Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze keer: het woord snakken wordt – onterecht – te pas en onpas door politici gebruikt.
In 1959 was Nederland gortdroog. De oogst van haver, aardappelen en bieten mislukte, sloten en beken vielen droog, vissen legden massaal het loodje, er dreigde een drinkwatertekort, overal ontstonden natuurbranden. Er was veel te weinig gras voor de koeien en om ze toch te laten grazen, moesten hele stukken bos tegen de vlakte. De arme dieren schrokten die paar grassprieten die ze vonden zo gulzig naar binnen dat er te veel zand in hun magen terechtkwam, waardoor ze hevige buikkrampen kregen en een pijnlijke dood stierven. „Er is maar één oplossing voor al de problemen”, klonk het in het Polygoonjournaal van 22 juni. „Regen: Nederland snakt ernaar.”
Het waren de juiste woorden, snakken betekent zoveel als ‘vurig verlangen’, of passender: ‘hijgend happen’, naar adem bijvoorbeeld. Snakken is een kwestie van leven of dood, of het voelt in elk geval zo. Zo was het in 1959. De mensen, de dieren, de planten, de grond: alles en iedereen snakte naar neerslag. Zulk collectief snakken komt maar zelden voor in een land als Nederland, dat doorgaans gevrijwaard blijft van al te grote problemen. Dat doet niets af aan het snakken door individuen, sectoren, regio’s of armlastige gezinnen met meerdere koophuizen die om het hoofd boven water te houden afhankelijk zijn van de hypotheekrenteaftrek, maar dat zijn deelbelangen. Deelbelangen die meestal ook nog botsen met andere deelbelangen. Natuurlijk snakken we ook in Nederland, maar Nederland snakt nergens naar.
Wie de politiek een beetje volgt, krijgt een heel ander beeld. Neem rising star Henri Bontenbal, met zijn imago van fatsoen en degelijkheid: „Nederland snakt naar een fatsoenlijke politiek met degelijke bewindspersonen”, beweerde hij tijdens het Kamerdebat over de kabinetsval. Of Dilan Yesilgöz, de VVD-leider met een duidelijke voorkeur voor een centrumrechts kabinet, die bij RTL Tonight stelde dat „Nederland snakt naar centrumrechts beleid”. Of BBB-voorvrouw Caroline van der Plas die in 2024 tijdens het debat over de kabinetsformatie niets liever wilde dan een kabinet met een nieuwe koers en dus zei dat „Nederland snakt naar een nieuw kabinet, snakt naar een nieuwe koers”.
Het is brutaal om te doen alsof een heel land snakt naar jouw ideeën, want elke verkiezingsuitslag laat weer zien hoe verschillend de wensen van Nederlanders zijn. Máxima had het in 2007 al door: „De Nederlander bestaat niet”. Als je dat probeert te omzeilen door te beweren dat jij geen deelbelangen, maar het algemeen belang dient, zoals Frans Timmermans dat deed tijdens zijn boekpresentatie, kom je al helemaal terecht in een spiegelpaleis van niksigheid: „Het land snakt naar antwoorden die iedereen aanspreken”. Ja, meneer Timmermans, dat begrijpen we: iedereen heeft een enorme behoefte aan dingen die iedereen graag wil. Ik zal nog eens iets vertellen: iedereen wil juist af van dingen waar iedereen klaar mee is. Timmermans’ oud-partijgenoot Rob Oudkerk voegde bij Goedenavond Nederland nog meer leegte toe door met veel aplomb te beweren dat „Nederland snakt naar een partij die doorbraken op bepaalde terreinen realiseert”. Ja, als dat toch eens zou kunnen.
Framing-expert Hans de Bruijn schreef in 2022 in Trouw dat je met het werkwoord snakken „als kiezer op een voetstuk wordt geplaatst”. Na ‘snakken’ volgt immers vaak iets positiefs, zoals ’transparantie’, ‘het eerlijke verhaal’ of ‘betrokken politici’: ‘Jij snakt naar het goede. Je deugt. Dat hoor je graag’. Ik geloof best dat campagneteams zo denken, maar ik voel me niet op een voetstuk geplaatst; integendeel. Ik voel me gekleineerd door een politicus die denkt namens het volk en namens mij te kunnen spreken. Alsof we het zelf niet door hebben als we ergens naar snakken.
Hoe erg politici zich ook afzetten tegen populisme: wie beweert dat Nederland ergens naar snakt, bedient zich van populistische taal. Vertel dus maar gewoon hoe jij als politicus de toekomst voor je ziet, dan kunnen wij prima zelf bepalen in hoeverre wij daarnaar snakken. Maar onthoud alsjeblieft vooral dat Nederland als geheel helemaal nergens naar snakt. Nieuwslezer Philip Bloemendal van het Polygoonjournaal was zesenzestig jaar geleden waarschijnlijk de laatste die de spijker op de kop sloeg toen hij zei dat Nederland dat wel deed.
Source: NRC