Home

Met deze drone wil Taiwan ook in de toekomst China-vrij blijven

Om zich te beschermen tegen een Chinese invasie wil Taiwan massaal militaire drones gaan produceren. Maar de productie van ‘China-vrije’ drones stelt de Tai­wa­ne­zen voor grote uitdagingen.

is China-correspondent van de Volkskrant.

Een zinderend hete zondagochtend op een azuurblauw bergmeer in Taiwan. Vakantiegangers vermaken zich peddelend op SUP-boards, of fietsend op fatbikes langs de oevers. Net buiten het zicht van de drommen toeristen, op een geheime locatie bij een verlaten inham, wordt het Zwaard des Vrijheids te water gelaten. Een muisgrijze maritieme drone.

De Taiwanese overheid gelooft dat zowel vliegende als varende drones als deze onmisbaar zullen zijn in de verdediging tegen een Chinese invasie. Dit jaar richt Taiwan zijn eerste gespecialiseerde drone-eenheden op, en zullen de eerste zeedrones worden opgenomen in de Taiwanese marine.

Het Zwaard des Vrijheids oogt allerminst imposant. In een vrolijker kleurtje geverfd zou het onbemande vaartuig, 2,5 meter lang, zo kunnen doorgaan voor een op afstand bestuurbaar speelgoedbootje. Maar de kracht van drones schuilt vooral in hoe ze in zwermen kunnen samenwerken, vertelt Chen Peng-Chih, de 42-jarige baas van drone-ontwikkelaar Robuff. Zijn zeedrone is vooralsnog slechts een prototype. De start-up hoopt het model vanaf volgend jaar in productie te nemen, ook voor het Taiwanese leger.

In groepjes van zes tot acht kunnen de drones bijvoorbeeld worden ingezet om 48 uur lang op kritieke punten, zoals een riviermonding, te patrouilleren. Zo ontstaat er een defensief vangnet van wat Chen ‘ronddolende ammunitie’ noemt. De zeedrones kunnen ook als lanceerplatform voor vliegende drones dienen, of 100 kilo aan explosieven dragen. ‘Het doel is bovenal om onzekerheid te creëren’, vult Robuff-medewerker Martin Chang aan. ‘Waar is het veilig, waar niet? Dat maakt het voor de tegenstander veel moeilijker om beslissingen te maken.’

Stekelvarkenstrategie

Met die gedachte sluiten de zeedrones van Robuff nauw aan op Taiwans ‘stekelvarkenstrategie’, de militaire doctrine die zich ten doel stelt om de kosten van een invasie voor China onaanvaardbaar hoog te maken. Of zoals Taiwans minister van Defensie Wellington Koo in een recent interview met The Wall Street Journal stelde: ‘Het zou het beste zijn als China elke dag wakker wordt met het gevoel: vandaag is niet de dag om binnen te vallen.’

Beijing beschouwt Taiwan als een afvallige provincie, en sluit het gebruik van militaire middelen om het democratisch geregeerde eiland in te lijven, niet uit. Amerikaanse militaire analisten schatten in dat het Chinese leger vanaf 2027 in staat zal zijn om een invasie op Taiwan uit te voeren. Ondertussen voert China steeds vaker gevechtsoefeningen uit rondom het eiland. Sinds 2022 wordt Taiwan daarbij ook geregeld omsingeld.

De laatste jaren heeft Taiwan zich toegelegd op het ontwikkelen van de capaciteiten voor asymmetrische oorlogsvoering, omdat het China op het vlak van conventionele oorlogsvoering onmogelijk kan bijbenen. China heeft inmiddels een grotere vloot van oorlogsschepen dan de Amerikaanse marine, en een jaarlijks defensiebudget van 280,6 miljard euro. In 2024 bedroeg Taiwans defensiebudget 23,7 miljard euro.

