In twee jaar tijd zijn de wachtlijsten in de ouderenzorg met ruim 20 procent gekrompen, een ontwikkeling die niemand zo snel had zien aankomen. ‘We moeten constateren dat het langer-thuis-wonen-beleid behoorlijk succesvol is.’
is zorgverslaggever van de Volkskrant.
Vol overgave gooit de 91-jarige Rob het zout bij de aardappels en de sperziebonen. Vele seconden lang houdt hij de zoutbus op z’n kop. Hij stopt pas als zijn mede-koks beginnen te protesteren. ‘Je maakt onze nieren kapot’, protesteert Sven. ‘Zo veel is het niet’, moppert Rob. ‘Het moet wel een beetje smaak hebben.’
Ook Erik en Arie koken mee vandaag. De vier mannen, die allemaal in verschillende mate kampen met dementie, zijn zeer regelmatige bezoekers bij VanThuisUit in het Brabantse Steenbergen, een nieuw soort dagbesteding van zorgorganisatie tanteLouise.
VanThuisUit is zeven dagen per week open, elke dag tussen 10 en 20 uur. Aan vermaak geen gebrek: er is een gameroom met analoge puzzels en spelletjes, maar ook met hometrainers waarop je virtuele tripjes kunt maken door de bergen of het Groningse polderlandschap. Er is een botanische kamer voor ouderen met groene vingers, een heuse wellnessroom voor een manicure of een schoonheidsslaapje, er is valpreventietraining en in het proeflokaal wordt elke dag gekookt en gegeten.
VanThuisUit is bedoeld voor ouderen met een zorg-indicatie, die wel wat hulp kunnen gebruiken om langer thuis te blijven wonen. Ze worden bij VanThuisUit dan ook niet in de watten gelegd; ze moeten zélf koffie zetten, het eten koken, de aanwezige zorgrobots bedienen en programmeren, en de activiteiten bedenken en regelen.
Begeleidingscoach Samantha Disco houdt daarom vooral van een afstandje toezicht op hoe de kokende mannen met de champignonnensoep in de weer zijn.
‘Mensen met dementie kunnen veel meer dan we denken. We gebruiken die kracht’, zegt Jan-Kees van Wijnen, bestuurder van tanteLouise. ‘Uit onderzoek blijkt dat de mensen die VanThuisUit bezoeken 9 tot 12 maanden later naar het verpleeghuis gaan dan vergelijkbare ouderen die dat niet doen.’ Direct gevolg: in de verpleeghuizen om VanThuisUit heen, staan tegenwoordig bedden leeg.
En daarmee past het verhaal uit Steenbergen, dat nu navolging vindt bij andere zorgorganisaties, in een landelijke trend. De wachtlijsten voor verpleeghuizen – jarenlang het voorteken bij uitstek dat de ouderenzorg in Nederland in het ravijn dreigde te storten – dalen sinds anderhalf jaar namelijk spectaculair.
Twee jaar geleden, in september 2023, stonden er 22.234 ouderen op de wachtlijst. In juli van dit jaar (de laatst bekende cijfers) waren dat er 17.638, een daling van ruim 20 procent. En dat ondanks de almaar toenemende vergrijzing. In dezelfde periode kwamen er in Nederland ongeveer 50 duizend 80-plussers bij.
Hoe is dat mogelijk?
Ten eerste een nuance, zegt Marcel Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: de wachtlijsten in de zorg zijn notoir onbetrouwbaar. ‘Ze zitten vol met rommel. Mensen die zijn overleden, maar er nooit zijn afgehaald. Of mensen die bij meerdere instellingen op een wachtlijst staan, en dus dubbel worden geteld.’ En er zijn mensen die zich voor de zekerheid bij een verpleeghuis inschrijven, maar helemaal niet van plan zijn er gebruik van te maken.
Zeker voor de verpleeghuizen geldt dat veel mensen wel op een wachtlijst staan, maar niet zitten te wachten op een plek. Van de ruim 17 duizend mensen op de wachtlijst in juli, hadden er maar 97 urgent een plek nodig. 76 van hen waren opgenomen in een ziekenhuis en konden niet terug naar huis. Ongeveer 3.600 andere wachtenden waren actief op zoek naar een plek. De andere 14 duizend zaten eigenlijk wel goed daar waar ze zaten.
