Home

De export naar Iran werd toch maar gemeld

Bij menig internationaal conflict worden internationale sancties ingesteld. Hoe gaat dat in de praktijk, als de Nederlandse douane bij transport van een vliegtuigmotor naar Iran ingrijpt en zware Amerikaanse boetes dreigen?

De zaak

De Nederlandse expediteur ACC regelt het vervoer van tweedehands vliegtuigmotoren naar Iran. ACC heeft dat voor het Duitse bedrijf Nona al acht keer gedaan, maar deze keer houdt de Nederlandse douane de vliegtuigmotor tegen. Omdat het transport in strijd was met de sanctieregels van de EU van 2023, genomen vanwege militaire steun van Iran aan de Russische oorlog tegen Oekraïne, krijgt ACC een waarschuwing van de douane. Waarschijnlijk daardoor wakker geschud, meldt het bedrijf aan de Amerikaanse autoriteiten dat het in totaal negen transporten naar Iran heeft geregeld.

De VS kennen al sinds 2018 sanctieregels tegen Iran, onder meer voor levering van vliegtuigonderdelen. Als je zelf mogelijke overtredingen meldt, kun je met die voluntary self disclosure hopen op een mildere reactie. Maar omdat dan misschien toch boetes worden opgelegd, wil ACC de vliegtuigmotor nog even niet teruggeven aan handelsonderneming Nona. Met dit zogeheten retentierecht heeft de expediteur een stok achter de deur, zodat hij eventuele Amerikaanse boetes niet uit eigen zak hoeft te betalen.

Nona begint een kort geding tegen dit vasthouden van zijn motor. Maar de Amsterdamse rechter wijst de vordering af. Voor de boetes zal de handelsonderneming aansprakelijk zijn, op grond van de afgesproken expeditievoorwaarden; voor de motor zegt ze geen vervangende zekerheid te kunnen bieden. De rechter oordeelt dat het belang van ACC bij handhaving van het retentierecht zwaarder weegt dan het belang van Nona bij vrijgave van de vliegtuigmotor. Nona gaat in hoger beroep bij het Amsterdamse gerechtshof.

De uitspraak: Vrijgave tegen zekerheid

Het gerechtshof denkt net als de rechtbank dat ACC „feitelijk heeft te vrezen” voor Amerikaanse boetes. Weliswaar is er de Antiboycotverordening van de EU, waardoor Amerikaanse sancties tegen een bepaald land niet doorwerken in de EU als voor dat land geen EU-sancties gelden, maar bekend is dat de VS wereldwijd optreden „tegen handelen in weerwil” met hun sanctieregels. Bovendien maakt Nona deel uit van een Amerikaans concern.

De vliegtuigmotor wordt minder waard zonder regelmatig onderhoud. Omdat Nona nu wel een bankgarantie wil geven (van bijna 1,2 miljoen dollar), heeft ACC minder belang bij vasthouden dan Nona bij vrijgave. Wordt de bankgarantie gesteld, bij „een te goeder naam en faam bekendstaande bank”, dan moet ACC de vliegtuigmotor binnen twee werkdagen vrijgeven.

Het commentaar

Jikke Biermasz (Ploum advocaten) heeft „een brede douanepraktijk”. Op dat terrein is veel te doen vanwege de sancties tegen Rusland (bezetting Krim, oorlog in Oekraïne) en tegen Iran (atoomprogramma, steun aan Rusland). Dan is er ook nog de tarievenoorlog die Trump heeft ontketend. Veel bedrijven zijn bang dat ze Amerikaanse sanctieregels overtreden, zeker omdat de VS dan „heftig optreden”, zegt Biermasz. Ze wijst erop dat ook het hof heeft overwogen dat Amerikaanse boetes niet denkbeeldig zijn. De Amerikanen vatten hun rechtsmacht namelijk nogal stevig op. „Als je transacties doet in Amerikaanse dollars, als sprake is van een Amerikaans productonderdeel, als een dochtermaatschappij betrokken is bij een Amerikaans concern: dan loop je steeds het risico dat je onder het Amerikaans sanctieregime valt.” De werking van Europese sancties wordt in het algemeen veel scherper afgebakend. „Het moet gaan om het Europees grondgebied, Europese transportmiddelen, EU-burgers, of bedrijven opgericht naar het recht van een EU-lidstaat en niet-EU bedrijven voor zover het transacties betreft die raakvlak hebben met de EU”, om de belangrijkste elementen te noemen.

Amerikaanse bedrijven dwingen bovendien veelal contractueel af dat Europese handelspartners zich houden aan het Amerikaanse sanctierecht, zelfs als dat niet uit zichzelf van toepassing zou zijn. Dan ontstaan situaties waar je van „overcompliance” kunt spreken. Maar op grond van de Europese sanctieregels tegen Rusland moeten Europese bedrijven die handel drijven met bedrijven in een derde land tegenwoordig óók contractueel vastleggen – als het bepaalde gevoelige goederen betreft – dat die bedrijven de goederen niet opnieuw uitvoeren naar Rusland. Europese bedrijven moeten bovendien alles doen om te voorkomen dat buiten de EU gevestigde bedrijven waarvan zij eigenaar zijn of waarover zij zeggenschap hebben, de EU-sanctiemaatregelen ondermijnen. Biermasz: „Deze optelsom van sanctieregels gaat lijken op de extraterritoriale rechtsmacht van de VS.”

Had de expediteur bij die vorige acht transacties niet al aan Amerikaanse sancties moeten denken? Daarvoor moet je volgens Biermasz weten wanneer die precies plaatsvonden. Dat wordt uit de uitspraken van hof en rechtbank niet duidelijk (en de advocaten van beide partijen willen geen commentaar geven). En de handelsonderneming in deze zaak? Het is „verstandig dat Nona eieren voor haar geld koos en in hoger beroep alsnog die bankgarantie aanbood, al was het maar om redelijk over te komen”.

Na aanscherping van sanctiewetgeving hebben bedrijven aanvankelijk door onzekerheid behoefte aan advies en bijstand. Advocaten zitten dan bijvoorbeeld ook bij verhoren door douaneautoriteiten. Na één tot twee jaar komen er dan rechtszaken op. Biermasz: „Ook zaken als deze zullen we dus vaker gaan meemaken.”

Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Economie

Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt

Source: NRC

Previous

Next