Rasit Elibol Wat betekent het werkelijk om je milieu te verlaten en te stijgen op de maatschappelijke ladder? Rasit Elibol schreef daar een persoonlijk boek over. „Hoe hoger je klimt, hoe meer je achterlaat. Dat is niet eenvoudig.”
Rasit Elibol: „Je past je constant aan. Dat is volgens mij ook de superkracht van mensen die zich in verschillende werelden begeven.”
Opklimmen op de sociale ladder, je invechten in de Nederlandse samenleving. Hoe ziet dat er eigenlijk in de praktijk uit? Rasit Elibol (1984) schrijft erover in zijn nieuwe boek: Vuistslagen. Over opklimmen en invechten. De schrijver en redacteur van De Groene Amsterdammer vertelt daarin over zijn jeugd in Wormer (Noord-Holland), een gesloten dorp met weinig mensen met een migratieachtergrond, waar problemen zijn met jongeren die met wapens rondlopen of drugs gebruiken.
Elibol schrijft hoe hij als tiener verslaafd was aan wiet en het boodschappengeld stal van zijn ouders, die al zo weinig geld hadden. Hoe hij meermaals van school werd gestuurd en hoe zijn ouders een nacht radeloos naar hem op zoek waren omdat hij niet met school naar Disneyland was gegaan, maar ergens in een hut aan het roken bleek. Hij schrijft ook over de schaamte die gepaard ging met opgroeien in armoede. En hoe hij vervolgens terechtkwam bij „een intellectueel en elitair weekblad”. In de journalistiek zagen zijn collega’s een heel andere kant van hem.
Je boek heet ‘Vuistslagen’, maar ik had niet verwacht dat er daadwerkelijk gevechten in voor zouden komen. Kun je eens vertellen over die periode waarin je Mixed Martial Arts-wedstrijden deed?
„Ik was een jaar of twintig toen ik daarmee begon. Het is de plek die me een beetje gedisciplineerd heeft, omdat ik voor het eerst letterlijk ergens voor moest vechten. Daarvoor was ik gewoon aan het aankloten. Maar als je gaat vechten, kan dat niet.
„Het is een cliché, maar door te vechten ontwikkel je discipline, leer je doorzetten en je impulsen te controleren. Mijn eerste reactie, als ik boos was, was altijd: slaan. Niet per se mensen, maar wel tegen objecten. Door vechtsport leerde ik daarmee omgaan. Dan werd ik wel boos als iemand me sloeg tijdens trainingen of wedstrijden, maar dat is een ander soort woede omdat je het moet controleren.”
Je hebt je collega’s in de journalistiek lang niet over die wedstrijden verteld. En je schrijft dat mensen uit je verleden en heden je anders kennen. Hoe beweeg je je in die twee werelden?
„Je past je constant aan, toch? Dat is volgens mij ook de superkracht van mensen die zich in verschillende werelden begeven. In een bepaalde mate heeft iedereen dat ze op werk anders zijn dan thuis. Maar ik denk dat het verschil tussen privé en werk bij mij groter is dan gemiddeld.
„Er waren zoveel dingen die ik niet vertelde op redacties. Dat ik gevochten heb of dat ik in mijn jeugd veel drugs heb gebruikt. Ze wisten op een gegeven moment wel dat ik deels in armoede ben opgegroeid, maar dat komt omdat ik erover schreef, niet omdat ik erover vertelde.”
Je schrijft dat je vrienden een andere kant van je kennen?
„Ja, sommige vrienden. De meesten hebben echt geen idee wat voor blad De Groene is. Ze denken niet: ‘Oh wat vet dat je bij De Groene Amsterdammer werkt’. Ze denken: ‘Als je je best doet, kun je naar De Telegraaf. Grootste krant van Nederland, meeste doekoe.’ Ik denk dat het ook iets is dat in mijn kern zit. Dat ik altijd een beetje een buitenstaander blijf. Ook thuis bij mijn ouders. Hoeveel ik ook van ze hou en hoe lief ze ook zijn: er is toch altijd een taalbarrière.”