Hellekrocht

Ook de Verenigde Staten, Taiwans belangrijkste bondgenoot, beschouwen drones als essentieel voor de Taiwanese defensie. Een Amerikaanse admiraal stelde dat Taiwan in staat moet zijn om de Straat van Taiwan, de 180 kilometer- brede zeestraat tussen het eiland en China, om te vormen tot een hellekrocht van duizenden vliegende, varende en duikende drones. Zo kan Taiwan op z’n minst een snelle verovering van het eiland voorkomen, en tijd winnen voor bondgenoten om te hulp te schieten – als die daartoe bereid zijn.

De Taiwanese overheid wil de benodigde drones geheel zelfstandig kunnen maken. Zo kan Taiwan ook tijdens een oorlog, waarbij aanvoerroutes naar het eiland waarschijnlijk worden geblokkeerd, drones blijven produceren. Ook mogen de drones uiteraard geen Chinese onderdelen bevatten. Om nu al voldoende productiecapaciteit op te bouwen, wil Taiwan zich ontwikkelen tot ’s werelds belangrijkste producent van ‘China-vrije’ drones.

Band met Oekraïne

Eenmaal losgelaten snijdt het Zwaard des Vrijheids soepel door het vlakke water. Vooruit, achteruit, rondjes draaiend, vrijwel zonder hekgolf. ‘Kijk,’ wijst Chang, ‘zie je dat ons schip twee rompen heeft, als een catamaran?’ Hij vertelt dat die constructie essentieel is om het kleine bootje stabiel te houden in de Straat van Taiwan, berucht om zijn sterke stroming en wilde stormen. ‘Dat is wel andere koek dan op de Zwarte Zee.’

Het is de eerste keer dat de dronebouwers vandaag verwijzen naar de oorlog in Oekraïne, maar zeker niet de laatste keer. ‘Natuurlijk zien we veel overeenkomsten’, vertelt Chang. ‘Oekraïne is klein en Rusland is groot, net zoals Taiwan klein is en China groot. Het is indrukwekkend om te zien hoe Oekraïne ondanks veel beperktere middelen stand weet te houden.’

De manier waarop Oekraïne drones inzet in de oorlog tegen Rusland vormde de directe aanleiding voor Taiwans drone-ambities. ‘De Taiwanezen zagen dat drones een gamechanger waren voor Oekraïne’, aldus Yurii Poita, een China-expert verbonden aan het Oekraïense militair onderzoeksinstituut CACDS. ‘Ze proberen duidelijk zo veel mogelijk van de Oekraïners te leren.’

De oorlog in Oekraïne leert Taiwan onder meer hoe moeilijk het is om China-vrije drones te bouwen. Jarenlang kocht Oekraïne massaal commerciële Chinese drones, die daarna werden omgebouwd voor het slagveld. In 2023 verklaarde de toenmalige Oekraïense premier zelfs dat zijn land 60 procent van alle door het Chinese DJI geproduceerde Mavic-drones opkocht. Inmiddels produceert Oekraïne jaarlijks ongeveer vier miljoen drones zelf, barre noodzaak omdat China de export van DJI-drones aan Oekraïne sterk heeft beperkt. Maar ook die Oekraïense drones zitten nog altijd vol Chinese onderdelen, omdat die veel goedkoper zijn.

Hoge prijs

Ook Taiwan probeert nu Mavic-achtige drones te ontwikkelen, vertelt Poita. Maar waar een originele Mavic ongeveer 3.000 dollar kost, schat hij dat de prijs van de ‘China-vrije’ Taiwanese variant momenteel bijna tien keer zo hoog is. Daarmee gaat het strategische voordeel van dat soort drones eigenlijk verloren, stelt hij. Juist omdat goedkope kamikazedrones in Oekraïne op grote schaal duurdere artillerie kunnen vervangen, leveren ze daar zo’n doorslaggevend voordeel op. Poita: ‘Je moet drones kunnen inzetten als kogels.’

Het drukken van de prijs is misschien wel de grootste uitdaging voor Taiwan, zegt Cathy Fang, mede-auteur van Drones for Democracy en verbonden aan DSET, een onderzoeksinstituut van de Taiwanese overheid. In theorie zou het volgens haar voor de Taiwanese industrie ‘geen enkel probleem’ moeten zijn om massaal hoogwaardige drones tegen lagere prijzen te produceren. Fang verwijst naar Foxconn, de Taiwanese elektronicareus die wereldwijd miljoenen iPhones voor Apple maakt: ‘Hoeveel iPhones produceren zij wel niet?’

Het probleem is dat zulke grote Taiwanese fabrikanten pas in actie komen, stelt Fang, als de vraag groot genoeg is. En die blijft voorlopig beperkt: de Taiwanese overheid bestelde onlangs 50 duizend drones, vanuit Polen kwam een opdracht voor nog geen 1.500. Te weinig om de prijs omlaag te krijgen, en juist die lagere prijs is nodig om de vraag te verhogen. Een klassiek kip-en-eiprobleem.

Hulp uit onverwachte hoek

Toch is er nog geen reden om te wanhopen, denkt Fang: ‘Taiwan concurreert namelijk niet alleen op prijs, maar ook op veiligheid en betrouwbaarheid.’ Juist doordat China zich de laatste tijd steeds onbetrouwbaarder toont als handelspartner, bijvoorbeeld door de levering van zeldzame aardmetalen te beperken, stelt ze dat er kansen ontstaan voor Taiwan om zich als alternatief op te stellen. ‘Met dat soort grove methoden helpt China ons indirect enorm’, zegt Fang.

Ook de makers van Robuff blijven hoopvol. ‘Andere mensen noemen me vaak een pessimist’, vertelt Cheng lachend. Niet zo gek misschien, als je je dag in dag uit bezighoudt met de voorbereiding op het gitzwarte scenario van een Chinese invasie. ‘Maar ik herinner mezelf er elke dag aan dat we optimistisch moeten zijn’, zegt hij. ‘Dat moet toch ook wel, als je een start-up als deze begint? Anders kan ik net zo goed naar huis gaan.’

Beijings strategie met militaire drones

Dat China oppermachtig is op de commerciële dronemarkt is bekend: het Chinese bedrijf DJI heeft ruim 70 procent van die mondiale markt in handen. Ook op het gebied van militaire drones groeien China’s capaciteiten. Dat was goed te zien op de grootschalige militaire parade die vorige week in Beijing werd gehouden.

Zo showde Beijing een onbemand vliegtuig, met een spanwijdte van 14 meter, die de bijnaam ‘loyal wingman’ draagt, omdat het kan meevliegen met een bemand gevechtsvliegtuig en kan bijstaan tijdens aanvalsmissies. Ook toonde het Volksbevrijdingsleger een 18 meter lange onderwaterdrone en tal van antidronesystemen. Niet het meest gevaarlijke, maar wel het opmerkelijkste: zogenoemde ‘robotische wolven’, die zouden kunnen worden ingezet voor verkenningsopdrachten en voor het opruimen van mijnen.

Niet zozeer de individuele wapens, maar hoe ze tezamen met andere wapens werden getoond maakte de meeste indruk op Bryce Barros, een defensietechnologie-expert bij denktank GlobSec. ‘Het lijkt erop dat het Volksbevrijdingsleger serieus nadenkt over hoe het drones gelaagd kan inzetten tegen allerlei soorten aanvallen, van drones tot raketten’, stelt hij. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het moeilijk te beoordelen valt in hoeverre het Chinese leger zulke ideeën in de praktijk kan brengen.

Drones en antidronewapensystemen zouden voor China in het bijzonder van belang zijn in de beginfase van een conflict met Taiwan, denkt Barros. ‘Ik denk dat het Volksbevrijdingsleger manieren zoekt om de kosten in mensenlevens zo klein mogelijk te houden. In die eerste fase, totdat China het gevoel heeft de controle te hebben, zullen drones worden ingezet. Zodra er eenmaal een bruggenhoofd op Taiwan is gevestigd, kan men beginnen met het overzetten van personeel en ander materieel.’

De militaire parade maakte zonneklaar dat ook China lessen probeert te trekken uit de oorlog in Oekraïne. ‘Het wil natuurlijk van de mislukkingen van de Russen leren’, aldus Barros, ‘en zelf koste wat het kost zo’n langdurig voortslepend conflict vermijden.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next