Home

Het verbod op conversietherapie laat nog steeds de deur op een kier

Nieuwe wet Na vele jaren is er een verbod op conversietherapie, pogingen om iemands seksuele of genderidentiteit te veranderen. Maar de aanpassingen in het wetsvoorstel waarmee is ingestemd, kunnen leiden tot geitenpaadjes om het verbod heen, denkt Rocher Koendjbiharie.

Derk Boswijk (CDA) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel om conversietherapie te verbieden.Foto ANP

Wie uit de regenbooggemeenschap komt, weet waarschijnlijk hoe het voelt om ongewenst te zijn. In je eigen familie, op je werk, of in je (religieuze) omgeving. In bepaalde gebieden in Nederland – denk aan de Biblebelt – neemt dat extreme vormen aan, zoals in het geval van conversietherapie. Deze ‘therapie’ zet in op psychologische pogingen, in sommige gevallen zelfs elektrische schokken, om iemands seksuele geaardheid of genderidentiteit te ‘veranderen’.

<p>Rocher Koendjbiharie is journalist en schrijver.</p>

Rocher Koendjbiharie is schrijver en journalist.

Conversietherapie was tot dinsdag niet verboden in Nederland. Absurd, vonden GroenLinks/PvdA, VVD, D66, SP en Partij voor de Dieren, en daarom streden die al een aantal jaar voor een verbod. Helaas wisten ze nooit een meerderheid te behalen in de Tweede Kamer. Maar die is er toch gekomen, doordat in een wijziging van het wetsvoorstel aan bezwaren van partijen als NSC en CDA is tegemoet werd gekomen. De wijzigingen lijken onschuldig, maar zijn dat absoluut niet. Integendeel: conversietherapie zou zo nog steeds kunnen blijven bestaan.

Om nog maar eens te benadrukken hoe schadelijk conversietherapie is: uit een onderzoek gepubliceerd in 2024 in The Lancet Psychiatry blijkt dat lhbtqia+-personen die conversietherapie moesten ondergaan een aanzienlijk slechtere mentale gezondheid hebben. Zo ervaarden mensen die antihomoseksuele conversietherapie moesten ondergaan meer symptomen van post-traumatische stress. Mensen die gedwongen conversietherapie ondergingen vanwege hun genderidentiteit hadden aanzienlijk meer last van depressieve klachten. Conversietherapie, in welke vorm dan ook, zal altijd schadelijk blijven en het levensgeluk van lhbtqia+-mensen ontnemen.

Vooropgesteld, het is absoluut goed nieuws dat de Kamer inziet dat ‘conversietherapie’ verboden moet worden. Maar het is ook belangrijk om in te zien dat de wijzigingen voor mazen in de wet zorgen.

De twee voornaamste zijn dat alleen stelselmatige psychische druk als conversietherapie beschouwd mag worden, en dat hulpverleners altijd ‘buiten schot’ blijven. Zo moet ‘af en toe’ een gesprek met een jeugdwerker of pastoor kunnen.

Partijen lijken niet in te zien, of nee, niet te willen inzien dat ook dit soort gesprekken al schadelijk kunnen zijn. Als ik alleen al één gesprek zou moeten aangaan met iemand die op mij inpraat en verkondigt dat mijn homoseksualiteit zondig of ziekelijk is, dan wil ik voor de rest van mijn leven uit de buurt blijven van die persoon. Met mij nog vele anderen, gok ik zo.

Ik vraag me af waaróm partijen eigenlijk nog willen dat ‘incidentele gesprekken’ nog moeten kunnen? Denken zij dat ‘af en toe’ een gesprek voeren met een jeugdwerker die vertelt dat seksuele en genderdiversiteit verkeerd is, niet vervelend of schadelijk kan zijn? En waar ligt de grens tussen dat incidentele gesprek en stelselmatige psychische druk?

Partijen als NSC en CDA onderschatten hoe snel emotionele onveiligheid kan ontstaan. Zeker wanneer die onveiligheid bekeken wordt in de context van het huidige tijdperk: dalende acceptatie, opkomend conservatisme en meer haatmisdrijven. Zo voelt 42 procent van de mensen uit de regenbooggemeenschap zich weleens onveilig, en is 1 op de 10 zelfs slachtoffer van geweld, blijkt uit onderzoek van het CBS.

Christelijke psychiaters

Over de aanpassingen in het wetvoorstel schreef NRC begin deze maand, in een artikel waarin ook het verhaal van predikant Alexander Noordijk werd gedeeld. Noordijk helpt mensen die net als hij conversietherapie moesten ondergaan. Hij groeide op in een pinkstergemeente, werd op zijn 23ste verliefd op een jongen en ging naar een christelijke psychiater om van ‘die gevoelens’ af te komen. Die psychiater beweerde dat homoseksualiteit ontstond door een serotoninetekort, wat natuurlijk absurd en onwaar is. Als kwakzalvers als die psychiater als hulpverlener worden beschouwd in de aangepaste wet, zouden ze alsnog deze schadelijke praktijken blijven uitvoeren. Hulpverleners moeten immers altijd ‘buiten schot’ blijven. Dat blijft ook de belangrijke vraag: wie of wat mag als hulpverlener aangemerkt worden?

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel hebben het aangepast om zo meer steun te verkrijgen, maar die aanpassingen creëren geitenpaadjes voor slinksere vormen van conversietherapie. ‘Af en toe’ gesprekken voeren met een jeugdwerker of pastoor lijkt niet te worden aangemerkt als ‘stelselmatige druk’, als die gesprekken over een periode verspreid zijn. En zorgverleners die zich laten leiden door hun eigen politieke of religieuze overtuigingen kunnen hun beroep misbruiken door alsnog op (jonge) lhbtqia+-mensen in te praten, zeggend dat zij zondig of ziekelijk zijn.

Dit soort gevallen zouden door het oog van de naald kunnen kruipen door de voorwaardelijkheid in het wetsvoorstel waarmee nu is ingestemd. Zo zal conversietherapie alsnog blijven bestaan, omdat er in sommige gevallen de hand boven het hoofd gehouden wordt. Of dat zo bedoeld was? Misschien wel. Ja, het verbod is nu door de Tweede Kamer, maar in hoeverre is het een papieren werkelijkheid, terwijl de realiteit alsnog schadelijk kan blijven, en er daarmee alsnog talloze lhbtqia+-mensen leed wordt aangedaan? Voorwaardelijkheid zou nooit een eis mogen zijn als het gaat om mensenrechten.

Source: NRC

Previous

Next