Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Trump kwam kijken naar de finale van de US Open. Sinner en Alcaraz moesten een halfuur wachten voor ze konden beginnen: eerst moesten alle Louis Vuitton-tasjes gecontroleerd worden op met paarlemoer ingelegde derringers, de poezelige mouw- en vestzakpistooltjes waarmee bezorgde bezoekers de president een kittig kogeltje tussen zijn ogen zouden kunnen jagen.
Wapens horen erbij in Amerika, maar niet als we naar tennis kijken.
Toen dat klaar was, ging Trump zitten. Tijdens de partij, viel mij op, nam de regie hem slechts één keer in beeld, waarbij boegeroep opklonk. Hierna zagen we de volksdictator niet meer. Ook tijdens de prijsuitreiking geen woord over Trump.
Werd de speciale gast genegeerd uit verzet? Normaal lusten ze wel pap van macht op de tribune. Tennis kent veel dode momenten, en dan is er maar één ding leuker dan het gezicht van Jack Nicholson: de boven ons geplaatsten. Trump niet in beeld nemen was brutaal.
Of toch juist laf? Vanwege het boegeroep? Wilde de US Open geen gejouw naar de speciale gast tijdens de droomfinale?
Gaandeweg vreesde ik het laatste. Ik vind het leuk, toptennis, maar het is de bubbel aller bubbels. Een zorgelozere, apolitiekere schijnwerkelijkheid dan die van het toptennis, waarin Gaza niet bestaat, Oekraïne niet bestaat, vliegschaamte niet bestaat, ben ik nog niet tegengekomen. Zelfs Russen bestaan niet in het toptennis. Na een heel korte ban komen Russische tennissers al een poosje nergens vandaan, stateloos verklaard, niet meer over hebben, balletje slaan. De planeet waarom het toptennis onvermoeibaar zijn rondjes vliegt, ziet eruit als een grote, maagdelijke, groene tennisbal.
‘Gele tennisbal.’
‘Groene tennisbal. Een tennisbal is groen.’
‘Een tennisbal is geel.’
Heter wordt het debat op die tennisbal inderdaad niet, verder is alles helder: Sinner en Alcaraz zijn de beste bij de mannen, maar ze moeten niet denken dat ze Federer, Nadal en Djokovic al voorbij zijn. Tijdens de grote toernooien bekijk ik graag op YouTube de samenvattingen, waardoor Zuckerberg me genadeloos de toptennisfuik in trekt, een konijnenhol vol kulfilmpjes waarin topspelers allerhande infantiele vragen moeten beantwoorden. ‘Wie is de grootste beroemdheid in je bellijst?’ ‘Wat is je favoriete pizza?’ ‘Welke kleur heeft een tennisbal?’
Alcaraz blijft breed lachen, hij is een vrolijke, ongecompliceerde jongen, maar Sinner twijfelt, hij lijkt me een denker. Met hangen en wurgen doorstaat hij de kul. Die zie ik vóór de US Open-finale nog wel eens ‘hij eruit of ik eruit’ zeggen. En dan wordt het spannend. Ja, dat zou ik willen zien! Of Trump die met een rond mondje het Arthur Ashe Stadium verlaat – of geen finale. Zullen we eens zien wie de baas is op de grote tennisbal.
Tot die tijd draait het ding door. Ik kom er graag hoor, het zijn helden. Maar wel een soort smurfen, je ziet het aan de records. Heel vergezochte, inteelterige records worden er in het toptennis bijgehouden. Wie de jongste speler is, bijvoorbeeld, die zonder een set te verliezen in één jaar alle vierde rondes van alle vier de Grand Slams heeft gehaald.
‘Wie dan?’
‘Ferdinand Bordewijk. Weet ik niet, het was een voorbeeld. Of wie de meeste dubbele fouten heeft geslagen en hoeveel precies. In een set, in een game, in een carrière. Hoeveel achter elkaar – alles. Bestaat een aparte Wikipediapagina over.’
‘Jane Austen zeker.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns