Mede door de moeizame ontstaansgeschiedenis van veel vrouwensporten, wordt kritische verslaggeving als ongepast ervaren. Dat moet veranderen.
Een volle perszaal voor Sarina Wiegman en Georgia Stanway, bondscoach en speelster van het Engelse team, afgelopen zomer tijdens het EK.
Anderhalf jaar geleden schreef ik een reconstructie over het vertrek van Suzanne Bakker bij Ajax. Als hoofdtrainer van het vrouwenteam won Bakker de landstitel in haar eerste seizoen. Daarna kwalificeerde Ajax zich onder haar leiding, als eerste Nederlandse vrouwenploeg, voor de groepsfase van de Women’s Champions League. Never change a winning horse, zou je zeggen, maar toen haar contract na twee jaar afliep, werd dat niet verlengd.
Uit de gesprekken die ik over Bakker voerde, bleek dat er geen voetbalinhoudelijke redenen aan haar vertrek ten grondslag lagen. Ze maakte lange dagen, was perfectionistisch en eiste veel van zichzelf, haar staf en de speelsters. Met haar rechtlijnigheid en gebrek aan empathie streek ze mensen tegen de haren in. Omdat dat nooit in de pers was gekomen, begrepen buitenstaanders niet waarom de sportief goed presterende coach weg moest.
Persvoorlichters zijn vaker not amused over onthullende stukken, maar ze houden er altijd rekening mee. De persvoorlichter van het vrouwenteam van Ajax – inmiddels werkt ze niet meer bij de club – leek overvallen. Ze schrapte het interview met een veelbelovende jonge speelster waarover we al maanden contact hadden. Ook op een interview met een routinier hoefde ik niet meer te rekenen. Ze zei dat ik vast kon begrijpen dat speelsters voorlopig geen zin hadden mij te woord te staan.
Eerlijk? Ik vond het onprofessioneel. Ik had Ajax de kans op wederhoor gegeven – dat aanbod sloegen ze af. Dan moet je niet achteraf je gram gaan halen. In die zin was de reactie van de persvoorlichter van het mannenteam, een kleine twee jaar eerder, veel professioneler. Nadat ik met twee collega’s een onderzoeksverhaal over Marc Overmars had geschreven, die als technisch directeur moest vertrekken vanwege grensoverschrijdend gedrag, stond hij me nog even netjes te woord als daarvoor.
Je kunt zeggen: de ene voorlichter is de andere niet. Maar ik denk dat er meer aan de hand is. Mede door de moeizame ontstaansgeschiedenis van veel vrouwensporten, beperken onderzoeksverhalen over vrouwensport zich doorgaans tot misstanden, zoals grensoverschrijdend gedrag van coaches of collega-sporters. Een stuk over het vertrek van een coach met gebrekkige communicatieve vaardigheden, wordt al snel als ongepast ervaren, ook door sportvrouwen zelf. Zo van: ‘we’ zouden onze sport toch samen vooruithelpen?
Ik begrijp de reflex. Wat sponsoring, salarissen, materiaal, investeringen, zendtijd, ticketverkoop en prijzengeld betreft hebben de meeste vrouwensporten nog een lange weg te gaan. Het is belangrijk om dat te blijven benoemen. Maar ik denk óók dat vrouwensport gebaat is bij eerlijke, kritische verslaggeving. Bij onderzoeksjournalistiek. En dat dat verdere groei niet in de weg staat, maar eerder bespoedigt. Zodat sportvrouwen als Ilona Maher, de Amerikaanse rugbyster over wie ik vorige week in deze rubriek schreef, op een dag minstens zo veel met hun sport verdienen, als met hun lucratieve posts op TikTok en Instagram.
Ik werd in mijn overtuiging gesterkt door een recent stuk in zakenblad Forbes van John Affleck, directeur van het Curley Center for Sports Journalism aan de Amerikaanse Penn State universiteit. Affleck werkte 22 jaar bij het internationale persbureau AP, als nieuws- en sportverslaggever. Hij kent de sportwereld van binnenuit. In het stuk vraagt hij zich af hoe de sportjournalistiek zich moet aanpassen aan de onstuimige groei van vrouwensport. Vrouwensport wordt groter, kapitaalkrachtiger en interessanter, schrijft hij. In een tijd dat de journalistiek onder druk staat, biedt dat volop kansen. „Maar meer berichtgeving over vrouwensport vereist wel enige reflectie.”
Affleck sprak vier mensen die respect genieten door de wijze waarop ze vrouwensport verslaan: Haley Rosen, oprichter van Just Women’s Sports, een nieuwswebsite gericht op vrouwensport; Sarah Spain van sportzender ESPN; Alicia DelGallo van de krant USA Today; Jane McManus, auteur van het dit jaar verschenen boek The Fast Track: Inside the Surging Business of Women’s Sports. Ze zijn het erover eens dat de verslaggeving „robuuster, diepgravender en soms wat kritischer” mag. Hoewel sportvrouwen, historisch gezien, lang zijn buitengesloten, zeggen ze, volstaat het niet langer om als journalist „te vieren dat vrouwensporten bestaan”.
Door die – volgens Affleck neerbuigende – reflex werd het seksuele misbruik en wangedrag van coaches in de hoogste Amerikaanse voetbalcompetitie, enkele jaren geleden, niet zo goed gecoverd als had gemoeten. Journalisten waren „timide”, zegt McManus tegen Affleck, omdat de competitie nog zó klein was, dat die tijdens de pandemie gestut moest worden door de Amerikaanse overheid.
„Als een profbasketbalster een slechte wedstrijd heeft gespeeld moet je dat gewoon kunnen zeggen”, vindt Rosen. Ze pleit ervoor de „fluwelen handschoenen” uit te doen. „Soms schiet de berichtgeving over vrouwensport tekort omdat er geen geld, geen steun of middelen zijn”, zegt Spain. „Dan worden de beste mensen weggekaapt, en gaan ze over mannensport schrijven. Zo houd je mensen over die gepassioneerd zijn, maar die niet per se geweldige journalisten, schrijvers of podcasters zijn.”
Ik ben benieuwd wat de auteur van het stuk er zelf van vindt. Hoe kun je vrouwensport het best verslaan? Kan vrouwensport professionaliseren, als daar niet op een diepgravende en kritische manier verslag over wordt gedaan?
„Geef sportvrouwen de erkenning die ze verdienen, en vertel toch de waarheid op een vrij eerlijke en directie manier”, antwoordt Affleck op mijn eerste vraag. Het misbruikschandaal in de NWSL heeft de competitie „bijna de nek omgedraaid”, zegt hij. „Zonder eerlijke verslaggeving kun je mensen echt schaden.”
En ja, goede verslaggeving is een voorwaarde voor de verdere groei van vrouwensport. Want groei staat of valt met de fans, zegt Affleckt, en die willen the full picture. Ze hebben het door als een journalist niet van de hoed en de rand weet. Of als een cheerleader staat mee te juichen. „Fans voelen haarfijn aan of iets authentiek is. En authenticiteit trekt het meest.”
Source: NRC