Home

‘Tuttifrutti-links’ won de Noorse verkiezingen op economie, stabiliteit en vertrouwen

Noorse verkiezingen De sociaaldemocratische Arbeiderspartij van premier Jonas Gahr Støre werd groter dan de rechts-populistische Vooruitgangspartij. Kan Nederland er iets van leren voor de verkiezingen van eind volgende maand?

De Noorse premier Jonas Gahr Støre van de Arbeiderspartij maandag op de verkiezingsavond in Oslo.

„We hebben het voor elkaar gekregen”, merkte de Noorse premier Jonas Gahr Støre maandagavond laat opgewekt op. Zijn Arbeiderspartij werd met 28 procent van de stemmen de grootste bij de Noorse parlementsverkiezingen, en behaalde zelfs meer stemmen dan vier jaar geleden. Met vier andere linkse partijen kan hij nu een meerderheid in het parlement vormen, een samenwerking die al een ‘tuttifrutticoalitie’ wordt genoemd.

Hoewel Støre volgens peilingen aanvankelijk een goede kans had om te winnen, zat de rechts-populistische Vooruitgangspartij hem flink op de hielen. Met 23,9 procent van de stemmen werd de anti-immigratiepartij de tweede van het land en kreeg ruim twee keer zoveel stemmen als in 2021. Die werden vooral weggehaald bij de traditioneel conservatieve partijen. De opkomst was met 78,9 procent de hoogste in jaren.

De Noorse situatie lijkt in sommige opzichten op de Nederlandse, waarbij het straks ook om een race tussen links en populistisch rechts lijkt te gaan, waar de leider van de conservatief-liberale partij ook ter discussie stond en de Vooruitgangspartij het graag over migratie wilde hebben. Kunnen deze verkiezingen ons iets leren over wat Nederland te wachten staat?

„Het is nog vroeg om vast te stellen hoe de Arbeiderspartij dit is gelukt, maar in de Noorse media klinkt de analyse dat de Noorse kiezer vooral heeft gekozen voor stabiliteit en vertrouwen”, vertelt Tim van Gerven. Als universitair hoofddocent aan de Universiteit van Tromsø doet hij onderzoek naar Scandinavische ontwikkelingen in Europees perspectief. Er zijn behoorlijk wat parallellen met Nederland, merkt hij op. Populistisch rechts (Vooruitgangspartij) won ten koste van rechts (Høyre), dat met 24 zetels nu de derde partij van het land is, waar de partij vier jaar geleden nog ruimschoots groter was dan de Vooruitgangspartij.

„Die partij kun je het beste vergelijke met de VVD. Bij Høyre was er onduidelijkheid over het leiderschap. Partijleider Erna Solberg had eigenlijk voor de verkiezingen al moeten aftreden.” Nu heeft Solberg de hand in eigen boezem gestoken na de verkiezingen: maandagavond gaf ze aan dat „het onwaarschijnlijk was dat zij in 2029 de premierskandidaat van Høyre zou zijn”. Ook de agrarische Noorse politieke partij Senterpartiet, die normaliter vooral kiezers buiten de grote steden trekt, verloor veel kiezers en werd meer dan gehalveerd.

Vermogensbelasting

De Vooruitgangspartij zette nadrukkelijk in op migratie en schilderde daarbij buurland Zweden – dat jarenlang gastvrij was voor migranten maar inmiddels een stuk strenger is – af als schrikbeeld. Dat lukte ze vooral op sociale media, legt Van Gerven uit: „Het viel op dat de Vooruitgangspartij veel jongeren aan zich bond via die kanalen, terwijl andere partijen meer hebben ingezet op de klassieke media. Daar ging het de afgelopen maanden weinig over migratie, maar veel meer over economie en vermogensbelasting.”

In de campagnes van rechtse partijen viel met name te lezen dat rijke Noren naar Zwitserland vertrokken om zo aan de vermogensbelastingen te ontkomen. De Vooruitgangspartij wilde dan ook die belastingen afschaffen. De Arbeiderspartij wil die juist handhaven omdat de Noorse schatkist anders omgerekend zo'n 3,3 miljard euro per jaar zou mislopen. „Het narratief van vertrekkende Noren heeft niet gewerkt”, vertelt Van Gerven. Wat de kwestie van de vermogensbelasting voor de Noren was bij de verkiezingen kan de hypotheekrenteaftrek voor de Nederlandse verkiezingen worden.

Opvallend genoeg speelde de klimaatcrisis een minder grote rol dan vier jaar geleden. De partijen die hier wel nadrukkelijk op inzetten, verloren zetels. Dat onderwerp werd minder belangrijk gevonden dan economie en geopolitiek.

Dat Jens Stoltenberg, voormalig secretaris-generaal van de NAVO en tot tweemaal toe Noors premier namens de Arbeiderspartij, werd benoemd als minister van Financiën heeft de Arbeiderspartij ook stemmen opgeleverd. Stoltenberg is populair en zijn benoeming straalt vertrouwen uit. „De Noorse kiezer heeft het meeste vertrouwen in Støre en Stoltenberg als het gaat om Oekraïne en Gaza. Noorwegen heeft de staat Palestina vorig jaar al erkend, en ook het Noorse Staatsfonds, dat ook wel het oliefonds wordt genoemd, was een onderwerp van de verkiezingen omdat het staatsinvesteringsfonds in augustus zijn belangen in elf Israëlische bedrijven had verkocht. De Noorse regering zit wat de standpunten over Israël betreft dichterbij de opinie van de bevolking.”

Source: NRC

Previous

Next