‘Veel mensen staan op een wachtlijst om zekerheid voor zichzelf te creëren’, zegt Martin Smalbrugge, hoogleraar ouderengeneeskunde aan het AmsterdamUMC. ‘Maar ondertussen krijgen zij zorg thuis, de kinderen helpen mee. Er is een heleboel zorg te regelen thuis als je een beetje de weg weet.’
Voor zorgaanbieders is een wachtlijst ook een machtsmiddel, zegt Canoy. ‘Heb je een wachtlijst, dan sta je sterker in de onderhandelingen met zorgverzekeraars en zorgkantoren. Zo kun je ze proberen te dwingen meer zorg in te kopen.’
Een deel van de daling zou kunnen komen doordat zorgkantoren (de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de geldstromen binnen de ouderenzorg, en gelieerd zijn aan de zorgverzekeraars) strenger zijn gaan toezien op de wachtlijsten. Dat zegt Caro Verlaan, directeur van het zorgkantoor van CZ. ‘Wij zijn actief gaan nabellen of mensen nog wel op de wachtlijst horen. Dan kom je ook mensen tegen voor wie in het verpleeghuis van hun eerste voorkeur geen plek was, maar het inmiddels prima naar hun zin hebben in een ander huis. Zij kunnen dus van de lijst af.’
In de dalende wachtlijsten is de lange schaduw van corona nog altijd terug te vinden. Het beeld van kinderen die in coronatijd het verpleeghuis niet in mochten, en vanachter een raam naar hun ouders met dementie moesten zwaaien, is nog niet uitgewist. ‘Dat is verschrikkelijk traumatisch geweest’, zegt Verlaan. ‘Het heeft bijgedragen aan de gedachte dat een verpleeghuis geen ideale oplossing is.’
Wanneer een oudere een zogeheten Wlz-indicatie krijgt, dan heeft diegene recht op zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), en daarmee recht op een plek in een verpleeghuis. Verlaan: ‘Vroeger zeiden kinderen sneller tegen hun ouders: ga dan ook maar. Maar sinds corona zoeken mensen eerder een alternatief.’
Dat zien ook de ouderenzorgorganisaties, zegt Anneke Westerlaken, voorzitter van Actiz, de brancheorganisatie. ‘We hebben bij onze leden gevraagd hoe zij de daling van de wachtlijsten verklaren. Corona is een van de meest genoemde redenen. Omdat we afgelopen winters oversterfte zagen onder ouderen, mogelijk nog als een gevolg van het virus. En omdat het imago van het verpleeghuis in coronatijd een klap heeft gekregen.’
Maar de belangrijkste oorzaak van de wachtlijsten-omslag: het overheidsbeleid is er sinds enkele jaren volledig op gericht dat mensen langer thuis blijven wonen. Misschien, zegt Westerlaken, ‘moeten we inmiddels concluderen dat dit beleid behoorlijk succesvol is’.
Dat is goed nieuws, benadrukt Westerlaken. ‘Ouderen blijven het liefst zelfstandig wonen. Een verhuizing naar een verpleeghuis is vaak een noodzakelijke keuze.’
Wat helpt, is dat er mogelijkheden zijn gekomen om intensieve verpleeghuiszorg bij de mensen thuis te geven. Een kwart van alle Wlz-zorg voor ouderen vindt niet langer in het verpleeghuis plaats, maar bij bewoners thuis. Of in plekken als VanThuisUit. Ook steeds vaker: in geclusterde woonvormen voor ouderen, zoals hofjes of zogenoemde Thuisplusflats.
‘Die zijn er in eindeloos veel varianten’, zegt Canoy, ‘en je leeft er vaak een meer menswaardig bestaan dan in een verpleeghuis.’
Voorheen gingen mensen met een Wlz-indicatie eigenlijk per definitie naar een verpleeghuis, vertelt Verlaan van CZ. ‘Nu is de vraag: wat wilt u en wat heeft u nodig?’
Dat geldt zelfs voor mensen met zware dementie, zegt Verlaan.‘Met behulp van technologie en een netwerk kunnen zij prima zelfstandig wonen. Een medicijn-dispenser legt de pillen klaar en controleert of ze worden ingenomen. De thuiszorg komt langs om te wassen. Een slim horloge herkent valpartijen en stuurt automatisch een bericht naar mantelzorgers.’
De mindset van Nederlanders is aan het veranderen, constateert Verlaan. ‘We maken andere keuzen over de kwaliteit van leven, waarbij we het belangrijker vinden om in de eigen omgeving te blijven, dan om continu gepamperd te worden.’
