Grote Nederlandse supermarktketens blijven Israëlische producten verkopen, ondanks kritiek op de oorlog in Gaza. Heeft het zin deze producten uit de schappen te halen? "Als Nederlandse supermarkten ze niet verkopen, doen andere landen dat wel."
De supermarktketens, waaronder Albert Heijn en Jumbo, blijven de Israëlische producten vooralsnog verkopen, lieten ze dinsdag aan persbureau ANP weten. Lidl voert overleg over zijn aanbod, maar ook daar liggen de producten nog in de schappen.
De supermarkten laten niet weten om welke producten het precies gaat. "Het ligt aan het seizoen. Maar het zijn vaak landbouwproducten zoals dadels en aardappelen uit Israël", zegt Lydia de Leeuw, onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). De supermarkten zelf hebben het ook nog over Israëlische pinda's, paprika's en avocado's.
Winkels als Albert Heijn en Jumbo zeggen dat ze zich houden aan de geldende nationale en internationale wet- en regelgeving. Er zijn namelijk nog geen sancties ingesteld tegen handel met Israël; bedrijven mogen vrij zaken doen. Daarnaast verzekeren de supermarkten dat producten niet uit bezette gebieden komen.
Maar volgens De Leeuw is het onmogelijk te zien waar de Israëlische producten echt vandaan komen. "In de Israëlische economie wordt geen onderscheid gemaakt tussen producten uit Israël zelf en producten uit de bezette gebieden, feitelijk Palestijns grondgebied. Zo'n label als 'Made in Israël' is dus vaak misleidend."
Op dit moment zijn supermarkten vooral bezorgd om hun imago, zegt Dawid Walentek, sanctiedeskundige en onderzoeker politieke economie aan de Universiteit Gent. Het is voor hen relatief makkelijk een product uit een ander land te kiezen als Nederlanders bepaalde producten niet willen kopen, stelt hij. "Misschien hebben ze contracten lopen met Israëlische leveranciers, waardoor het lastiger is ervan af te komen. Maar als ze het echt willen, moet dat wel lukken."
"In principe willen bedrijven graag geld verdienen. Dat is ook logisch", zegt de onderzoeker. Als de producten gewoon verkopen, hebben de supermarkten volgens hem geen reden ze uit het schap te halen. "Daarnaast zien sommige supermarkten het misschien niet als hun rol om dit soort 'politieke' beslissingen te nemen, want waar ligt dan de grens?", legt Walentek uit.
Het wordt veel makkelijker voor winkels als de overheid bepaalt dat ze geen Israëlische producten meer mogen verkopen, stelt de onderzoeker. "Als je wil dat Israëlische producten niet naar Nederland of Europa komen, is daarom een strengere aanpak nodig, zoals sancties", zegt hij. Met sancties hebben supermarkten geen andere optie: ze kunnen de producten simpelweg niet kopen of verkopen.
Van sancties is op dit moment nog geen sprake. Wel bespreekt de Europese Unie nu of ze het associatieverdrag met Israël moet opschorten. Dat raakt de handelsrelatie tussen Israël en Europa, al is nog onzeker of dit direct gevolgen zou hebben voor producten in de supermarkt.
Walentek betwijfelt of sancties op Israëlisch voedsel de situatie in Gaza zullen verbeteren. "Na de annexatie van de Krim in 2014 werden er sancties op Russisch voedsel ingevoerd. Dat had weinig effect, daarna is Rusland alsnog Oekraïne binnengevallen."
Het is volgens de onderzoeker de vraag of herhaling van toenmalige maatregelen nu veel zal opleveren. "Toen ging het om appels uit Rusland. Waarom zou het wel effect hebben als het om dadels uit Israël gaat?"
Daarnaast is het de vraag om hoeveel producten het eigenlijk gaat. "Als het slechts om een klein aantal producten gaat, hebben sancties nóg minder kans van slagen", zegt Walentek.
In 2022 bedroeg de waarde van de import uit Israël 2,7 miljard euro, meldde statistiekbureau CBS. Belangrijke producten die naar Nederland komen zijn ruwe aardolie, medicijnen en elektronische apparaten, maar ook groente en fruit.
Zo lijkt het alsof er behoorlijk wat groente en fruit in de Nederlandse supermarkten wordt verkocht, maar dat valt best mee, stelt Walentek. Landbouw is namelijk maar een klein onderdeel van de economie in Israël, zo'n 1 à 2 procent. "Dus niet echt een relevant deel van de economie", zegt Walentek.
Daarnaast is Nederland wel een van de grootste afzetmarkten voor fruit en groente. Maar veel van wat er binnenkomt wordt via de haven van Rotterdam doorgesluisd naar andere landen, zoals de Verenigde Staten, benadrukt Walentek.
Toch is er één groep die het flink zal voelen als er geen producten meer naar Nederland worden vervoerd. "Voor Israëlische boeren gaat om miljoenen euro's. Export is voor hen een groot deel van hun inkomen", legt Walentek uit.
De onderzoeker legt uit: als Nederland of Europa zou besluiten geen voedsel meer uit Israël te kopen, kan het zijn dat boeren en agrarische bedrijven druk gaan uitoefenen op politici om de oorlog in Gaza te beëindigen. "In Nederland hebben boeren de afgelopen jaren ook veel politieke invloed gehad, dus dat kan helpen."
Maar volgens Walentek is de kans dat dit gebeurt klein. "Als Nederlandse supermarkten de producten niet verkopen, doen andere landen dat wel." Dan verkoopt Israël gewoon meer aan India, Australië of de VS.
Als er geen Israëlische producten meer worden verkocht in Nederlandse supermarkten, zal dat dus niet veel effect hebben, denkt de onderzoeker. "Het geeft consumenten misschien een goed gevoel dat er iets wordt gedaan. Dat is het enige."
Source: Nu.nl economisch