ZaterdagMatinee De ZaterdagMatinee in het Concertgebouw Amsterdam viert dit seizoen haar 65ste jaar. Regelmatig dreigde het einde, maar nu kijken andere grote concertzalen in de wereld met bewondering ernaar. De drie grondleggers wilden „doen wat niemand gedaan heeft”.
Optreden tijdens de ZaterdagMatinee. Foto Simon van Boxtel
In den beginne – ofwel december 1960 – kondigde de Nederlandse regering de vijfdaagse werkweek af. Niet langer was de zaterdag bestemd voor arbeid. Een besluit dat nieuwe vergezichten opende. Maar welke? Op tv-archief stotteren de meeste werknemers in straatinterviews over hoe zij die ‘leegte’ denken in te vullen.
Omroeppionier en VARA-bestuurder Jan Broeksz had hierover wel een idee. Hij bedacht een alternatief voor tuin wieden, auto wassen, duivenhok uitmesten of andere huishoudelijke taken: een klassiek concert op zaterdagmiddag. Hij deed dat niet – zoals vaak gesuggereerd – om de arbeider te „verheffen”, maar vooral om diens drempelvrees voor de concertzaal te temperen.
De voormalig artistieke leiders van de ZaterdagMatinee (vlnr): Hans Kerckhoff, Kees Hillen en Jan Zekveld.
Broeksz vroeg de toen 49-jarige programmamaker en radiopresentator Hans Kerkhoff om die Matinee op de Vrije Zaterdag vorm te geven. „God, moet dat? was mijn eerste reactie”, herinnerde Kerkhoff zich in een NRC-interview rond zijn pensioen in 1977. „Ik voelde er weinig voor, maar de serie zou uitgroeien tot mijn troetelkind.”
Kerkhoff ontwikkelde een filosofie die hemzelf ook wat opleverde: hij ging met zijn publiek op ontdekkingsreis, zodat ze beiden hun horizon konden verbreden. Hij grasduinde in repertoire dat orkesten lieten liggen, zoals onbekende stukken van beroemde componisten, concerten met hoogtepunten uit de opera of klassiek van Nederlandse bodem. En hij haalde grote namen naar Amsterdam. Bezoekers van het Concertgebouw konden zich vergapen aan pianist Arthur Rubinstein, sopranen Montserrat Caballé en Magda Olivero en tenor Carlo Bergonzi – om enkele wereldsterren te noemen – en dat allemaal voor „een habbekrats van 10 gulden”.
Video: de ervaringen van componist John Adams en dirigent Edo de Waart in de ZaterdagMatinee.
In die tijd verwelkomde het Amsterdamse Concertgebouw nog niet dagelijks muziekliefhebbers. De eigen programmering zou pas twee decennia later vorm krijgen. De twee zalen werden verhuurd voor van alles: modeshows, congressen, feesten, bloemencorso’s en tot begin jaren vijftig zelfs boksgala’s. En dus was er in 1961 genoeg ruimte voor een concertserie – zeker op de zaterdagmiddag die voordien aan werk werd besteed.
Wat Broeksz ook aansprak, was de kans om de verschillende radio-orkesten en het Groot Omroepkoor aan de wereld te tonen. Deze speelden en zongen in de Hilversumse studio’s: ze vormden groepen zonder gezicht, een klank op de radio. Maar in de ZaterdagMatinee konden ze zich wekelijks aan het publiek laten zíén. En door de ‘onorthodoxe’ programmering op de zaterdag – die vijf eeuwen muziek omvatte – ontwikkelden de omroepmusici zich tot de meest veelzijdige van Nederland.
De grondleggers van de huidige NTR ZaterdagMatinee waren Kerkhoff, Kees Hillen en Jan Zekveld. Hillen vatte de ruim veertig jaar van het drietal treffend samen: „Hans effende het terrein, ik sloeg de palen en Jan bouwde het kasteel.” Toen Zekvelds opvolger Kees Vlaardingerbroek in een NTR-documentaire werd gevraagd naar zijn bijdrage, antwoordde hij: „Ik heb de ramen en deuren van dat kasteel wat verder opengezet.”