Het vreemde is: niet alleen voor de verpleeghuizen nemen de wachtlijsten af, ook voor de zorg thuis zijn de wachtlijsten minder nijpend dan enkele jaren geleden. Belangrijkste reden daarvoor: ouderen krijgen minder zorg.
Westerlaken: ‘We hebben voorheen te veel levensvragen met zorg opgelost. Wijkverpleegkundigen kwamen bij patiënten langs om ogen te druppelen, met als argument dat er ‘anders niemand langskomt’. Ogen druppelen kunnen patiënten prima zelf. Voor een gebrek aan sociale contacten is een wijkverpleegkundige niet de oplossing, dan heb je veel meer aan extra ontmoetingsplekken in de wijk.’
Ook voor het aantrekken van steunkousen komen geen thuiszorgmedewerkers meer langs, daar zijn hulpmiddelen voor. In Brabant kiezen ouderenzorgorganisaties er nu voor om ‘verzorgend te wassen’ met speciale washandjes waarvoor geen water nodig is. Scheelt een inspannende douchebeurt voor de oudere, en negen minuten per wasbeurt voor de thuiszorgmedewerker.
‘De productiviteit van de wijkverpleging is sterk gestegen’, zegt Westerlaken. ‘We gaan naar een iets bescheidener rol van de zorg en naar een iets grotere rol voor de rest van het leven.’
Er lopen nu diverse onderzoeken naar hoe duurzaam de daling van de wachtlijsten is. Die leidt namelijk tot nieuwe problemen: verpleeghuizen kampen opeens met leegstand, en dus met teruglopende inkomsten. Verlaan: ‘Als over vijf jaar er alsnog een stijging aankomt, dan moeten we de zorg beschikbaar houden. Maar als de trend zo blijft, kunnen we de leegstand niet blijven vergoeden. De langdurige ouderenzorg is heel mooi, maar ook heel duur.’ Om precies te zijn: 54 miljoen euro per dag. Bijna 20 miljard euro per jaar.
De daling betekent wellicht ook dat alle onheilspellende cijfers over de arbeidsmarkttekorten in de zorg (266 duizend werknemers te weinig over tien jaar) overtrokken zijn. Westerlaken: ‘De prognoses gaan ervan uit dat we blijven doen wat we deden. Maar de ouderenzorg verandert enorm. Onze medewerkers beseffen dat het anders moet, en spelen daarop in. En mensen beseffen inmiddels ook zelf dat ze af en toe bij de buurman kunnen kijken hoe het met hem gaat.’ Niet dat dit alle problemen zal oplossen, waarschuwt Westerlaken: een derde van alle ouderenzorgmedewerkers gaat het komende decennium met pensioen.
Een laatste opmerkelijke ontwikkeling: tussen oktober vorig jaar en april dit jaar is het totale aantal ouderen met een Wlz-indicatie iets gedaald. Een ongekende trendbreuk: tussen 2019 en 2024 kwamen er juist 40 duizend ‘Wlz’ers’ bij.
Het is een ontwikkeling die hoogleraar Smalbrugge dan ook in de verste verte niet had zien aankomen. ‘Onderzoek naar waar deze omslag vandaan komt, is er nog niet, dus ik moet even aan invulkunde doen: door de overheid is er campagne gevoerd dat mensen hulp moeten zoeken in hun eigen omgeving, bij hun buren, familieleden. Het zou kunnen dat die kentering inderdaad is ingezet, en het daarom lukt om de vraag naar zorg uit te stellen.’
Bij VanThuisUit is de lunch inmiddels bijna klaar. ‘Bijna alle tachtig mensen die wekelijks bij ons langskomen, hadden zonder deze plek waarschijnlijk in het verpleeghuis gezeten’, zegt begeleidingscoach Disco.
Neem Erik. Hij komt twee keer per week naar VanThuisUit, mede omdat hij graag wil leren koken. Heeft hij nooit gekund, maar nu maakt hij zich zorgen over hoe hij thuis zou kunnen blijven wonen, mocht onverhoopt zijn vrouw wegvallen en hij zelf met zijn dementie achterblijft. Daarom heeft hij net de aardappels geschild, en de pitten van het elektrische fornuis op standje 7 gezet.
Voorheen waren deze mannen initiatiefloos, kwamen ze bijna de deur niet meer uit. Niet meer voor te stellen, vindt Disco, als ze de vier mannen onderling ziet grappen, de tafel ziet dekken en er eentje hoort vragen. ‘Hé maatje, kom je naast me zitten?’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant