Home

In Groningen gaan de luikjes open naar een verborgen Indisch slavernijverleden

is columnist voor de Volkskrant. Reageren: a.vanes@volkskrant.nl

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Voor Charles Goudsmit begon het met de foto van zijn oma. Zij had een donkere huid, donkerder dan de meeste vrouwen in Indonesië. Wanneer Charles, die in 1965 met zijn ouders naar Nederland kwam, zichzelf in de spiegel ziet, dan ziet ook hij er ‘anders’ uit.

Zo begon een zoektocht in Indonesië, langs het verwaarloosde graf van zijn oma en verloren gewaande verwanten. In zijn familie heerst ‘een zwijgcultuur’. Dit werd duidelijk: de voorouders van zijn oma komen uit Afrika.

Het familieverhaal zit vol ‘gaten’, maar alles wijst hierop: in de 19de eeuw lijkt een voorvader van Charles in Ghana door Nederlandse ambtenaren te zijn verscheept naar Nederlands-Indië. Net als duizenden lotgenoten diende hij als ‘zwarte Hollander’ in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Niet altijd, maar wel vaak, was dit een verkapte vorm van slavenhandel.

Charles, een creatieve alleskunner die ook dichter is en jarenlang een restaurant had, vertelt over zijn familiegeschiedenis in een buurthuis in Groningen. Er zijn steden die vooropgingen in de slavenhandel, maar zich curieus genoeg verzetten tegen een slavernijmonument, denk aan Vlissingen. Groningen vertegenwoordigt het andere uiterste.

In Groningen was de slavenhandel groot. De West-Indische Compagnie (WIC), die slaven transporteerde van Afrika naar Amerika en de Cariben, had een Groningse afdeling. Zoons uit Groninger regentenfamilies maakten in Azië carrière bij de Ver­ee­nig­de Oost-In­di­sche Com­pag­nie (VOC). Als souvenir namen ze donkere bedienden mee naar huis.

Hier werd in 1822 een man gedoopt die als ‘lijfeigene’ uit Nederlands-Indië was gehaald. Ik ben geboren in Groningen, maar wist niet dat een monumentaal stadspaleis, het Sichtermanhuis aan de Ossenmarkt, is gebouwd door een VOC-magnaat die betrokken was bij slavenhandel. Zulke geschiedenis kan niet genoeg worden verteld.

Indische slavernij was meer dan zwarte Hollanders in het KNIL. Wie dit ongemakkelijke geschiedenishoofdstuk wil opfrissen, kan beginnen in het Rijksmuseum, bij het doek Hollandse koopman met twee tot slaaf gemaakte mannen in heuvellandschap. Je ziet een 18de-eeuwse Hollandse handelaar, zijn lokale bijvrouw en geketende zwarte mannen in een Indonesisch ogend landschap.

Nederlandse slavernij in Azië was soms onontkoombaar (de geketende mannen) en vaak diffuus (de bijvrouw). Sommige Afrikaanse KNIL-militairen zoals de voorvader van Charles werden vermoedelijk als slaaf geronseld, maar klommen op in de legerhiërarchie en groeiden uit tot veldheren van aanzien.

Hoe ga je om met zo’n erfenis, of zoals Charles zegt: de ‘pijn’ die schuilgaat achter ‘VOC-kruiden’ zoals nootmuskaat?

Met niet één slavernijmonument, maar twee, vindt het Groninger stadsbestuur. Eén voor de trans-Atlantische slavernij, de andere als gedenkplaats van de Indische slavernij. Eén monument, redeneert de gemeente, doet geen recht aan ieders geschiedenis en verhaal. Budget: in totaal vier ton.

Groningen is niet rijk. Twee slavernijmonumenten in een financieel kwetsbare stad is herdenkingsextravagantie. Een adviseur stelde voor om – vrij vertaald – het belastinggeld zinvoller te besteden. Of zoals een Molukse heer in het buurthuis gekscherend zegt: ‘Komt er ook een speciaal monument voor Molukse nazaten van slaven?’

Maar dit is ook zo: verhalen over Indische slavernij, grijzer, meer verborgen, sneeuwen nu onder in de gruwelen van die andere, grotere, trans-Atlantische slavenhandel. Het is ‘anders’, zegt Sterre, nazaat van zowel Caribische als Indische slaven, ook de manier waarop families ermee omgaan.

Dankzij het plan voor een Indisch slavernijmonument gaan de ‘luikjes’ open, klinkt het in het Groningse buurthuis. ‘Over het verleden werd in de familie niet gepraat’, zegt Ivan Liem, die afstamt van Chinese tot slaaf gemaakten in Nederlands-Indië. Ook hij ontdekte een familiegraf vol onvertelde verhalen.

Voor Ivan gaat het niet alleen over vroeger, maar vooral ook over nu. Zijn ouders belandden na aankomst in Nederland in Beverwijk tussen gastarbeiders die werden uitgebuit, eigenlijk net als zijn voorouders in Indonesië.

Charles liet het teruggevonden graf van zijn oma in Indonesië restaureren. ‘Dat was iets schonen, een stukje heling.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next