Leden van de Staten-Generaal,
Het is verleidelijk om bij de start van dit parlementaire jaar nog een keer terug te blikken op de prachtige sportzomer van 2024, die heeft aangetoond waartoe ons mooie land in staat is. Een zesde plaats op de medaillespiegel van de Olympische Spelen en een vierde plaats bij de Paralympische Spelen. Ik refereerde hier ook al aan in de openingszinnen van de troonrede van vorig jaar. En laten we wel wezen, er is sindsdien weinig gebeurd dat ons reden geeft tot vreugde.
Ons land staat voor grote uitdagingen. Niet alleen binnen onze landsgrenzen, maar ook daarbuiten. Vorige week nog drongen vijandelijke drones het luchtruim van onze Poolse bondgenoot binnen, vakkundig neergehaald met behulp van de Nederlandse luchtmacht. De brandhaard in het Midden-Oosten die al decennia onophoudelijk woedt, is ontaard in een vuurzee, waarvan de gevolgen, ook in ons land, dagelijks voelbaar zijn. En Oekraïne, heb je ook nog.
Het recente geweld in de Verenigde Staten, waar een politiek activist op klaarlichte dag werd doodgeschoten, dreunt in de hele wereld na. En ook in ons land is sprake van een groeiende polarisatie, aangewakkerd door links, door sociale media en iets wat nog het beste te omschrijven valt als een soort voetbalkantine, maar dan op tv.
De viering van middelmaat en de ongegeneerde ophemeling van anti-intellectualisme heeft ons de afgelopen jaren opgezadeld met een diep wantrouwen in onze instituties, met Thomas van Groningen, Angela de Jong, en – uiteindelijk – een demissionair kabinet. Een demissionair kabinet dat terugkijkt op een regeerperiode waarin het – en zo eerlijk moeten we gewoon zijn met z’n allen – werkelijk niets voor elkaar heeft gekregen. Het zou een moment kunnen zijn om eens kritisch in de spiegel te kijken. Meer dan een jaar formeren en dan (maak armgebaar naar hele ruimte) hiermee aan komen zetten. Hoe krijg je zo veel onkunde in één kabinet gepropt? Met coalitiegenoten die elkaar van meet af aan bij het minste of geringste zwartmaakten en dat uiteindelijk niet één, maar twee keer viel.
Natuurlijk weten we allemaal aan wie dat lag. Want ons land staat voor een periode met grote uitdagingen. Een nijpend woningtekort, klimaat, woke, stikstof, maar dus vooral: asielzoekers. Tegelijkertijd is het zaak om altijd voor ogen te houden wat Nederland is. Want er blijft meer dan genoeg over om trots op te zijn. Een land waar niemand, althans niemand die ik ken, in armoede hoeft te leven. Een land dat nog geen anderhalf jaar geleden zesde werd op de medaillespiegel. Een land waar een kind kan opgroeien met de gedachte dat hier werkelijk iedereen minister kan worden, al is het maar van Landbouw. Een land waar zieke kindjes uit Gaza helaas niet terechtkunnen voor acute medische hulp, maar wel aanspraak maken op hypotheekrenteaftrek, mochten ze in de gelukkige situatie terechtkomen dat ze hier ooit een koophuis weten te bemachtigen.
Enfin. Ons land staat voor grote uitdagingen. En natuurlijk betekent de demissionaire status van het kabinet terughoudendheid in het doen van nieuwe voorstellen. Toch zijn er onderwerpen die hoe dan ook om daadkracht vragen. Vandaar dat dit demissionaire extraparlementaire rompkabinet (lees: Mona) daar vanaf nu echt mee aan de slag gaat.
* Om obesitas bij kinderen tegen te gaan, houden we de inflatie bewust op peil, zodat zij minder energiedrankjes, Breakers en Milky-ways kunnen kopen. Ook het fietsen op een mechanische fiets wordt gestimuleerd door de introductie van de verplichte ‘nerdhelm’ voor fatbikes.
* Het bouwen van nieuwe woningen wordt tijdelijk stilgelegd, totdat het vraagstuk van de voorrang voor statushouders is opgelost. De stikstofruimte die daarmee wordt gecreëerd, wordt verkocht, waarmee de boetes van het COA voor het overvolle Ter Apel voor de komende jaren zijn gedekt.
* Grote uitdagingen (maar gelukkig AI).
Leden van de Staten-Generaal,
Het vertrouwen in de politiek is historisch laag. Bij mij ook wel, zeg ik er even eerlijk bij. Over enkele weken gaat Nederland weer naar de stembus. Een heilig ritueel in een gezonde democratie waarin grote ideeën over de toekomst van ons land tegenover elkaar worden gelegd, zodat het Nederlandse volk een geïnformeerde keuze kan maken over de manier waarop ons land weer vlot getrokken kan worden. Tegelijkertijd is dat natuurlijk vreselijk saai (maak gaapgebaar). Dus we kunnen ook polarisatie de verdere koers laten bepalen en het samen met de dienstdoende Sven Kockelmann alleen nog maar hebben over peilingen en over met wie je allemaal als gemarginaliseerde VVD straks per se niet wil regeren. En natuurlijk over asielzoekers.
Lang leve de koning. Hoera. Hoera. Hoera.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns