Nieuw museum Minder zaalteksten of thema-tentoonstellingen: het nieuwe museum Villa, dat deze week opent op het Amsterdamse Westergasterrein richt haar kamers in samen met de exposerende kunstenaars. „Eerst de ervaring, dan de eventuele verdieping.”
Het nieuwe museum Villa op het Westergasterrein in Amsterdam. Foto Lotte van Uittert
Van de bewegende spiegel van Elsemarijn Bruys tot een door Karel van Laere ingerichte kamer die zo huiselijk oogt dat je er bijna op de bank zou ploffen; van een keramieken brandalarm van Koos Buster verstopt op een wand in de hal tot een volledig verduisterde zaal die je, door middel van een dreunende hartslag, langzaam meetrekt in het obsessieve werkritme van Levi van Veluw. Iedere ruimte nodigt uit tot ontdekken, alsof je telkens een ander geheimzinnig hoofdstuk binnenstapt.
Tussen de witte muren van de oude ingenieurswoning op het Westergasterrein in Amsterdam opent deze week een nieuw museum, dat zich nadrukkelijk wil onderscheiden van de klassieke museum-opzet. Villa, zoals de plek heet, is geen klassiek instituut met zalen vol schilderijen en uitgebreide begeleidende teksten; het wil een museum voor hedendaagse, multidisciplinaire kunst zijn, waar de bezoeker vooral erváárt.
„Wij geloven dat kunst eerst moet binnenkomen via de zintuigen, niet via een wand vol uitleg”, zegt Cas Boland (46), die samen met Adam Nillissen en Bas Koopmans het museum heeft opgericht. De drie heren kennen elkaar vanuit de kunst-, cultuur- en creatieve sector in Amsterdam.
De route die bezoekers straks door Villa volgen bestaat uit twaalf kamers, elk ingericht met de kunstenaar die er tentoongesteld wordt. Door ook gebruik te maken van de tussenruimtes, exposeren er jaarlijks zo’n 30 tot 35 kunstenaars.
Levi van Veluw boetseerde voor zijn ruimte keer op keer zijn eigen hoofd in klei. Foto Lotte van Uittert
In plaats van een thematische tentoonstelling of een overzicht van een stroming, krijgt de bezoeker compacte, geconcentreerde ervaringen voorgeschoteld. Een uur rondlopen is genoeg om alles te zien. „Dat is een voordeel”, zegt Boland. „In grote musea als het Rijksmuseum of het Louvre loop je drie uur rond, ben je uitgeput en nog steeds bang dat je dingen hebt gemist.”
Toegankelijkheid is het sleutelwoord. Op de wanden hangen kleine bordjes, met alleen de titel van het werk, de naam van de kunstenaar en een QR-code. Wie wil kan via de code korte teksten lezen of audioberichten luisteren van de kunstenaars zelf. „We willen voorkomen dat een curator de bezoeker voorschrijft hoe een werk gezien moet worden. Eerst de ervaring, dan eventueel verdieping.”
Villa presenteert veel installatiekunst, werk dat inspeelt op geluid, licht en beweging. Er zijn ook schilderijen, maar het zwaartepunt ligt bij zintuiglijke beleving. De oprichters gebruiken termen als ‘multidisciplinair’, ‘speels’ en ‘sensorisch’. Het museum doet wel wat denken aan een kleiner broertje of zusje van Museum Voorlinden in Wassenaar. „In Voorlinden tonen ze ook toegankelijke kunst dat een breed publiek aantrekt.”
Op zolder creëren de sculpturen van Folkert de Jong een theatraal en licht desoriënterend universum. Foto Lotte van Uittert
Onder de eerste kunstenaars die gaan exposeren zijn Eniwaye Oluwaseyi, Folkert de Jong, Willem de Haan en Yamuna Forzani. Daarnaast is er werk te zien van Levi van Veluw en Zoro Feigl. Levi van Veluw toont een immersieve installatie van klei, waarbij handgemaakte vormen een wereld oproepen waarin orde en chaos op mysterieuze, intense wijze samensmelten. Zoro Feigl laat industriële materialen dansen, draaien en golven, waarbij technische precisie en poëzie samenwerken om alledaagse elementen betoverend te maken.
Toegankelijkheid is niet alleen een kwestie van begrijpelijke teksten en lage drempels. Er zijn ook beperkingen. Het monumentale pand kan geen lift huisvesten, tot frustratie van de oprichters. „Dat steekt, we vinden het echt vervelend. We hebben gezocht naar oplossingen, maar technisch was het onmogelijk. We proberen dit te compenseren met gratis toegang voor begeleiders en door in gesprek te gaan met bezoekers over wat wél kan.”
Zoro Feigls betoverende installatie projecteert lichtpunten als een zwerm vuurvliegjes. Foto Lotte van Uittert
Ook de entreeprijs speelt een rol. Villa hanteert 17,50 euro voor een regulier kaartje – lager dan veel grote musea – en kortingen voor jongeren en studenten. Stadspas-houders en kinderen tot twaalf jaar mogen gratis naar binnen. „Prijsdifferentiatie is een belangrijke knop om toegankelijkheid te vergroten. In een stad waar de verschillen tussen arm en rijk groeien, willen we ervoor zorgen dat zo veel mogelijk mensen binnen kunnen stappen.”
Opvallend is dat Villa geheel particulier wordt gefinancierd. De drie oprichters hebben zelf geïnvesteerd en kregen daarnaast steun van vijf vermogende investeerders die liever anoniem blijven. „Ze hebben allemaal een hart voor maatschappelijke en culturele projecten”, vertelt Boland. „Zonder hen hadden we dit niet gekund.”
Het betreden van de door Karel van Laere ingerichte ruimte voelt als binnenkomen in een woonkamer. Foto Lotte van Uittert
Het ontbreken van subsidies is een bewuste keuze. „We kennen het subsidielandschap goed, maar het huidige klimaat bood weinig perspectief. Bovendien geeft privaat geld meer vrijheid en wendbaarheid. Je zit niet vast aan de vierjarige cyclus van aanvragen.” Daarmee schaart Villa zich in een groeiende groep particuliere musea, naast instellingen als Voorlinden en Museum MORE en het in het oog springende migratiemuseum Fenix in Rotterdam.
Het museum wil ook buiten de muren van betekenis zijn. Naast het pand ligt een tuin die Villa graag samen met de Westergas Foundation en Stadsdeel Amsterdam ontwikkelt tot Villa Garden, een tuin met kunst en ontmoetingsplekken. Vrij toegankelijk, bedoeld voor buurtbewoners en bezoekers van het park. Daarnaast werkt Villa aan randprogramma’s zoals deelname aan de Museumnacht en plannen rond het Amsterdam Dance Event.
Source: NRC