Home

In het Amsterdamse Olympisch Stadion rent internationale superster Noah Lyles gewoon tussen de lokale atleten

In het Olympisch Stadion in Amsterdam kan het zomaar gebeuren dat een internationale superster zijn rondjes rent tussen lokale atleten. Pas nog bereidde olympisch kampioen Noah Lyles zich er voor op het WK in Tokio – en gaf tussendoor wat tips aan de jeugd.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Noah Lyles houdt van aandacht. De Amerikaanse sprinter is een showman op de atletiekbaan, maar de flamboyante en charismatische regerend olympisch kampioen op de 100 meter wil ook buiten de schijnwerpers aan zijn vorm kunnen slijpen. Maar waar kan zo’n wereldster nog rustig trainen? Midden in Amsterdam, zo blijkt. Lyles is vast gebruiker van het Olympisch Stadion.

Echt geheim is het niet eens. Lyles liet het twee weken geleden, bij de Diamond League in Zürich, heel achteloos weten in een interviewtje voor de camera. ‘Ik ga terug naar Amsterdam om te trainen’, zei hij. En toch staan er zelden fans aan het hek van het Olympisch Stadion, want aangekondigd wordt zijn komst niet. Je moet maar net weten dat hij er is, of hoe laat hij trainen zal.

Dat de 28-jarige Lyles zijn trainingen op weg naar de WK in Tokio afwerkte in het Olympisch Stadion wortelt in een misverstand van bijna 25 jaar geleden. Toen wilde Kim Collins, wereldkampioen op de 100 meter in 2003, de Amsterdamse atletiekbaan op en wilde Carla de Groot, nu directeur en toen stadionmanager, dat niet toestaan. De baan was immers alleen open voor atleten van de lokale vereniging Phanos. Bovendien herkende zij de topsprinter van Saint Kitts en Nevis niet. Collins’ argument dat hij een internationaal loper was, overtuigde haar niet. ‘Hij droop af, maar even later werd ik gebeld door Adidas dat ik een van hun topatleten de deur had gewezen.’

Adidas

Dat belletje was het begin van een afspraak die sindsdien geldt: de internationale atleten die bij Adidas onder contract staan mogen van de baan gebruikmaken als ze in de stad zijn. De sportkledingfabrikant heeft een atletenhuis in Amsterdam, waar ze zich kunnen voorbereiden als er belangrijke wedstrijden in Europa zijn. Met Schiphol vlakbij zijn alle atletieksteden op het continent binnen handbereik, en dus komt het best regelmatig voor dat er een beroemde atleet op de baan stapt voor een trainingssessie. Maar wanneer ze langskomen, dat weet De Groot niet.

Zij heeft geen idee wanneer ze, kijkend door het raam van haar kantoor, plots een wereldtopper zal zien. ‘De afspraak is vrijblijvend. Wij delen onze planning niet. Maar als het kan, dan kan het. En als er toevallig een commercieel evenement is of bijvoorbeeld een schoolsporttoernooi, dan kan het vaak toch nog. Wat is er immers mooier dan dat er een wereldkampioen op de baan komt trainen?’

Het contact met de groep waarvan Lyles deel uitmaakt, met coach Lance Brauman, loopt voornamelijk via Urta Rozenstruik, oud-atleet, voormalig olympisch bobsleeër en nu als coach bij Phanos bijna dagelijks op de atletiekbaan in het Olympisch Stadion. ‘Nu waren ze er niet zo lang. Ik kreeg een appje van Lance begin augustus, een paar dagen later waren ze er al.’ Anderhalve week voor de WK vloog Lyles naar Japan.

In de kleine vier weken dat Lyles in Amsterdam verbleef, reisde hij tussendoor nog naar de Diamond Leagues in Chorzow en Lausanne, waar hij de 100 meter liep, en tot slot naar Zürich voor de 200 meter. Het waren de eerste grote internationale wedstrijden voor de Amerikaan, die twee jaar geleden Usain Bolt opvolgde als dubbel wereldkampioen op zowel de 100 en 200 meter. Afgelopen april raakte Lyles geblesseerd; pas in juli kon hij zijn wedstrijdseizoen weer oppakken.

Seizoensranglijst

Op de 100 meter werd hij tweemaal verslagen, eerst in Polen door de Jamaicaan Kishane Thompson en een paar dagen later in Zwitsterland door diens landgenoot Oblique Seville. Met 9,90 seconden staat hij slechts twaalfde op de seizoensranglijst. Maar bij de Diamond League finale was hij op de 200 meter wel sneller dan regerend olympisch kampioen Letsile Tebogo. Op die afstand noteerde hij bovendien eerder al in eigen land met 19,76 seconden de snelste mondiale seizoenstijd.

Voor Rozenstruik is het niets bijzonders dat Lyles met enige regelmaat de baan deelt met haar sporters. ‘Ik denk dat Noah hier al een jaar of acht komt. In het begin was het nog maar een klein iel mannetje’, zegt ze. Dat is inmiddels wel anders. ‘Je ziet echt wel dat er een onwijs talent op de baan staat.’

Ze laten Lyles tijdens zijn trainingen zo veel mogelijk met rust, legt ze uit. Maar dat betekent niet dat hij zich terugtrekt in zijn eigen bubbel. Integendeel. ‘Hij is een Amerikaan, en die houden doorgaans wel van een babbeltje’, zegt Rozenstruik. ‘Omdat we elkaar allemaal al zo lang kennen, kletsen we om de training heen altijd wel even.’ Dat kan op de baan zijn, maar ook in het krachthonk, waar Lyles zich ook tussen de Phanos-atleten begeeft.

En de route van Orlando, waar Lyles zijn thuisbasis heeft, naar Amsterdam is geen eenrichtingsverkeer. Vorig jaar kreeg Rozenstruik de gelegenheid om een maand lang met twee atleten bij de trainingsgroep van Lyles in de VS mee te draaien. Ze nam 200-meterloper Onyema Adigida mee en 400-meterloper Keenan Blake.

Thanksgiving vieren

‘We hebben met zijn familie nog Thanksgiving gevierd’, vertelt Blake een dag nadat Lyles naar Tokio is vertrokken, en een paar dagen voordat hij zelf Japan vliegt. De 22-jarige Nederlander is geselecteerd voor de 4x400 meter en zal hem daar ongetwijfeld weer treffen. ‘Het is niet zo dat we vrienden zijn, maar we spreken elkaar wel veel.’

Lyles is een man die geïnteresseerd is in de andere atleten op de baan. Zodra de zesvoudig wereldkampioen hoorde dat Blake voor de WK geselecteerd was, feliciteerde hij hem onmiddellijk. ‘En hij zei: welcome to the big league.’

En de Amerikaan laat het niet na om tips te geven als hij denkt dat hij anderen daarme helpen kan. Blake: ‘Toen ik in de VS was, heeft hij me zelfs een beetje op de vingers getikt omdat ik een oefening niet helemaal uitvoerde. Hij vroeg me wat ik deed, zei dat ik nog één pas te gaan had en waarom toen al stopte.’ Het motiveert om zulke aanwijzingen te krijgen, vindt Blake, die inspiratie put uit de manier waarop Lyles uit het startblok vliegt. ‘Ik moet nog heel hard trainen om daar te komen.’

Rozenstruik ziet die betrokkenheid van Lyles niet alleen tijdens het trainingskamp in Orlando, maar ook in Amsterdam. En dat gaat voorbij de sprintnummers en voorbij de mannen die, zoals Blake, op de drempel van hun doorbraak staan. ‘Laatst nog gaf hij een tipje aan een 15-jarige hoogspringer die bij mij traint. Noah is zelf ook als hoogspringer begonnen. Hij is ook iemand die dan na het weekend aan mijn pupillen vraagt hoe hun wedstrijden zijn gegaan en hij geeft een boks als hij ze ziet.’

Is het hem echt?

‘Voor ons groepje lijkt het op een gegeven moment heel normaal, maar eigenlijk is het natuurlijk heel speciaal’, vertelt Rozenstruik. Ze merkt het vooral als er, zoals twee weken geleden, nieuwe atleten komen trainen in het Olympisch Stadion. Als die plots zien hoe de olympisch kampioen de baan opstapt, staan ze wel even met open mond te kijken. ‘Dan zie je ze denken: is dat hem echt? Hij is toch de Usain Bolt van dit moment.’

Ze gaan er prudent mee om als Lyles er is. Hij is heus niet te beroerd om even met nieuwe atleten op de foto te gaan. Maar hij is in Amsterdam om te trainen. ‘Daarom kondigen wij ook niets aan’, zegt Rozenstruik. ‘Want ze vinden het juist fijn dat ze niet gestoord te worden.’

De 22-jarige Blake is behoorlijk actief op sociale media, maar zal de aanwezigheid van Lyles daarop niet uitventen. ‘Niemand van ons zou dat zomaar doen’, zegt hij. ‘Wat wel gebeurt, is dat ik er bijvoorbeeld over vertel als ik op Papendal ben voor estafettetrainingen. Maar ja, daar is niemand die dan snel in de auto stapt naar Amsterdam om te gaan kijken.’

Dat hoeft ook helemaal niet, vindt directeur De Groot. Lyles is geen attractie. Zij koestert het juist dat er in betrekkelijke afzondering, zonder poeha, zo’n grote atleet tussen de clubsporters opduikt en zich daar thuisvoelt. ‘Dat maakt het stadion voor mij zo’n bijzondere plek. Dit is waar zowel grote, als hele kleine dingen plaatsvinden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next