Onderweg naar dit interview dacht ik: hadden we dit gesprek eigenlijk niet in Wormer moeten voeren?
„Ik was daar laatst toevallig weer en ik wilde er zo snel mogelijk weg. Op zich had het wel gekund, maar ik voel toch een soort weerstand als ik daar ben. Nog steeds. Het staat zo ver van me af, en het is ook geen plek die fijne herinneringen oproept.”
Wat is het dat die weerstand veroorzaakt?
„Vorig jaar was ik er om een reportage voor De Groene te maken. Ik had het gevoel dat, als ik daar was gebleven, ik zoals de mensen daar zou zijn geworden. Mensen die het prima vinden dat hun hele leven zich in Wormer afspeelt. Mensen die veel drinken, veel drugs gebruiken. Die zich er goed bij voelen dat hun leven loopt zoals het loopt. En dat heb ik al heel lang niet meer.”
Foto Lars van den Brink
Lag dat aan je jeugd of echt aan de omgeving?
„Het had met allebei te maken. Zaandam [waar Elibol uit Wormer naartoe verhuisde, red.] is tien minuten rijden, maar het is echt een wereld van verschil met zo’n afgesloten gemeenschap. Ik heb er best last van gehad dat ik een van de weinigen was met een migratieachtergrond. En de mensen die er wel waren met een Turkse achtergrond mochten niet met mij omgaan omdat mijn vader een communist was en mijn moeder een feminist en we niet geloofden.”
Na jullie verhuizing ging het beter, was een andere omgeving echt nodig?
„Het ging daarvoor al wat beter. Ook vrij klassiek: ik werd verliefd, kreeg een vriendinnetje en wilde tijd met haar doorbrengen. Mijn moeder is op een gegeven moment gaan studeren. Dus via haar zag ik al hoe het is om op te klimmen.”
Een van de dingen die je beschrijft is hoe je moeder aan het huilen is omdat ze geen boodschappen kon betalen, omdat jij geld had gestolen...
„Daar schaam ik me nog steeds voor.”
Ik kan me voorstellen dat het moeilijk is geweest om dat op te schrijven.
„Ik vind het moeilijk om over te praten. Het is ook iets waar ik nog nooit met iemand over heb gesproken. Ik vind het makkelijker om het op te schrijven. Het is ook wel gek dat het nu op papier staat en dat mensen het lezen. En dat ik dan alsnog gedwongen word om erover te praten.”
Hebben je ouders het gelezen?
„Mijn moeder heeft het gelezen, ik heb het ook wel met haar daarover gehad. Ze reageerde zoals je hoopt dat je ouders reageren. Voor mijn gevoel heb ik haar echt een kutleven bezorgd door alle shit die ik heb gedaan. Ik heb haar een paar hoofdstukken laten lezen voordat het naar de uitgever ging. En ze zei: ‘Het ging twee, drie jaar niet goed met je. En dat was het’. Ze vond het heftig, echt heel heftig, maar na die jaren ging het goed.”
Je vindt het moeilijk om erover te praten, waarom heb je het wel opgeschreven?
„Het gaat in het publieke debat vaak over onderwerpen die ik zelf heb ervaren. Hoe het is om op te groeien als kind van migranten of om op te groeien in armoede. Maar die stukken worden bijna nooit geschreven vanuit ervaring. Dat stoorde me. Prima als je wil dat ik me invecht en opklim. Maar weet je wel hoe dat er in de praktijk uitziet? Het is geen rechte lijn omhoog.”
Je bent sociaal opgeklommen, maar dat heeft wel wat gevolgen gehad?
„Dat is ook die vervreemding. Hoe hoger je klimt, hoe meer je achterlaat. En dat is niet eenvoudig. Ik denk dat het een van de dingen is waar mensen die van je eisen dat je opklimt geen rekening mee houden. Je wordt geacht een deel van jezelf achter te laten. Ik denk dat we steeds vaker denken: waarom eigenlijk? Voor wie doe ik dat en waarom kan ik niet allebei zijn?