Van de drie Matinee-musketiers is alleen Zekveld (79) nog over. In zijn mooie Schiedamse grachtenhuis bewaart hij onder meer het archief van Hans Kerkhoff (1911-2005). Diens loopbaan als klassieke bas strandde toen hij aan het begin van de oorlog niet wilde tekenen voor de Kultuurkamer van de Duitse bezetters. Door die weigering mocht hij niet meer optreden. Meteen na de bevrijding werd Kerkhoff gevraagd voor Herrijzend Nederland, een organisatie die de radio – televisie was er nog niet – weer op poten moest zetten, nadat de nazi’s het medium vijf jaar als propagandakanaal hadden misbruikt.
„Dat ze mij vroegen, dankte ik aan drie dingen”, zei Kerkhoff in een NRC-interview in 1977. „Nummero één: mijn ijzeren geheugen. Ik heb vanaf 1934 alles wat ik hoorde opgeschreven in een notitieboekje, dat ik praktisch uit mijn hoofd kende. Ten tweede had ik talent voor het maken van lesroosters, aangezien ik in de oorlog als leraar verbonden was aan het Amsterdamse conservatorium. En mijn derde hebbelijkheid – of onhebbelijkheid – was een belangstelling voor het uitpluizen van spoorboekjes. Die combinatie maakte mij geschikt als chef klassieke muziek.”
Kerkhoff groeide uit tot een bekende radiostem met zijn operaprogramma Het puik van zoete kelen. „Hans had drie muzikale helden”, zegt Zekveld, bladerend door de oude Matinee-programma’s. „De componisten Tsjaikovski en Verdi, en dirigent Toscanini.” Uit een glazen vitrine haalt hij een door de Italiaanse maestro gesigneerde foto, een van Kerkhoffs dierbaarste bezittingen.
Toen Zekveld eind jaren zeventig op de klassieke afdeling VARA belandde, was Kerkhoff weliswaar met pensioen maar hij liep er nog steeds rond. Hij had Kees Hillen (1946-2004) binnengehaald als opvolger, „een briljant musicoloog”, zegt Zekveld, „en ongelooflijk belezen. Hij sprak vloeiend Frans en Italiaans.” Maar bij Hillen sloeg in de loop der tijd de vermoeidheid toe. En na tien jaar maakte hij gebruik van een opfrisregeling, die leidinggevenden bij de omroep toestond om er even tussenuit te gaan.
„Kees miste wat ausdauer bij tegenslag”, constateert Zekveld. „Hij wilde voor de ZaterdagMatinee programma’s maken die nog nooit gedaan waren. Ik kon me wel in die filosofie vinden, maar hierdoor gebeurde het wel eens dat er niet meer dan zeshonderd bezoekers kwamen opdagen. En een Concertgebouw dat slechts voor een derde vol zit, is geen fijne plek. Daar kwam bij dat er binnen de VARA altijd een stroming bestond die de Matinee liever kwijt dan rijk was. Tegen die vijandigheden voelde Kees zich op den duur niet meer opgewassen.”
Video: Bernard Haitink neemt als dirigent afscheid in de ZaterdagMatinee.
Zekveld besefte al snel dat Hillen niet meer zou terugkeren. „De Matinee was een eiland van idealisme in die Hilversumse wereld van straatvechters. En Kees verlangde ook nog wat anders. In zijn ogen moest het leven ook een feest zijn. Zo speelde hij graag altviool in zigeunerorkesten. Op een reis naar Boedapest stond ik eens – in de kelder van een kroeg – onverwacht oog in oog met Kees, uitgedost als zigeuner. ‘Hier heet ik Bela Sting’, grijnsde hij. In zulke dingen vond hij een deel van zijn eigen muzikale ziel terug.”
Zekveld bouwde verder aan het fundament dat Kerkhoff en Hillen achterlieten. Hij ‘regeerde’ van 1983 tot zijn pensioen in 2006, met een korte onderbreking van drie jaar (1993-1996) als artistiek directeur van het Concertgebouworkest. Zekveld was een cum laude afgestudeerde „piano-nerd”, die desondanks geen toekomst voor zich zag op het concertpodium. Lesgeven op het conservatorium leek hem op den duur te geestdodend. In die ruim twintig jaar maakte hij voor ZaterdagMatinee en Concertgebouworkest ruim zevenhonderd verschillende programma’s, waaronder zo’n honderd opera’s.
„Ik had mijn bestaan tot die tijd grotendeels achter de vleugel doorgebracht. Ik wekte de indruk van een ietwat wereldvreemd karakter. De VARA daarentegen vond wat van de wereld. Politici en journalisten – coryfeeën als Marcel van Dam en Jan Nagel – hadden de rode omroep stevig in hun greep. Met hen kreeg ik te maken, en niet altijd op een zachtzinnige manier. Ik ben daar wel volwassen geworden.”
Zekveld werkte amper bij de VARA of er gingen al stemmen op om de Matinee af te schaffen. Sommigen vonden de serie te duur, anderen dachten dat de ‘rode’ omroep zich maatschappelijk beter kon profileren met andere programma’s. „Dat bleef mijn hele loopbaan een thema”, zegt hij. „Ik vermoed dat de VARA veronderstelde: ‘Ach die Jan, dat is een stille en verlegen jongen, onder hem sterft de ZaterdagMatinee vanzelf een zachte dood.’ Misschien een wat malicieuze gedachte van mijn kant, maar ik geloof dat er wel een kern van waarheid in zit. Toen voelde ik dat in elk geval zo. En voor een klein mannetje, met dus veel te compenseren, was dat een enorme trigger om de Matinee en mezelf op de kaart te zetten.”
De ZaterdagMatinee (2019), met Karina Canellakis als dirigent. Foto Eduardus Lee
En dat deed Zekveld. Onder hem groeide de ZaterdagMatinee uit tot een serie waar andere grote concertzalen in de wereld met bewondering en jaloezie naar kijken. Musici en dirigenten komen graag, omdat ze er bijzonder repertoire – oud en splinternieuw – kunnen spelen, en niet bijeengeraapt, maar in een betekenisvolle samenhang. En de Grote Zaal zit vrijwel altijd vol.
„We beproefden eindeloos veel programmaformules en themaseries”, zegt Zekveld. „In die zin waren we onze tijd vooruit. We wisten er grote dirigenten voor te strikken. Dat is ook nodig. Zo’n papieren idee moet tot klinken komen in handen van musici met charisma en overtuigingskracht, anders valt het concert op zijn gat. Perfecte afstemming van dirigenten op programma’s was een van onze geheimen. En er moet een dwingende reden zijn waarom je stukken laat horen en in welke context. De grote thema’s van het menselijk bestaan zijn van alle tijden. Soms liet ik dat horen met gespecialiseerde oude- of nieuwemuziekensembles, zelfs met wereldmuziek, samen met een symfonieorkest en op één Matinee-programma. Het ging mij om verbanden herkennen, laten horen waar iets vandaan komt, waar het naartoe gaat. Bezoekers wat wijzer en rijker naar huis sturen. Dat heb ik altijd als mijn missie gezien.”
De ZaterdagMatinee begint het seizoen zaterdag 13 september in het Concertgebouw Amsterdam met de Nederlandse première van de opera Dalinda van Gaetano Donizetti. Ook live te beluisteren op npoklassiek.nl.
1. Dirigent Raphaël Pichon en zijn Ensemble Pygmalion zullen ongetwijfeld een heel nieuw licht werpen op de muziek van Johannes Brahms (22 november 2025).
2. Vijf Nxt Gen-concerten met ‘jonge’ componisten en musici: de toekomst van de klassieke traditie. Onder meer nieuw werk van Aart Strootman en Radiohead-bandlid Jonny Greenwood (16 mei 2026).
3. Akhnaten (1983) van de Amerikaanse componist Philip Glass, de opera over de jonge farao Achnaton die een revolutie ontketent (6 juni 2026).
Correctie 11 september: in een eerdere versie van dit artikel stond dat ‘Akhnaten’ nog nooit in Nederland is uitgevoerd. Dat klopt niet, het heeft in 2001 al eens geklonken in Zwijndrecht. Dat is hierboven aangepast.
Source: NRC