won de combinatie van mannelijke en vrouwelijke 400 meterlopers olympisch goud (in 2024 in Parijs), een zilveren WK-medaille (in 2022 in Eugene) en een Europese titel indoor (dit voorjaar in Apeldoorn) en pakte de ploeg een derde plek op het EK outdoor (in 2023 in Rome). De wereldtitel leek er in 2023 ook in te zitten, tot Bol daar in de laatste meters ten val kwam.
Femke Bol kwam als slotloopster net te kort om de Verenigde Staten nog te achterhalen. Foto Dylan Martinez/Reuters
Van teleurstelling wilde de Nederlandse atleten echter niets horen. „Het niveau is gewoon heel hoog en groeit elk jaar weer”, zei Klaver na de race. „Dat we weer zilver winnen is gewoon echt heel knap”, vulde Bol aan.
Het al bijna normaal voelende succes op de estafettenummers is het resultaat van ‘Project 400’, een ambitieus plan dat de Atletiekunie in 2019 opstartte om van Nederlandse atleten, die met hun lange en sterke ledematen uitermate geschikt zijn voor het rondje om de atletiekbaan, de beste 400-meterlopers ter wereld te maken.
Onder leiding van coaches Laurent Meuwly, die in Zwitserland al had laten zien van middelmatige atleten geweldige estafetteteams te kunnen maken, en Bram Peters ontstond er op Papendal een trainingsgroep van 400-meterlopers van hoog niveau, met uitzonderlijke talenten als Bol, Klaver en Liemarvin Bonevacia als aanvoerders.
Meuwly kon het nieuwste succes zelf niet aanschouwen. In de Japanse hoofdstad liggen de trainingsbaan en het stadion een kwartier rijden van elkaar, en omdat andere atleten ook zijn aandacht nodig hadden, haalde de Zwitserse coach het niet op tijd op de tribunes te zijn. Erg jammer vond de ploeg dat niet. „Ik denk dat het vooral jammer is voor hem”, zei Bol. „Wij zien ze alleen maar heel vaag ergens bovenin zitten.” Het team rende er niet anders door, vulde Klaver aan.
De twee vrouwelijke estafettelopers zijn al jaren de twee pilaren waarop de gemengde en vrouwelijke estafetteteams zijn gestut. De spotlights zijn meestal voor hen, omdat Bol en Klaver ook individueel prijzen pakken en Bol als slotloopster vaak aan een succesvolle inhaalrace begint.
Maar de mannen spelen ook een belangrijke rol voor de gemengde estafetteploeg, benadrukken hun vrouwelijke teamgenoten in de mixed zone. „Ik haat het als ik ergens over ‘Bol & co’ lees”, zegt Bol, die verreweg de meeste aandacht krijgt als het gezicht van de Nederlandse atletiek. „Zo is het niet. Dit is Team Nederland, we doen dit met zijn allen, iedereen moet zijn stuk doen, dat is zo belangrijk.”
Voor de 22-jarige Pfijffers was de situatie onwerkelijk: hij loopt in Tokio zijn eerste grote toernooi en pakte in de tweede WK-race van zijn carrière meteen zilver. Naast hem stond Omalla die daar ook ervaring mee heeft, nadat hij in Parijs als debutant de olympische titel pakte. „Jonas stond vandaag echt zijn mannetje in een moeilijke race”, zei Bol als een ware aanvoerder. „Dat wordt nog wel eens onderschat.”
Hij had de druk wel gevoeld vanochtend, vertelde Pfijffers lachend. „Ik heb geprobeerd te genieten, maar het was gewoon lastig.” Hij belandde in zijn rondje in het gedrang, maar wist rustig te blijven. „Het was echt een kluit, en je ziet iemand voorbij gaan; ik wilde er graag achteraan. Maar ik bleef mijn eigen ding doen en ik kwam op de laatste honderd meter nog in de buurt.” Daarna zag hij Bol naar het zilver lopen. „Je kan bijna geen betere entree maken”, zei Pfijffers met een grote lach op zijn gezicht.
Voor Bol en Klaver zal deze medaille ook een revanche zijn geweest voor de vierde plaats die ze vier jaar geleden in hetzelfde stadion haalden, op de Olympische Spelen van 2021. Tot 100 meter van de finish lag slotloper Angela Ramsey eerste, maar op de streep miste Nederland op 0,14 seconden het brons, wat toen nog een unieke medaille was geweest.
Dat is niet langer het geval, maar mensen moeten niet gaan denken dat ze nu ontgoocheld zijn met dit resultaat, zei Klaver. „Dat voelen wij vieren en onze staf niet.” Ze vierden het misschien niet uitbundig – op de baan bleef het bij een paar groepsknuffels – maar de stemming was opperbest, zei Klaver. „Ja, we zijn blij.”
Dat Bol met haar lange, soepele passen op het laatste rechte eind nog zo dichtbij de Amerikaanse kwam, onderstreept alleen maar hoe goed het team en zij is. „Die finale van Parijs wordt door iedereen als legendarisch gezien, en we doen ons best om elke keer zo dichtbij mogelijk te komen”, zei Bol. „Maar we zijn niet elk toernooi legendarisch.”
Source: NRC