„Ik heb best een moeilijke band met Turkije gehad. Ik ging er gewoon niet heen, dan bestaat het niet, dacht ik. Sinds ik zelf kinderen heb kom ik er elk jaar. En ik denk nu: wat een sukkel was ik dat ik dat zo wegstopte. Dat ik dat deel van mezelf ontkend heb. Ik had dat toen nodig om mezelf te vinden. Maar nu denk ik: ik heb een kant van mezelf verloochend. Voor niks.
„Ik heb een keer een stuk geschreven over mijn worsteling met het hebben van een dubbele nationaliteit. Dat is een van de eerste keren dat ik echt de behoefte voelde om over mezelf te schrijven. Terwijl eigenlijk…”
Je wilt er liever niet over schrijven.
„Nee, precies. Je wilt als kind van migranten ook andere verhalen maken. Aan de andere kant is het belangrijk dat sommige verhalen verteld worden die anders niet verteld zouden worden. Dus dat is een worsteling. Je wordt een beetje geacht om je eigen ervaringen te delen. Als ik word gevraagd om bijvoorbeeld een toneelvoorstelling te schrijven, gaat het altijd over dit soort onderwerpen. Ze zeggen nooit tegen mij: schrijf eens een liefdesverhaal over twee mensen uit Volendam.”
Je schrijft dat je daar zelf nu eigenlijk ook aan meewerkt, je hebt immers een boek geschreven dat gaat over je ervaringen als iemand met een migratieachtergrond.
„Het is ook belangrijk om vanuit dit soort ervaringen te vertellen. Neem een boek als The Sympathizer, dat is geschreven door de Vietnamees-Amerikaanse schrijver Viet Thanh Nguyen. Er zijn veel boeken over de Vietnamoorlog geschreven, maar hij vertelde zijn verhaal vanuit Vietnamees perspectief.
„In Nederland gaat het altijd over migranten of kinderen van migranten. Dat is een belangrijk debat, maar hoe vaak praten wij nou terug? Hoe vaak vertellen wij hoe we de tijd beleefd hebben? Hoe het voor ons is om hier op te groeien, groot te worden. Het is ook belangrijk dat we dat doen. De generatie van mijn ouders heeft dat niet gedaan. Die van mijn opa ook niet. Dat is eigenlijk best wel zonde, want het is een belangrijke episode in de Nederlandse geschiedenis. En er komt ook heus wel een tijd…”
Hij stopt even met praten, zoekt naar woorden. „Ja, ik weet het eigenlijk niet. Soms denk ik dat ik een beetje te optimistisch ben. Ik dacht dat het hele migratiedebat voorbij zou zijn voor mijn kinderen. Dat ze er geen last van zouden hebben, dat het allemaal vanzelfsprekend zou zijn. Maar bij de laatste verkiezingen is Wilders gewoon de grootste geworden. Dus misschien is dat wishful thinking. Ik hoop in ieder geval dat we een keer een boek gaan lezen van een Turks-Nederlandse schrijver over een liefde in Volendam.”
Heb je het daar wel eens over met anderen?
„Ja, met schrijver Alfred Birney. Hij vertelde dat als hij niet schrijft over zijn Indo-achtergrond zijn boeken niet gerecenseerd of opgemerkt worden. Het is dus ook wat mensen blijkbaar van je willen lezen. Wees onzichtbaar van Murat Isik was terecht een groot succes. Het laat ook zien dat er veel behoefte is aan dat soort verhalen.”
Vind je het vervelend dat jij ook over die onderwerpen schrijft?
„Het is net als met de diversiteitsdiscussie. Het is een beetje irritant dat wij daarvoor ingezet worden. En dat we altijd met het gevoel blijven zitten: zit ik hier om de juiste redenen? Voor het grote plaatje is het natuurlijk niet heel erg. Maar voor jezelf is het wel irritant.”
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC