Onderwijs
Vorige week begon het nieuwe schooljaar en klikte ik voor het eerst sinds de zomervakantie Magister aan – en voor het laatst, zo nam ik me voor. Een lege pagina blonk me tegemoet. Die zou niet lang leeg blijven, wist ik uit de voorgaande twee middelbare schooljaren. Binnen de kortste keren zou de webpagina zich vullen met meldingen over onze puber.
Eerst zouden de vinkjes „te laat” komen, gevolgd door „huiswerk niet gemaakt” en „boek vergeten”. Daarna zouden de cijfers volgen; een 2 voor Duits en wiskunde, een magere 5 voor geschiedenis en heel af en toe een 7, voor aardrijkskunde en Engels.
Voor de mensen zonder tieners: Magister is een leerlingvolgsysteem voor middelbare scholen waarin docenten cijfers zetten, huiswerk noteren, en bovengenoemde meldingen kunnen delen.
Over de cijferlijst in Magister is al veel gezegd. Dat de cijfers ieder moment van de dag in het systeem kunnen worden gezet zonder feedback van de docent en dat kinderen en ouders deze direct kunnen zien – voor het slapengaan, tijdens het eten, na het sporten – leidt tot stress.
Over dat andere aspect van Magister, de mogelijkheid om vooral negatieve feedback te geven, is minder gezegd. Afgelopen zomer deed Felienne Hermans een oproep in de Volkskrant. Naast hoogleraar informatica is ze ook docent op een middelbare school, en wat zij daar moet doen, bevalt haar niet. Aan het eind van de les moet ze in Magister aanklikken welke leerling niet op tijd was, zijn boeken niet bij zich had of zijn huiswerk niet had gemaakt.
Het draait enkel om niet – negativiteit dus – en nooit om wél. Ze kan, schrijft ze, „geen complimentjes uitdelen, of aanklikken wie inzet toonde, of goed samenwerkte”.
Stop daarmee, zegt Hermans. Vanaf dit schooljaar vult ze daarom niets meer in en ze roept andere docenten op hetzelfde te doen: een Magister-boycot.
Onze puber scoort regelmatig een vinkje, en soms zelfs drie vinkjes in één les. Dat is vervelend – ik ga hier niet betogen dat lesgeven aan een ongemotiveerde puber leuk is. Maar ik heb de afgelopen twee jaar ook gezien dat die negatieve beoordelingen niet leiden tot meer motivatie, eerder tot minder. In de trant van: als ze alleen het slechte willen zien, kunnen ze het krijgen ook.
Dit voorjaar besloot ik bij de grootste vinkjesuitdeler langs te gaan. Hij stak van wal met een litanie over lage cijfers, gebrekkige concentratie, een rugzak waar altijd wel een boek, schrift of pen ontbrak. In mijn ooghoek zag ik de puber steeds kleiner worden.
„Maar wat vindt u van hem als persoon”, onderbrak ik de docent.
„Hoe bedoelt u?”
„Nu, toont hij respect voor docenten, is hij aardig naar klasgenoten, ruimt hij zijn rotzooi op of gooit hij de snoeppapiertjes voor de voeten van de schoonmakers neer?”
„Oh”, zei de man, „bedoelt u dát. Ja, als we de lat zo laag gaan leggen …”
Natuurlijk, er zijn andere docenten die wel de mens in de puber zien. Begin juni mailde een van hen: „Op dit moment verstoort hij de les zo dat andere leerlingen niet goed aan werken toekomen. Zonde, want begin dit jaar […] was het erg fijn hem in de les te hebben.”
Er volgde een stevig gesprek aan de eettafel, de puber kleurde rood en beloofde beterschap, waarna de docent drie weken later mailde: „Zijn werkhouding is enorm verbeterd. Het is fijn hem weer op deze manier in de les te hebben.”
Magister staat niet op zichzelf, het maakt onderdeel uit van een groter systeem waarin de mens nooit meer alleen is – er kijkt altijd iemand mee. En negatief gedrag wordt doorgaans als eerste opgemerkt.
Ook tieners kunnen 24/7 worden gemonitord; via Magister, waardoor ouders weten dat hun kind te laat was nog voordat het thuis is om hen dit zelf te vertellen; via een volgfunctie op de bankrekening die hen vertelt waar en wanneer hun kind geld heeft uitgegeven (één euro bij de supermarkt? Dat moet een energiedrankje zijn!); via een tracker op hun mobiele telefoon die hen laat weten waar hij nu weer uithangt.
Maar iedereen heeft recht op privacy en (kleinere) geheimen, ook en misschien wel vooral pubers. Volwassen worden bestaat uit vallen en opstaan, leren van fouten. Maar om probleemoplossend vermogen te kweken, moeten pubers niet alleen eerst in de problemen komen, ze moeten ook de tijd krijgen om zelf met een oplossing te komen. Een ander vermogen, om situaties in te schatten, vergt ook tijd. Komt mamma chagrijnig thuis vanwege een voorval op haar werk? Beter vertelt het kind morgen dat hij te laat was.
Dit alles vraagt om vertrouwen – hoe moeilijk dat soms ook is. Maar wat leert een ouder zijn kind door hem steeds te volgen? Juist, dat ‘ie het niet (helemaal) vertrouwt.
Daarom sluit ik me aan bij de oproep van Felienne Hermans. Neem ik me voor om niet langer op Magister te kijken. Ook plaats ik geen locatie-app op de telefoon van de puber.
Die was het met het besluit eens. „Heeft te maken met vertrouwen”, bauwde hij mij na. „Maar het zou natuurlijk wel handig zijn als ik jou kon tracken, dan hoef ik je niet te bellen hoe laat je thuis bent voor het eten.”
Ik keek hem aan.
Hij grijnsde.
„Je denkt zeker dat ik gek ben”, zei ik. „Ammehoela.”
Source: NRC