Franse staatsschuld De schuld van Frankrijk blijft aanzwellen, de rentekosten ook. Obligatiebeleggers raken bezorgd, allerlei instituten trekken aan de bel. De politieke instabiliteit in het land zit drastisch ingrijpen in de weg.
De nieuwe premier van Frankrijk, Sebastien Lecornu (op de rug gezien), wordt verwelkomd door de aftredende premier François Bayrou tijdens de overdrachtsceremonie in Parijs op 10 september 2025.
Het is in Parijs een politiek ritueel geworden: aan het begin van de zomer trekt de Franse Rekenkamer in een rapport aan de bel over de belabberde staat van de overheidsfinanciën. Zo ook dit jaar. De Franse staatsschuld is financieel „niet houdbaar”, stelde de Rekenkamer in juli. De politiek is „niet in staat” de uitgaven te beheersen.
Het Cour des Comptes, opgericht in 1807 door Napoleon, is een even voorname als tandeloze instelling. Elk jaar belandt de oproep van zijn rekenmeesters, om nu toch écht het staatshuishoudboekje op orde te brengen, ergens diep in de laden van ministeries.
Pakweg twintig jaar terug lag de Franse staatsschuld nog op zo’n 65 procent van het bbp – hetzelfde niveau als destijds de Duitse schuld. Dit jaar is Frankrijks overheidsschuld aangezwollen tot 116 procent van het bbp, volgens het Internationaal Monetair Fonds. Dat is bijna tweemaal het EU-maximum van 60 procent.
Maandag viel de minderheidsregering van premier François Bayrou vanwege plannen om volgend jaar 44 miljard euro te bezuinigen. Een grote meerderheid in de Franse Assemblée Nationale, waar de linkse en radicaal-rechtse oppositie een meerderheid vormen, wees de plannen af. Het centrum-rechtse kamp rondom president Emmanuel Macron is op zijn beurt gekant tegen voorstellen van links om belastingvoordelen voor bedrijven te schrappen en ultrarijken zwaarder te belasten.
Zonder forse ingrepen in de begroting verwacht het IMF dat de Franse staatsschuld 128 procent van het bbp bedraagt in het jaar 2030. De staat is steeds meer geld kwijt aan rente op de staatsschuld, plus terugbetaling van de leningen. Naar verwachting gaat het volgend jaar om 75 miljard euro. Dat is méér dan Frankrijk uitgeeft aan onderwijs of aan defensie, schrijft Le Monde.
In juli sprak het Fonds van een „urgente noodzaak” om de staatsfinanciën op orde te brengen. Maar die urgentie wordt noch in de Franse politiek, noch in de Franse maatschappij breed gevoeld – dat werd deze week meer dan ooit duidelijk.
Bayrous oorspronkelijke plannen om twee vrije dagen te schrappen, pensioenen te bevriezen en te snijden in de zorg leidden in delen van de Franse maatschappij tot verontwaardiging en woede. Woensdag vonden in het hele land protesten en stakingen plaats, voor later deze maand zijn meer stakingen gepland.
Politici uit het kamp-Macron, onder wie Bayrou, hebben gewaarschuwd voor een staatsschuldencrisis als in Griekenland. Dat land verloor in de jaren 2010-2015 het vertrouwen van de financiële markten en werd voor financiering afhankelijk van IMF en EU, die harde bezuinigingen en hervormingen afdwongen.
Van een ‘Grieks’ scenario is in Frankrijk nog geen sprake, maar op de financiële markten is wel stress zichtbaar. De marktrente die Frankrijk moet betalen op staatsleningen met een looptijd van tien jaar liep de voorbije weken flink op en stond deze week rond de 3,5 procent. Dat is slechts een fractie minder dan de rente die Italië betaalt. Italië is, samen met Griekenland, al jaren het Europese schuldenland bij uitstek.
Weliswaar is de Italiaanse staatsschuld met 137 procent van het bbp nog hoger dan de Franse, maar obligatiebeleggers schatten de politieke situatie in Frankrijk nu ongunstiger in dan die in Italië. In dat laatste land is niet alleen de regering van de rechtse premier Giorgia Meloni opvallend stabiel, ook slaagt deze erin het begrotingstekort terug te dringen: van 7,2 procent van het bbp in 2023 naar 3,4 procent vorig jaar en naar 3,3 procent dit jaar, zo verwacht het IMF. Het Franse tekort blijft dit jaar steken rond de 5,5 procent van het bbp en dreigt volgens het IMF op te lopen naar 6 procent, tweemaal zoveel als het plafond van 3 procent dat binnen de EU geldt.
Tijdens de Europese schuldencrisis (2010-2015) gold Frankrijk nog als onderdeel van de financieel stabiele kern van de eurozone. Het verschil in rente tussen Frankrijk en Duitsland – solide drager van het eurogebied – was klein. Toentertijd noemden beleggers kwetsbare Zuid-Europese landen als Griekenland, Portugal en Italië de ‘periferie’. Anno 2025, schreef zakenkrant Financial Times deze week, beginnen beleggers Frankrijk in financieel opzicht te beschouwen als de ‘periferie’.
De twijfels van beleggers betreffen de overheidsfinanciën – niet zozeer de Franse economie in het algemeen. Die doet het redelijk, hoewel de bbp-groei de voorbije jaren wat achterbleef bij het gemiddelde van de eurozone. Frankrijk kent sterke bedrijven, met gevestigde namen als luxeconcern LVMH en vliegtuigbouwer Airbus tot recentere succesverhalen als AI-bedrijf Mistral.
Hét probleem van Frankrijk is het onvermogen, of misschien wel de onwil, van de politiek om begrotingsdiscipline te betrachten. Verhitte ideologische debatten versterken de impasse alleen maar. Links betoogt dat het begrotingstekort niet zo groot zou zijn als Macron geen „fiscale cadeautjes” had uitgedeeld aan bedrijven en rijken. (Centrum-)rechts wijst erop dat de publieke sector wel heel groot en duur is. De Franse overheidsuitgaven bedroegen vorig jaar 57 procent van het bbp, tegen gemiddeld 49 procent in de EU.
De onrust over de Franse staatsschuld komt Europa bijzonder ongelegen. De geopolitieke spanningen zijn groot. Net als elk land moet Frankrijk aan de bak om zijn defensie te versterken, maar eigenlijk heeft het daar „de middelen niet voor”, schrijft Le Monde.
Als de stress op de markten rond Frankrijk escaleert, kan de Europese Centrale Bank onder druk komen te staan om Franse staatsschuld op te kopen. Zo zou zij de Franse obligatierentes, althans tijdelijk, kunnen drukken. Maar daar staat de centrale bank, geleid door de Française Christine Lagarde, zeker niet om te springen. Dan zal zij het verwijt krijgen haar monetaire beleid in te zetten voor politieke doeleinden.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC