Vitesse verloor bij zijn rentree in het betaald voetbal van Jong AZ (4-0), maar behaalde een overwinning met meer waarde: Vitesse voetbalt weer.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
‘Wij gaan Europa in’, zingen 180 supporters van Vitesse op het moment van de aftrap van het duel dat de rentree in het betaald voetbal markeert. Het is de overdrijving die hoort bij de opluchting. Europa is heel ver weg, hier in Wijdewormer, in de eerste divisie, en niet alleen om de schrobbering met 4-0.
Later gieten ze een scheutje cynisme in hun gezang: ‘Nooit meer naar Arnhem’, als herhaling van teksten van NEC-rivalen een tijdje geleden. Toen was Vitesse weg, maar dat was dus toen. Vrijdag om 20.00 uur is alsnog de aftrap van de eerste wedstrijd van het seizoen, tegen de vijfde voor Jong AZ. Vitesse met een nieuwe selectie, met sommige profs die pas deze week tekenden en elkaar leerden kennen. Hallo, ik ben Maximilian. Hallo, ik ben Elias. Af en toe combineren ze aardig, voor rust met name, al blijft de hunkering naar het eerste doelpunt onbeantwoord.
In staat van hoge opwinding kijken supporters in geel-zwart naar spelers als Maximilian Brüll, Moustafa Moustafa, Ricardo-Felipe Schwarz en natuurlijk de 36-jarige aanvoerder Alexander Büttner. In moeilijke tijden bleef hij de woordvoerder, de speler met het clubhart. Altijd trainen, hopen en aanmoedigen. Nooit versagen.
Ook de supporters wennen aan nieuwe voetballers. ‘Huth, Huth, Huth’, zingen ze als Elias Huth warmloopt, een 28-jarige spits die deze week kwam van Jahn Regensburg. Het duel, diep in de polder van Noord-Holland, voltrekt zich in het stadionnetje op het trainingscomplex van AZ, met plek voor slechts 180 supporters uit Arnhem. De wedstrijd is het symbool van de wedergeboorte. Vitesse was verdwenen, gestraft voor onder meer misleiding van de KNVB in het wilde verleden met financiële bokkensprongen van onder anderen Russen, Georgiërs en Amerikanen. De club kreeg geen licentie meer, huilde, vocht, zag de gemeenschap als één geel-zwarte massa opveren en won uiteindelijk het turbospoedappèl, waarvan menigeen nog nooit had gehoord.
Na het drogen van de nieuwe tranen, van vreugde deze keer, begon de wederopbouw. Het licht ging weer aan, letterlijk, het gras werd weer gemaaid. Een strategisch plan is in de maak, om Vitesse duurzaam te laten voortleven, met nog altijd een begroting van 15 miljoen euro, bijna twee keer zoveel als Telstar in de eredivisie. Maar Vitesse is een grotere club, met een uitgebreide jeugdopleiding, met een duur stadion dat binnenkort bijna 2,5 miljoen huur ontvangt.
De chaotische drukte met transfers bepaalde de afgelopen week, met reeds vertrokken (jeugd)spelers die terugkeerden op Papendal, met anderen die een contract verdienden, onder meer na een testwedstrijd waarbij trainer Rüdiger Rehm hoog in de videotoren zat met een lijst met nummers, om het onderscheid te maken tussen goed en slecht. Tijdens de training van donderdag rende een enkeling naar kantoor om op tijd een laatste handtekening te zetten. En zie, vrijdag, een lijst met 22 spelers, met een Duitse tint, vanwege de Duitser Timo Braasch, de technisch directeur.
Best talentvol hier en daar, maar nog niet genoeg samen getraind om het Jong AZ, dat nog geen punt had, moeilijk te maken. En zij die wel trainden de afgelopen weken, deden dat toch met de onzekerheid of de club zou blijven bestaan. Dat is dus gelukt, al begon Vitesse met twaalf punten in mindering op de ranglijst.
Of de nog af te leggen weg lang is? ‘Heb je even?’, stelt Michel Schaay de wedervraag. Schaay, woordvoerder van de zogenoemde Sterkhouders, de nieuwe aandeelhouders, is deze avond vooral trots. Hij staat langs de lijn. ‘Dit is toch fantastisch. Dit is mooier dan de Champions League.’ De zogenoemde Airborne wedstrijd van volgende week in stadion Gelredome is al uitverkocht, met bijna 30 duizend toeschouwers. Schaay: ‘Vrijdag begon de vrije verkoop. Drieduizend kaarten verkocht in een kwartier.’
Langs de lijn staat ook Marcel van Roosmalen, programmamaker en de bekendste supporter van Vitesse, die nota bene een tijdje woonde in Wormer. ‘Het heeft zo moeten zijn’, zegt hij met het toontje dat hem kenmerkt. Van Roosmalen liet in de afgelopen maanden zijn emotie de vrije loop, viel de KNVB aan om het laten verdwijnen van het bolwerk. Hij bezocht rechtszaken, gebruikte zijn podia in de media en is nu ‘ontroerd’.
Hij wijst naar de 180 supporters achter het doel. ‘Ik heb niets met die mensen, maar ik ben blij dat ik ze zie. Dit is de verbinding van alles en iedereen die met Arnhem te maken heeft, liefhebber van voetbal of niet. Wij zijn herboren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant