is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Zie ik Ronald Koeman, dan word ik meteen teruggekatapulteerd naar een andere tijd en een andere plaats: 1981, Herestraat, Groningen. Als regelmatige bezoeker van het Oosterparkstadion herkende ik het grote talent van de FC onmiddellijk: hij zat aan een tafeltje bij de McDonald’s, naast hem zat zijn vriendin Bartina. Ze spoelden een Big Mac weg met een milkshake – topsporters deden destijds nog niet zo paniekerig over hun dieet.
Dat McDonald’s 45 jaar later nog altijd op dezelfde plek is gevestigd is een troost, verder is alles anders: Ronald is nu 62, Bartina 64, hun zoon is keeper van Telstar en waar Ronald ooit triomfen vierde, herinnert alleen de Piet Fransenlaan nog aan vroeger.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ronald Koeman is geworden wat je destijds al kon voorzien: bondscoach. Hij was 17 en als de FC een penalty kreeg, pakte hij onverstoorbaar de bal en joeg hem in de hoek. Dat je dacht: als die straks is uitgevoetbald wil hij toch de baas blijven en wordt hij daarom maar trainer. Zo ging het precies.
Hopelijk malen Ronald en Bartina for old times’ sake nog weleens een hamburgertje weg – desnoods een Veggie McChicken.
De trainerscarrière van Ronald Koeman begon wat clubs betreft bij Vitesse en eindigde, een kleine kwarteeuw later, bij Barcelona. Drie landskampioenschappen telt zijn palmares, twee met Ajax, een met PSV. Dat kun je moeilijk indrukwekkend noemen, maar misschien lag dat niet aan hem.
De dienstverbanden van Koeman waren doorgaans tamelijk kort, alleen bij Ajax (4) en PSV (3) hield hij het langer uit dan één of twee seizoenen. Ook dat zegt niet alles, mogelijk had hij last van onrust in de kont en kon hij passerende treinen die maar één keer langskwamen niet weerstaan.
Koeman is nu bezig aan zijn tweede periode als bondscoach. Ditmaal is het de bedoeling dat hij Nederland naar het WK leidt en ons vervolgens wereldkampioen maakt. Zo moeilijk kan dat niet zijn, volgens de kenners hebben we een elftal vol spelers van pure wereldklasse.
De afgelopen week sloop er na het gelijkspel tegen Polen en de moeizame zege op Litouwen twijfel in de gelederen. Koeman schakelde zelf ook een tandje terug: hij noemde Oranje een elftal dat bij de Europese top hoort. Misschien ook wel bij de Europese subtop of de Europese middenmoot, maar dat zal de toekomst uitwijzen.
Ik moest aan de jonge, zorgeloze Koeman denken toen deze week bleek dat bondscoach Koeman er niet van op de hoogte was dat plaatsing voor het WK eventueel beslist zal worden op doelsaldo. Koeman dacht dat het onderlinge resultaat telde. Hij zei dat hij nu eenmaal niet zo bezig was met de procedures en vond dat Nederland gewoon eerste moest worden in de poule. ‘Ik heb al mijn hele leven moeite met het niet winnen van wedstrijden.’
Zo kende ik ’m weer, Sneeuwvlokje. Even resumeren: om wereldkampioen te worden moet je in de finale van het WK zien te komen.
Of Koeman een erg goede of juist een erg matige coach is, weet ik niet. Hij laat mensen in elk geval geloven in zijn eigen onfeilbaarheid. Dat heeft hij van Cruijff geleerd. Ook al leek het nergens op, aan hem kan het niet hebben gelegen. Dat zelfvertrouwen tekent de verrukkelijk ongecompliceerde persoonlijkheid Ronald Koeman – met een beetje mazzel kun je daar ver mee komen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns