Home

Een zwangere rug, twee ballen op een schouderblad? I’m ready

De zon ging schijnen voor Bianca Stigter toen ze een jurk zag die uitstulpte op plekken waar het lichaam dat doorgaans helemaal niet doet, een jurk die zijn eigen gang ging, los van armen, benen, buik en borsten, een jurk die het lichaam wel bedekte maar niet volgde.

Duran Lantink, collectie najaar 2025

Weinig in het leven is zo zeker als zonsop- en -ondergang. Het daghet in het oosten, de zon verkwijnt in het westen, en als dat niet meer zo is is de wereld vergaan. Adem in. Sommige mensen raken desalniettemin verveeld door die eeuwige terugkomst van hetzelfde, zoals de decadente romanfiguur Des Esseintes, die eind negentiende eeuw zelfs het schild van een schildpad niet interessant genoeg vond en het liet inleggen met edelstenen. Levende kunst die door zijn huis mocht scharrelen. Schrijver J.K. Huysmans liet het dier uiteindelijk onder zijn last bezwijken. Adem uit.

Terwijl de zon voor de triljoenste keer onderging, bladerde ik door een nummer van Vogue, het modetijdschrift dat nog geen eeuwigheid maar wel al meer dan 130 jaar edelstenen op schildpadden plakt. Het was gelukkig niet het nummer van de Amerikaanse Vogue met Lauren Sánchez op de cover, waarin ze trouwt met Amazon-tycoon Jeff Bezos en in haar witte bruidsjurk rondingen heeft op alle plaatsen die men kopen of verkopen kan. Deze cover van de Franse loot Vogue Collections was nagenoeg helemaal geel, dankzij de close-up van een Givenchy-pakje. Dat omslag had rood moeten zijn.

Vogue Collections is een tijdschrift dat elk half jaar de nieuwste collecties van de grote modemerken op de catwalk laat zien. Pagina na pagina lopen de modellen langs, de ene nog beter met edelstenen beplakt dan de ander. Eronder kun je altijd hetzelfde lichaam vermoeden, nou ja niet helemaal hetzelfde lichaam, want het ene model is na de voorselectie op schoonheid (of het huidige schoonheidsideaal) en maten nog steeds iets anders dan het andere van kleur, lengte, et cetera. De criteria zijn streng, maar niet zo streng dat er niet toch elk jaar duizenden vrouwen aan weten te voldoen. Misschien is het dankzij nieuwste afslankmiddelen en cosmetische ingrepen zelfs wel iets makkelijker geworden aan de criteria te voldoen, niet alleen voor modellen, maar vooral ook voor celebrity’s en andere groepen, zoals Trumps MAGA beautyleger, waarbij de criteria voor wat schoonheid behelst ook weer anders liggen – dat racistische MAGA-ideaal spreekt ook uit Wilders’ recente campagnebeeld.

Maar je kunt er wel van op aan dat vrijwel al deze modellen twee armen hebben en twee benen, twee billen en twee borsten, een navel, twee heupen, twee schouders, een nek; twee kortom waarvan de meeste mensen er twee hebben en een waarvan de meeste mensen er een hebben. Bij sommige onderdelen (armen, benen) hoef je minder te vermoeden dan bij andere (borsten, buik, billen), maar aan het basismodel wordt niet getornd. De zon gaat op, de zon gaat onder, en ik heb nog steeds tien vingers en een ruggengraat.

De zon ging schijnen toen ik tegen het einde van Vogue Collections een rode jurk van Marc Jacobs zag, een jurk die uitstulpte op plekken waar het lichaam dat doorgaans helemaal niet doet, een jurk die zijn eigen gang ging, los van armen, benen, buik en borsten, een jurk die het lichaam wel bedekte maar de contouren niet volgde. Een vrije jurk.

Deze jurk, ‘Look 33’ van de Spring 2025 ready-to-wear-collectie, gek genoeg geplaatst in het nummer met najaarcollecties, bracht me terug bij een oud verlangen, een droom van kleding die niet slaafs doet wat het lichaam zegt maar dat hele lichaam aan zijn reet roest. Drie borsten, vier benen, zes buiken, twintig navels en alles wat ik nog niet heb kunnen verzinnen. Go for it. Stulp waar je stulpen kan. Laat me los. I’m ready.

Het hoeven geen hobbezakken te zijn, geen totaalbedekkers, deze kleren. Kleren die de symmetrie en de hegemonie van het lichaam doorbreken, dat moet toch mogelijk zijn? Zandlopers willen ook weleens uit de band springen. In het boek What Artists Wear (2021) van Charlie Porter staat een foto van de Franse kunstenaar Louise Bourgeois gekleed in een van haar eigen kunstwerken. Het is een ronde latex sculptuur vol bollen getiteld Avenza. Van die foto kreeg ik net zo’n schok als van Jacobs’ rode jurk. Dus toch! En dat al in 1975 en zomaar op een straat in New York. De Venus van Willendorf in overdrive. Dat prehistorische beeldje, vaak gezien als vruchtbaarheidssymbool, wordt opgeroepen door het kledingstuk maar ook tenietgedaan. Avenza zegt in ieder geval niets over de vrouw die eronder zit. Kleding zou geen advertentie hoeven zijn van wat er onder die kleding zit, het mag wel, maar het hoeft niet, alsjeblieft niet. De mondkapjes uit de coronatijd hadden toch ook wel wat. In het volle zicht anoniem kunnen zijn, mmm. In zo’n sculptuur gehuld val je misschien wel op, maar je lichaam blijft ongekend.

Marc Jacobs, voorjaar 2025

Loewe, voorjaar 2022

Marc Jacobs, najaar 2025

Als je het eenmaal ziet, zie je het overal. De jurk van Marc Jacobs is niet uniek, bij een aantal ontwerpers zie je steeds aanzetten tot een andere omgang met het lichaam, die verder gaan dan dat lichaam vooral begeerlijk te doen lijken. Geen seks. Geen reclame.

Voor Loewe ontwierp Jonathan Anderson in 2022 bijvoorbeeld een lange jurk die op ongeveer ellebooghoogte een zwiep naar rechts maakt ver voorbij die elleboog en eindigt in een scherpe punt. Voor Gaultier ontwierp Ludovic de Saint Sernin dit jaar een witte jurk die door een zwart touw op onverwachte plaatsen opbolt. Kunihiko Morinaga liet voor het Japanse merk Anrealage lichaamsdelen verpakken in allerlei opgeblazen ballonnen.

De twee ontwerpers die het lichaam het meest aan hun laars lappen zijn op dit moment de al genoemde Marc Jacobs en de Nederlandse designer Duran Lantink, die het lichaam laten bollen en rollen op plekken waar dat bepaald niet voor de hand ligt. Broeken lopen bijvoorbeeld niet meteen naar beneden maar gaan even rechtdoor, het lijkt wel een tafeltje daar onder de navel. Zou je er een kopje op kunnen zetten? Borsten gaan door voorbij de armen, of liggen los op schouders te wiebelen. Lantinks verschuivingen neigen naar het groteske. Of zeg ik dat alleen maar omdat we zo aan de zandloper en de plank met erwtjes gewend zijn?

Kunstenaar Louise Bourgeois in haar Avenza

Comme des Garçons, voorjaar 1997

Want wacht even. Er bestaat natuurlijk wel een kledingstuk dat de contouren van het lichaam niet volgt. De rok ontkent al eeuwen het bestaan van benen; hoe langer en wijder des te makkelijk dat gaat. De panier in de achttiende en de hoepelrok in de negentiende eeuw hadden elke band met wat eronder zat verloren. Dat verlies zit nog steeds in pictogrammen: op wc-deuren is een groot gedeelte van het lijf van vrouwen vervangen door een driehoek. Soms is het ook nog alsof vrouwen maar één been hebben. Een typografisch mysterie. Eeuwige pirouette.

Afwijken van de norm is decadente fantasie voor wie niet van de norm afwijkt. Niet meer dan spielerei. Marc Jacobs en Duran Lantink spelen het spel op hoog niveau en vergeten niet hommages te brengen aan hun grote voorganger, de Japanse ontwerper Rei Kawakubo van het merk Comme des Garçons, die met haar voorjaarscollectie voor voorjaar 1997 de modewereld versteld deed staan met de collectie Body Meets Dress, Dress Meets Body. Kawakubo was de eerste die de schoudervullingen die in de jaren tachtig een heel silhouet op zijn plaats hadden gehouden, over het hele lichaam liet wandelen en op willekeurige plekken liet pauzeren. De bijnaam van de collectie is bekender geworden dan de naam: Lumps and Bumps. Deze bobbels en knobbels zijn voor mij een draagbare variant op Louise Bourgeois’ sculptuur Avenza. Spielerei toch als noodzaak. Uit ademnood. Kawakubo heeft later laten zien dat zulke normvervaging ook met andere middelen mogelijk is dan vullingen. Geen padding maar stof gedrapeerd of verfrommeld op zo’n manier dat, zij het subtieler, de menselijke anatomie nog steeds verdraaid wordt.

Met interviews met actrice Tilda Swinton, Coldplay-bassist Guy Berryman en de fans van Fong-Leng

Magazine #41 Mode

Lees alle stukken

Haar voorloper heeft ze, anders dan de huidige aanjagers van knobbels en bobbels kleding, nooit erkend. Maar tien jaar voor Kawabuko de wereld versteld deed staan was er al een collectie die officieel Lump and Bump heette. Die werd bedacht door de Britse ontwerper Georgina Godley. Ook zij had genoeg van het toen heersende silhouet, dat van de powervrouw met schoudervullingen en een door de aerobics van Jane Fonda gestyled strak lichaam. Godley, niet opgeleid als modeontwerper maar als beeldhouwer, ontwierp elegante strakke jurken van stretchstof waaronder de gebruiker zelf kussentjes kon aanbrengen. Van de collectie zijn nauwelijks stukken bewaard gebleven. Het Metropolitan Museum in New York, ook bekend om zijn modecollectie, heeft er een paar jaar geleden een aantal laten namaken. Op de foto van een zwarte jurk zitten de kussentjes rond de heupen. Maar je kunt ze dus ook laten reizen. De vorm staat niet vast. Een vrije jurk, telkens opnieuw.

Er is vast nog veel meer mogelijk. Een hart op een hart. Een lever op een heup. Keer die hele drekzak binnenstebuiten. Twee ballen op een schouderblad. Een zwangere rug.

Source: NRC

Previous

Next