Home

Hoe Vitesse zich na de onverwachte redding voorbereidt op de competitiestart – en de toekomst

Voetbal Vitesse begint vrijdag alsnog aan de competitie als profclub. Deze week draaide voor eigenaar Michel Schaay om een vraag die traditioneel alleen leeft bij amateurs: hebben we genoeg spelers? Daarna wachten grotere uitdagingen.

De selectie van Vitesse kent veel nieuwe gezichten in aanloop naar de eerste competitiewedstrijd.

Als Vitesse-eigenaar Michel Schaay ’s ochtends zijn telefoon aanzet, ziet hij zo’n zestig tot tachtig ongelezen berichten. Van collega’s en journalisten, maar vooral van zaakwaarnemers, ouders en voetballers.

Nog geen twee weken geleden probeerden jeugdspelers en profs van Vitesse massaal elders onderdak te vinden. Nu, sinds het Gerechtshof in Arnhem begin deze maand onverwachts oordeelde dat Vitesse voorlopig tóch betaald voetbal blijft spelen, wordt de club overspoeld door aanbiedingen en verzoekjes om mee te doen aan testwedstrijden en proeftrainingen. Jonge talenten, ambitieuze amateurs, ervaren krachten die ergens op een zijspoor zijn beland: allemaal zien ze in Vitesse een onvermoede kans op een profbestaan.

„Voor onze hoofdtrainer [de Duitser Rüdiger Rehm] is dat fantastisch”, zegt Schaay op dinsdagochtend in de bestuurskamer van trainingscomplex van de club op Papendal. „Alsof hij in een snoepwinkel staat”. Veel tijd om zich te verlekkeren aan het aanbod hebben Rehm en zijn Vitesse-collega’s niet. Deze vrijdagavond speelt de club zijn eerste competitiewedstrijd tegen Jong AZ, drie dagen daarvoor staan nog slechts negen contractspelers op het trainingsveld.

Wiebelig perspectief

De korte termijn, „de dag van morgen en overmorgen” zoals Schaay het noemt, eist op dit moment veruit de meeste aandacht op van de zogenoemde ‘sterkhouders’, het groepje van vijf lokale ondernemers dat Vitesse recent heeft overgenomen en waarvan Schaay het gezicht vormt. Dat betekent vooral de selectie op orde brengen. Zodra de eerste wedstrijd is gespeeld, beginnen de inspanningen om de club definitief voor het profvoetbal te behouden.

Drie dagen voor de eerste wedstrijd waren er slechts negen contractspelers bij de training.

Want je zou het in de euforie over de onwaarschijnlijke redding van de club bijna vergeten, maar het toekomstperspectief van Vitesse is nog altijd buitengewoon wiebelig. Sportief: de ploeg van Rehm begint vrijdagavond in de Eerste Divisie met een gehavende selectie en een puntenaantal van -12. Dat laatste is het gevolg van een eerdere straf van de licentiecommissie van de KNVB – een sanctie die wél overeind is gebleven. Tegelijkertijd is de jeugdopleiding door de leegloop van de laatste weken enkele van haar grootste talenten kwijtgeraakt.

Maar vooral bestuurlijk en financieel moet er veel gebeuren om van Vitesse weer een stabiele profclub te maken. De directie bestaat vooralsnog uit één man: de net aangetreden sportmarketeer Ben Mansvelder. Een interim-kracht, net als veel van zijn voorgangers. De belangrijkste beslissingen worden niettemin genomen door Schaay en zijn partners, zíj zijn immers degenen die de club voorlopig financieren.

Zijn ze ook de enig eigenaren van Vitesse? Zo simpel ligt het niet, vertelt Schaay – het eigenaarschap van de club is al jaren diffuus. Er ligt een overnamedeal met de voormalige aandeelhouders, een consortium van vijf buitenlandse geldschieters dat tot frustratie van de KNVB heimelijke banden bleek te hebben met Coley Parry. Dat is de Amerikaan die Vitesse eerder wilde kopen, maar geen openheid gaf over de herkomst van zijn vermogen en daarom geen toestemming kreeg van de voetbalbond.

De afhandeling van de aandelentransactie tussen de sterkhouders en het buitenlandse consortium kent een voorwaarde: Vitesse moet zich hebben verzekerd van de proflicentie. En dat is, ondanks het meest recente vonnis van het Gerechtshof, nog niet definitief het geval. Er loopt nog een bodemprocedure over het intrekken van de licentie. Bovendien moeten de sterkhouders óók nog worden getoetst en goedgekeurd door de licentiecommissie van de voetbalbond.

Voor de dagelijkse gang van zaken bij de club maakt het vooralsnog niet veel verschil. Het geld van Schaay – een serieondernemer die „opgroeide in de automaterialenwereld” en via avonturen in de telecomsector weer „de automotive [is] ingerold” – en zijn partners houdt Vitesse overeind. Een slordige 12 miljoen euro kost het ze in totaal, schat Schaay, om de club volledig in bezit te krijgen en het seizoen uit te spelen. Vitesse had al structureel een tekort op de begroting, nu is het volgens hem ook nog veel inkomsten misgelopen door het – later teruggedraaide – verlies van de proflicentie.

Opportunistische uitgaven

Begin oktober wacht de eerste forse rekening: 2,4 miljoen euro voor de huur van stadion de Gelredome. „Een uitdaging”, noemt Schaay die verplichting. Of en hoe Vitesse dat bedrag gaat voldoen, wil hij nog niet zeggen. „Je moet met alle stakeholders goed in gesprek gaan”, zegt hij enigszins cryptisch. Stadion-eigenaar Michael van der Kuit heeft zich in het verleden niet gevoelig getoond voor verzoeken om de huur te verlagen.

Trainer Rüdiger Rehm kreeg veel aanbod van spelers die elders geen kans kregen.

Duidelijk is wel dat „opportunistische” uitgaven wat Schaay betreft definitief tot het verleden behoren – de club gaf decennia lang meer uit aan spelers dan er binnen kwam. In de jacht op sportief succes is de verleiding groot risicovolle investeringen te doen, erkent hij. „Daar moeten we voor waken.” De lijn is vanaf nu: „Als je één euro hebt, kun je er geen twee uitgeven.”

Supporters hebben daar vooralsnog begrip voor, blijkt even verderop langs het veld waar de Vitesse-selectie de ochtendtraining afwerkt. Al ruim 10.000 seizoenskaarten verkocht de club sinds het vonnis van vorige week. Ook voor uitwedstrijden is de belangstelling zo groot dat vaste bezoeker Ulbe Rozeboom moeite heeft aan kaartjes te komen voor het duel tegen Jong AZ, vertelt hij van onder zijn paraplu. De fans rekenen niet op oogstrelend voetbal, benadrukt hij. „Van dit team kun je niets verwachten.”

De vraag is hoe lang die verwachtingen zo bescheiden blijven. Rozeboom is in zijn hoofd al bezig met het volgende seizoen. „Dan moeten we promoveren. Je kunt geen jaren op het tweede niveau blijven hangen”.

Source: NRC

Previous

Next