Home

Wat baankans en salaris betreft kiest de mbo-student ‘verkeerd’: te weinig techniek, te vaak administratie

Middelbaar beroepsonderwijs Wie een technische opleiding afrondt, loopt bijna geen risico op werkloosheid. Toch doen jongeren vooralsnog liever economisch-administratieve studies, waar banen juist verdwijnen. Waarom? „Een prangende vraag waarover we al lang ons hoofd breken.”

Eerstejaarsstudenten van het mbo in het Gilde Vakcollege – afdeling techniek – in Gorinchem.

Wat een decoratiestukadoor kan, is haast onbegrensd. Monumentale plafonds met ornamenten restaureren. Wanden afwerken met leem of kalk – glad of met structuur. Muren marmeren of laten lijken alsof ze uit een Venetiaans paleis komen. „Nu werk ik aan een plafond met paarlemoer en veel verschillende kleuren”, vertelt Erik Spakman. „Heel mooi.”

Haast onbegrensd is ook de hoeveelheid werk voor een decoratiestukadoor – in grachtenpanden, oude villa’s, nieuwe huizen. „Er is veel vraag”, vertelt Spakman. En waar gewoon stucwerk 30 tot 50 euro per vierkante meter kost, is dat voor dit – aanzienlijker tijdrovender – decoratiewerk al gauw 200 euro. Spakman: „Het is fysiek niet zo zwaar werk, wel heel creatief.”

Toch bekwaamt maar een handvol mbo-studenten zich in dit vak, blijkt uit een inventarisatie van statistiekbureau CBS over 2023-2024. Dat leerjaar deden nog geen tien studenten dit op Aventus in Apeldoorn. „Dit leerjaar hebben we één student”, zegt een woordvoerder van de onderwijsinstelling, die als enige een aparte opleiding tot decoratiestukadoor aanbiedt. Op andere scholen is decoreren soms een specialisme binnen stukwerk, restauratie of schilderen.

„In de techniek – ook bij landbouw en natuur – is het aanbod van mbo-studenten relatief klein”, zegt Jessie Bakens van het ROA, dat onderzoek doet naar de aansluiting van opleidingen op de arbeidsmarkt. „Daardoor is de werkloosheid heel laag onder mensen die hierin zijn geschoold.” Van bijvoorbeeld schilders, onderhoudsmonteurs en metselaars is zo goed als niemand anderhalf jaar na het behalen van het diploma werkloos, leert ROA-onderzoek.

De werkloosheid is bijvoorbeeld stukken hoger onder secretaresses (een op de zeven) en administratieve medewerkers (een op de vijf). „Door automatisering verdwijnen veel economisch-administratieve banen”, licht Bakens toe. „Tegelijkertijd is het aanbod van mbo’ers met een economisch-administratieve opleiding nog steeds hoog.” Met ruim veertigduizend ingeschreven studenten (9 procent van het totaal) is deze groep zelfs de op een na grootste groep in het mbo – na de groep studenten zorg en welzijn.

Waarom kiezen niet meer mbo’ers voor een technische opleiding? „Een prangende vraag, waarover wij ons al lang het hoofd breken”, zegt onderzoeker Bakens. Baankans beïnvloedt nauwelijks studiekeuze, leert recent onderzoek van het CPB. „Ander onderzoek laat zien, dat met meer informatie over baankansen, een aankomende student soms wel een andere keuze maakt, meestal bínnen een studierichting. Alleen stapt niet vaak iemand over van sociaal werk naar techniek.”

Hoe hoger je bent opgeleid binnen het mbo, hoe groter de baankans. Is van de mensen met mbo-1 ongeveer 13 procent na 1,5 jaar nog werkloos, met mbo-3 en -4 is dat nog geen 3 procent. ‘Opstromen’ naar een hoger niveau doe dan ook het meest studenten met mbo-1 of -2. De overstap van mbo-4 naar het hbo, komt minder voor, vooral bij techniek en economie. „Bij mbo-4 gaat het om goed opgeleide vakmensen die snel aan het werk kunnen of die, zoals kappers, een eigen zaak kunnen beginnen”, zegt Bakens.

Praktijkervaring helpt ook bij het vinden van een baan. Wie een mbo-4-diploma heeft behaald langs de meer theoretische ‘BOL-route’, is anderhalf jaar later twee keer zo vaak werkloos als wie een mbo-2-diploma heeft gekregen via de veel praktischer ‘BBL-weg’. „Mbo’ers met BBL kunnen vaak op hun stageplek blijven”, zegt onderzoeker Bakens: „Of ze hebben zoveel werkervaring opgedaan dat ze elders makkelijk een baan vinden.”

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next