Home

Opnieuw naar ‘Toy Story’: wat deden de makers van toen nog onbekend Pixar 30 jaar geleden toch zo goed?

Als animatiefilm was Toy Story in 1995 revolutionair vanwege de nieuwe computertechnologie. Maar er was méér waardoor de film, nu opnieuw in de bioscoop, in het geheugen gegrift staat van hele generaties. Wat klopt er toch zo aan die film?

is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.

Als je in de eerste helft van de jaren negentig een film aan het maken was over het geheime leven van kinderspeelgoed, leek het voor de hand te liggen om uit te komen bij Barbie, de populaire pop van fabrikant Mattel.

Joss Whedon, bekend van Buffy the Vampire Slayer en een van de scenarioschrijvers van Toy Story, had een plot bedacht waarbij Barbie in de laatste akte de reddende engel was. Hiervoor was de medewerking van Mattel nodig, maar dat bedrijf weigerde met de nieuwe computeranimatiestudio Pixar in zee te gaan.

Volgens Toy Story-producent Ralph Guggenheim wilde Mattel niet dat Barbie een stem en een persoonlijkheid zou krijgen, omdat die mogelijk niet zou aansluiten bij de verbeelding van jonge meisjes. En bovendien: Pixar, wie had daar ooit van gehoord?

Speelgoedfiguur op z’n retour

Ook speelgoedreus Hasbro weigerde toestemming; actiefiguur G.I.Joe werd niet toegelaten in de wereld van Toy Story. De rol van de heroïsche militaire verkenner in de film werd daarom vervuld door de ‘fictieve’ Combat Carl. Hasbro gaf wel toestemming voor het gebruik van zijn Mr. Potato Head, waarmee het bedrijf zonder het toen te weten een speelgoedfiguur op zijn retour een heel nieuw leven gaf.

Toy Story was de eerste lange animatiefilm van het gloednieuwe Pixar, dat zijn pas ontwikkelde computerillustraties aan de wereld wilde laten zien via de klassieke vorm van een lange animatiefilm. De klassieke animatiestudio Disney was opdrachtgever en zou de films van Pixar distribueren en promoten (totdat het bedrijf de studio in 2006 overnam).

Enorme kloof

Het is nu moeilijk voor te stellen hoe groot de kloof tussen Pixar en Disney in de aanloop naar de première van Toy Story was. Pixar bestond uit een handjevol hemelbestormers die de animatietoekomst wilden veroveren met computerprogramma’s. Disney was een klassiek entertainmentbedrijf uit Los Angeles dat zijn hele filosofie had gebouwd op het beheren van de eigen nalatenschap. In het jaar dat Toy Story werd uitgebracht, kwam Disney met A Goofy Movie.

Avontuurlijke animatie leek in die tijd vooral uit Japan te komen, waar Studio Ghibli in de jaren daarvoor al een paar meesterwerken op zijn naam had staan: My Neighbour Totoro en Grave of the Fireflies.

Groot chagrijn

Aan het begin van 1995, het jaar dat Toy Story op de Amerikaanse feestdag Thanksgiving (eind november) werd uitgebracht, was de afdeling Disney Consumer Products op de jaarlijkse Toy Fair om Toy Story te promoten. Niet alleen als film, maar als een mogelijkheid om er een speelgoedlijn aan te hangen. Hasbro en Mattel zagen het wederom niet zitten; ze waren gewend aan veel meer tijd om speelgoed te ontwikkelen.

Zo kwam het Toy Story-speelgoed terecht bij het kleine Canadese bedrijf Thinkway Toys. Met kerst van dat jaar, toen de film hard op weg was naar een status als instantklassieker en niet te vergeten een opbrengst van 373 miljoen dollar, waren de Buzz Lightyears (met uitklapbare vleugels) en Woody’s (met stemfunctie) niet aan te slepen. Ongetwijfeld tot groot chagrijn van Mattel en Hasbro, die vanaf dat moment een andere koers gingen varen.

Voetnoot: de stem van de meeste Buzz Lightyear-poppen (‘Op naar de sterren en daar voorbij!’) kwam van acteur Tim Allen, die ook de originele filmstem leverde. Maar de stem van de Woody-pop was van Jim Hanks, broer van Tom, die in de film de stem van Woody vertolkte, maar het te druk had met de rest van zijn carrière om ook nog eens speelgoed in te spreken.

Bedreigd door Buzz

Het avontuur in Toy Story is klassiek genoeg. Het speelgoed van het jongetje Andy, onder aanvoering van cowboypop Woody (Tom Hanks), maakt zich zorgen dat Andy op zijn verjaardag nieuw speelgoed krijgt dat hun plek zal innemen. Het nieuwe speelgoed arriveert in de vorm van ruimteheld Buzz Lightyear (Tim Allen). Er moet jaloezie overwonnen worden, en de bedreigingen van een wreed buurjongetje. En er groeit een vriendschap tussen Buzz en Woody die iedereen die ergens in de afgelopen dertig jaar kind was, heeft meegekregen.

Het is nauwelijks te bevatten welke technische sprong voorwaarts Toy Story in zijn tijd maakte. Terugkijkend lijkt de dertig jaar oude computeranimatie misschien aan de stijve kant. Elke volgende Pixarfilm was een reuzenstap in computeranimatietechnologie. Drie jaar later wist Pixar al een overtuigend natuurlijke microwereld neer te zetten in voorheen voor onmogelijk gehouden nuances (A Bug’s Life, 1998). Een van de grote uitdagingen bleef een wezen met een natuurlijk bewegende vacht, maar dat werd opgelost in Monsters, Inc. (2001). De pot met goud werd gevonden toen Pixar zich op de (onder)waterwereld stortte in Finding Nemo (2003), software die rechtstreeks leidde naar de Avatar-reeks van James Cameron.

Steve Jobs

Toen Toy Story werd gelanceerd was Pixar slechts bekend van een handjevol korte films, die misschien in het wereldje van de pas ontwikkelde computergraphics tot opwinding leidden, maar bij het publiek nog niet veel hadden losgemaakt. Er was een deur naar de toekomst opengezet, maar de gedachte aan avondvullende animatiefilms die zouden konden concurreren met die van Disney, was nog ver weg.

Pixar begon in 1979 als onderdeel van Lucasfilm, het bedrijf van George Lucas, de maker van de Star Wars-films. Het heette aanvankelijk de Graphics Group en was vooral een softwarebedrijf, dat de eerste met de computer gemaakte special effects ontwikkelde. Het was Steve Jobs, topman van Apple, die de Graphics Group zelfstandig maakte en daarmee aan de wieg van Pixar stond. Met zijn schier bovennatuurlijke talent om de wereld ervan te overtuigen dat hij de blinkende, glimmende toekomst had gezien, sloot hij een contract met Disney voor een aantal avondvullende computeranimatiefilms. Nogmaals, die bestonden nog niet, niet in de verste verte zelfs.

Veel verder dan de korte film Luxo Jr. (1986) waren de mannen (vooral mannen, met veel gezichtsbeharing en hawaïshirts) van Pixar tot dusver niet gekomen. In een filmpje van 2 minuten en 18 seconden zien we twee bureaulampen, een ‘ouderlamp’ en een ‘kind’. De kleine bureaulamp duikt nog voor elke Pixarfilm op in het logo. Als we er in slagen om het dertig jaar oude Toy Story vanuit het perspectief van Luxo te bekijken, is het duidelijk dat in die film wonderen werden verricht.

Gouden vondst

Het feit dat computeranimatie nog in de kinderschoenen stond, wordt ruimschoots gecompenseerd door alles wat Toy Story meteen goed deed. De casting met Hanks en Allen in de hoofdrol was en is tot op de dag van vandaag helemaal raak. Maar ook in de kleinste rollen werd duidelijk dat de makers wisten wat ze deden: bijvoorbeeld met de rol van de legendarische drilsergeant R.Lee Ermey uit Full Metal Jacket (1987) als plastic militair poppetje. ‘Sir! Yes, sir!’

De gouden vondst was om de toys uit de titel zich bewust te laten worden van hun missie op aarde: er zijn, als speelgoed, voor het kind bij wie je bent terechtgekomen, in dit geval Andy. Met de komst van Buzz Lightyear, die denkt dat hij een echte astronaut is, komt naast het avontuur ook de bijna filosofische reis naar zelfkennis in het verhaal.

De Toy Story-films hadden meteen de dubbele laag te pakken die voor de beste Pixarfilms ook daarna altijd de ruggengraat vormde, in elk avontuur. Of het nu om een vader gaat die bang is om zijn kind kwijt te raken (Finding Nemo, 2003) of om verder leven na het verlies van je geliefde (Up, 2009), om hoe je een onmogelijk lijkende droom moet blijven vasthouden (Ratatouille, 2007) of om hoe je je door de diepe dalen van de puberteit beweegt (Inside Out 2, 2024).

Nog zo’n meesterzet

Een van de vele meesterzetten van regisseur John Lasseter en zijn team was het inhuren van Randy Newman voor de muziek. Zijn melancholieke, intelligente liedjes zetten de toon van de films vanaf het openingsnummer You’ve Got a Friend in Me.

Hoogtepunt uit het oeuvre (in Toy Story 2) is het nummer When She Loved Me, gezongen door Sarah McLachlan en vanuit het perspectief van cowgirlpop Jessie, die door haar eigenaar Emily in de steek wordt gelaten. Niet omdat Emily een slecht mens is, maar omdat ze ouder is geworden en uitgespeeld met haar poppen. Dat dat bij het leven hoort, maken het lied en de scène niet minder hartverscheurend: ‘So the years went by/ I stayed the same/ But she began to drift away.’

Toy Story was een technologische revolutie van de eerste orde, die het filmmaken voorgoed heeft veranderd. Maar de revolutie werd gedreven door de verhalenvertellers van Pixar.

Tourguide Barbie

Hoe liep het af met Barbie in de wereld van Toy Story? Toen in 1999 Toy Story 2 uitkwam bleken de makers dit keer natuurlijk wél toestemming te hebben gekregen om haar te gebruiken. In een van de vele briljante scènes uit de film, die misschien wel Pixars meesterwerk mag worden genoemd, krijgen de speelgoedfiguren een hyperenthousiaste rondleiding van ‘tourguide Barbie’ in een grote speelgoedwinkel.

In een bijna surrealistisch moment komen ze langs eindeloze schappen met Buzz Lightyear-poppen. ‘In 1995 werden er te weinig poppen besteld door kortzichtige winkeliers’, horen we gids Barbie zeggen. Klassiek werd de aftiteling van Toy Story 2, met een reeks bloopers. In een later gesneuvelde scène zien we hoe Stinky Pete (een oude goudzoeker die deel uitmaakt van Woody’s westernfamilie) verlekkerd twee Barbies ontvangt (‘Zijn jullie een tweeling?’) en ze een rolletje in de volgende film belooft.

Jongens-onder-elkaarsfeer

Deze scène was iets te dicht op de huid van de jongens-onder-elkaarsfeer die er in die jaren bij Pixar heerste. Veel vrouwen waren er niet op de Pixarburelen, zo is ook te zien in de documentaire The Pixar Story, over die beginjaren (te zien op Disney Plus). Op de dvd van Toy Story 2 en in de versie die nu op Disney Plus staat, is de hitsige goudzoeker verdwenen (maar op YouTube kan Stinky Pete nog altijd zijn handen niet thuishouden).

Barbie speelde nog wel een rol (met Ken) in Hawaiian Vacation, een meesterlijk kort filmpje uit 2011 (te zien op Disney Plus), waarin de toys met al hun verbeelding het duo een tropische vakantie bezorgen, die moet leiden tot de eerste kus. Er loopt een dikke roze lijn tussen deze zes briljante minuten en de zomerhitfilm Barbie van Greta Gerwig uit 2023.

Verwacht: deel 5

In 2026 wordt Toy Story 5 verwacht, van Andrew Stanton, regisseur van zeker twee Pixarklassiekers: Wall-E en Finding Nemo. In deze film nemen Woody en Buzz het op tegen hun misschien wel zwaarste tegenstander: de techindustrie, die kinderen verslaafd aan hun scherm heeft gemaakt.

We hoeven allemaal niet zo streng te zijn als Quentin Tarantino, die ooit beweerde dat Toy Story 1, 2 en 3 een perfecte trilogie vormen en dat hij daarom weigerde naar deel 4 te kijken. Laat deel 5 maar komen. En daar voorbij!

Toy Story is vanaf 17/9 opnieuw te zien in de bioscoop.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next