Nog voordat duidelijk is wie de conservatieve activist Charlie Kirk doodschoot, wijzen rechts en links naar elkaar. De meeste Amerikanen keuren politiek geweld af, maar denken dat aanhangers van de 'tegenpartij' dat niet doen. De politieke verdeeldheid is vooral een kwestie van emotie en zulke misvattingen.
"Radicaal-links politiek geweld heeft te veel onschuldige mensen pijn gedaan en te veel levens geclaimd", zei de Amerikaanse president Donald Trump woensdag in een videoboodschap vanuit het Witte Huis.
Volgens Trump is de politieke retoriek van zijn Democratische tegenstanders "direct verantwoordelijk voor het terrorisme dat we vandaag in ons land zien". Hij noemde in zijn boodschap meerdere gevallen van politiek geweld uit de afgelopen jaren, inclusief een poging op zijn eigen leven. Aanvallen op Democratische politici werden daarbij buiten beschouwing gelaten.
De conservatieve presentator Jesse Watters zei op Fox News: "Of wij het nou willen horen of niet, ze zijn in oorlog met ons. Wat gaan we daaraan doen? Hoeveel politiek geweld gaan we nog tolereren?"
Aan de linkerkant van het politieke spectrum was de toon minder apocalyptisch, maar op sociale media was het niet moeilijk om uitingen van vreugde over de dood van Kirk te vinden, net als theorieën dat hij de moord vooral aan zichzelf te wijten had. Als de vermoorde activist progressief was geweest, lijdt het weinig twijfel dat veel Democraten de schuld zouden hebben gezocht bij rechts.
Democratische politici kwamen snel met veroordelingen van politiek geweld, meestal zonder schuldigen aan te wijzen. De reactie van de gouverneur van Illinois, JB Pritzker, was een opvallende uitzondering. "Het moet stoppen. Ik denk dat er mensen zijn die hiertoe aanzetten", zei hij tegen journalisten. "Ik denk dat de retoriek van de president er vaak toe aanzet."
Peilingen laten steevast zien dat veruit de meeste Amerikanen niet te porren zijn voor politiek geweld. In een metastudie uit 2024 van de universiteit Dartmouth keurde bijvoorbeeld minder dan 4 procent geweld tegen politieke tegenstanders goed. Politieke moord werd door minder dan 2 procent beschouwd als een te rechtvaardigen strategie.
De verschillen tussen Democraten en Republikeinen waren te verwaarlozen. Aanhangers van de twee grote politieke partijen zijn het ook grotendeels met elkaar eens over de dreiging van politiek geweld. Meer dan drie kwart van de Amerikanen ziet die als acuut en ernstig.
Uit onderzoeken blijkt nog een overeenkomst, die gek genoeg juist licht werpt op de verdeeldheid. Democraten denken dat een aanzienlijk deel van de Republikeinen bereid is geweld te gebruiken tegen politieke tegenstanders. Republikeinen denken precies hetzelfde over Democraten.
Democratische en Republikeinse kiezers zijn minder diep verdeeld dan ze zelf denken als het aankomt op ideologie (wat ze concreet willen voor het land). De verdeeldheid zit vooral op het emotionele vlak. Simpel gezegd: ze hebben een hekel aan het andere kamp.
Die polarisatie onder burgers wordt veroorzaakt en versterkt door het politieke klimaat, maar oefent daar ook invloed op uit, zeggen onderzoekers. Politici worden beloond als ze op emotie spelen en worden aangemoedigd om daar steeds extremer in te worden.
De gemiddelde Amerikaan zal dus niet snel een wapen oppakken om politieke tegenstanders te belagen, maar dat neemt niet weg dat in de VS een onrustbarende toename van het aantal incidenten van politiek gemotiveerd geweld heeft plaatsgevonden in de afgelopen jaren.
Deskundigen wijzen erop dat radicalisering van een enkeling al riskant kan zijn, zeker in een land waar vuurwapens zo makkelijk te verkrijgen zijn als in de VS. Dankzij het moderne mediaklimaat en het internet is een spectaculaire daad van geweld al snel een garantie voor wereldwijde roem, wat zulke radicalisering verder in de hand werkt.
De slachtoffers van politiek geweld in de afgelopen jaren bevonden zich aan beide kanten van het politieke spectrum. De man van de Democratische oud-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, werd in 2022 bijvoorbeeld ernstig mishandeld door een man met een hamer die op zoek was naar haar. Vijf jaar daarvoor raakten de Republikeinse afgevaardigde Steve Scalise en drie anderen gewond nadat een schutter het vuur had geopend tijdens een honkbaltraining.
Een Democratische afgevaardigde in het parlement van de staat Minnesota en haar echtgenoot werden in juni van dit jaar doodgeschoten in hun woning. Iets minder dan een jaar eerder overleefde Trump ternauwernood een moordpoging tijdens een verkiezingsrally in Pennsylvania, waarbij een van zijn aanhangers om het leven kwam.
De vroege nasleep van de gruwelijke publiekelijke moord op Kirk roept herinneringen op aan die aanslag op Trump. Ook toen buitelden politici, activisten en andere commentatoren over elkaar heen om hun tegenstanders verantwoordelijk te stellen.
De motieven van die dader bleken uiteindelijk niet eenvoudig te verklaren: hij liet geen manifest achter en lijkt zowel Republikeinen als Democraten te hebben overwogen als doelwit. De reacties op de moord op Kirk suggereren dat daar weinig lessen uit zijn getrokken. Dat is extra zorgelijk voor alle inwoners van een land waar politieke verdeeldheid steeds vaker uitloopt op geweld.
Source: Nu.nl algemeen