Home

Jongeren zijn uitgaan verleerd, zalen op clubavonden blijven halfleeg. ‘Je wordt als programmeur onzeker’

Jongerencultuur De coronacrisis was een breekpunt. Van Club Poema in Utrecht en Paradiso in Amsterdam tot poppodium VERA in Groningen: ze zien dat jongeren wegblijven en de leeftijd stijgt naar eind twintig. „We krijgen dezelfde signalen van horeca.”

Clubavond van Motiv in Tivoli Vredeburg, Utrecht.

Het is twee uur ’s nachts en de koelte van de airconditioning waait over de dansvloer - zoveel ruimte is er nog tussen de bezoekers. Wie dorst heeft staat binnen een paar tellen aan de bar en is daar meteen aan de beurt. Een jongen met zijn pet achterstevoren pompt in zijn eentje zijn vuist in de lucht. „Het is gezellig binnen, maar niet druk”, zegt een jonge vrouw op het rokersterras. Een meisje steekt haar pink in een doorzichtig zakje en neemt nog wat van een middel dat de club zelf niet mag verkopen.

Motiv, een hard house clubnacht in het Utrechtse TivoliVredenburg, wordt voor de derde keer georganiseerd. Speciaal bedoeld voor jonge jongeren, 18-plussers, en precies het soort feest dat Tivoli de afgelopen jaren steeds moeilijk uitverkocht krijgt. In de zaal bovenin passen 650 mensen, deze zaterdag zijn het er misschien driehonderd.

„Het is lastig om de jongere doelgroep wat meer aan ons te binden”, zegt Liza van den Brink, programmeur bij TivoliVredenburg. Naar concerten komen ze wel, misschien zelfs meer dan eerst, maar naar een clubavond, een keer gewoon uitgaan, veel minder. „Externe partijen die al tien jaar feesten bij ons organiseren merken dat de kaartverkoop ineens keldert, omdat ze niet hebben kunnen verjongen. En als je als jongere binnenkomt en je ziet alleen maar oudere mensen, dan schrikt dat af.”

Van den Brink heeft niet het gevoel dat het aan de genres ligt die ze aanbiedt. „We hebben zo’n breed aanbod.” Ze heeft avonden gehad waarvan ze dacht dat ze een hit zouden zijn. „Deze dj gaat keihard, op elk festival staat het vol bij haar en ze is fun. En dan loopt de kaartverkoop totaal niet. Je wordt er als programmeur onzeker van.”

Het ligt niet aan de genres, het ligt niet aan de dj’s – ook andere clubs merken dat het bezoek van clubavonden is afgenomen. Zij zien de coronacrisis als ijkpunt. Club Poema in Utrecht heeft z’n clubavonden teruggebracht van vier per week vóór corona, naar twee erna. De jongeren blijven weg. Na de coronacrisis probeerde Paradiso in Amsterdam een nieuwe jongerenavond te organiseren, Parachute op donderdagavond, maar er was te weinig animo dus zijn ze er na een half jaar weer mee opgehouden. Poppodium VERA in Groningen ziet dat de leeftijd op clubavonden steeds meer richting de eind twintig gaat, „en daar komt weinig jong publiek bij”, zegt programmeur Peter Dijkstra.

„Vanuit het hele land krijgen we dezelfde signalen van horeca”, zegt onderzoeker Michelle van der Horst van het Trimbos-instituut, dat naast middelengebruik ook kijkt naar het uitgaansgedrag van jongeren. Jongeren, met name tussen de 18 en 23 – een generatie die oud genoeg werd om uit te gaan tijdens de lockdowns, of in de jaren erna – gaan minder vaak naar clubs. „Uitgaansgelegenheden komen bij ons met een dilemma: ze willen zich aan de wet houden en dronken mensen niet méér alcohol schenken, bijvoorbeeld, maar nu ze de bezoekersaantallen zien teruglopen, moeten ze wel drank verkopen.”

Clubavond van Motiv in Tivoli Vredenburg, „Externe partijen die al tien jaar feesten bij ons organiseren merken dat de kaartverkoop ineens keldert”, zegt programmeur Liza van den Brink. Foto Merlin Daleman

Iedereen die zich de uitgaansavonden van vóór de coronacrisis herinnert, weet dat die bruisend en overvol waren. En het eerste jaar ná corona ook: euforisch. Maar toen stortte het uitgaan in en waren al die ooit bruisende en overvolle dansvloeren ineens halfleeg. En de vraag onder degenen die nog wel uitgingen was: waar ís iedereen?

Bier is duur, pil is goedkoper

Dinsdag stond Douwe van Lotringen (20) in een feestcafé op de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam. Dinsdag is de uitgaansavond voor studenten, maar binnen was het leeg. „Acht mensen misschien. Er was nog meer barpersoneel”, zegt Van Lotringen. Buiten was het iets drukker: daar stonden de 17-jarigen die geweigerd waren.

De belangrijkste reden? Uitgaan is de afgelopen jaren té duur geworden, zegt Van Lotringen. „Vóór corona kostte een biertje nog €3,20, nu minstens 4 euro.” Hij gaat op zoek naar goedkope plekken, cafés waar vrienden werken die korting kunnen geven.

Van Lotringen en zijn vriend Jop Hamberg (21) merken dat drugsgebruik door de hoge prijzen populairder wordt dan alcohol. „Je betaalt al 80 euro voor een festivalkaartje en daar komt nog minimaal 30 euro aan bier bovenop”, zegt Hamberg. „Voor mensen van mijn leeftijd is een pil van 5 euro dan een stuk aantrekkelijker.”

Samen hebben de studenten besloten een nieuw feest voor mensen van hun leeftijd op te zetten. Ze willen iets ánders dan wat ze nu tijdens een uitgaansavond krijgen: minder harde elektronische muziek, meer disco en funky housemuziek. Ze noemden het concept LIJN5, naar de tramlijn die langs alle evenementenlocaties in de stad komt – het Leidseplein, het Concertgebouw en natuurlijk Paradiso. Bij die laatste boden ze hun idee aan. „Voor ons is Paradiso de meest legendarische locatie in Nederland”, zegt Hamberg. „Prince heeft daar gestaan, David Bowie.”

Op 25 september vindt hun eerste clubavond plaats. „We merken dat jongeren nu een andere manier hebben van uitgaan”, zegt hoofd marketing van Paradiso, Jurry Oortwijn. „Dus wilden we een andere manier uitproberen om ze weer in onze zalen te krijgen: via jonge organisatoren. Wij stellen onze apparatuur beschikbaar, een programmeur die meekijkt, ons marketingapparaat, en de organisatoren komen met een idee. Met als doel dat hun eigen leeftijdscategorie weer terugkomt naar de club.”

Huisfeestjes: ‘typisch coronading’

Te hoge kosten zijn een belangrijke reden, maar de verandering komt ook door de coronalockdowns zelf, denkt Oortwijn. „Het lijkt wel alsof jongeren niet hebben leren uitgaan.” Alsof niemand ze heeft verteld wanneer je gaat, hoe vaak, of waarheen. „Of ze zijn gewoon maar huisfeestjes blijven organiseren.” Ook zo’n „typisch coronading”: ze kopen op het allerlaatste moment een kaartje. „Heel erg afwachten of het allemaal wel doorgaat. En tot het laatste moment de mogelijkheid houden om af te zeggen.”

Ook Michelle van der Horst van het Trimbos-instituut gelooft dat de coronalockdowns een sociologisch effect hebben gehad op uitgaansgedrag. „Jongeren lijken het inderdaad minder te hebben aangeleerd. Dat is ook niet gek: als je in een studentenhuis terechtkomt waar ouderejaars niet uitgaan omdat de clubs dicht moeten blijven, ga je het als je zelf ouderejaars bent ook minder snel doen. Je kijkt dingen af.”

In de gang van het Motiv-feest in TivoliVredenburg staan studenten Daan (23) en Noortje (21) op het punt om met een gebietste sigaret naar het rokersbalkon te gaan. Noortje is te jong om te weten hoe uitgaan vóór corona was. „Maar ik hoor wel van mijn huisgenoten die rond de 25 zijn dat corona ze heel erg heeft geforceerd om samen te chillen, wat ze wel heel erg hecht heeft gemaakt.”

Daan en Noortje in Tivoli Vredenbuirg op clubavond van Motiv. Foto Merlin Daleman

Daan zag dat de coronalockdowns ervoor zorgden dat mensen om hem heen hun sociale contact meer gingen organiseren – niet meer wachtten tot feesten zich aandienden. „Dan gingen ze maar bij een vereniging en naar hun feesten. Dat gebeurt nog steeds wel. Maar het spontane uitgaan, zoals naar Poema, is er een beetje uitgevallen.”

Concurrentie festivals

De concurrentie voor clubs is sterk toegenomen, ziet Liza van den Brink van TivoliVredenburg. „Er komen veel grote popsterren naar Nederland, Kendrick Lamar, SZA, dáár wil iedereen bij zijn. Jongeren sparen maanden voor een ticket van honderd euro. Ze delen hun video’s op Instagram en laten zien: dit was exclusief en ik was erbij.”

Bezoekers van het Amsterdamse festivalterrein Thuishaven (toegangsprijs zo’n €30 euro, veel duurder dan de gemiddelde club) plaatsen eigengemaakte foto’s en video’s op hun sociale mediakanalen. Van hoeveel mensen er zijn, van zichzelf met vrienden, van dansen met zonnebrillen op. Bij het verlichte Thuishaven-logo, op het strandje dat ook op het terrein ligt. Of van hun outfit met merk en al getagged in de foto.

Jop Hamberg en Douwe van Lotringen vinden de invloed van sociale media „ook een dingetje” en denken dat telefoons een reden zijn om minder naar de club te willen. Van Lotringen: „Vroeger had je de It, de Roxy. Heel extravagante feesten, ook in Paradiso, met naakte dansers. Ik denk dat iedereen zich veel vrijer voelde, vroeger. Als er nu een camera op je staat, ga je toch wat minder extravagant dansen. Je komt moeilijker uit je schulp.”

Hamberg: „Die beelden van de oude Roxy, of van DC-10 in Ibiza, beelden waarop iedereen helemaal los gaat, helemaal gek gaat. Dat is het leukste wat er is. En dan hoef je niet eens echt van de muziek te houden. Maar als je iedereen om je heen zo los voelt gaan, dan ga je daar wel in mee.”

Femke en Patchouly op clubavond van Motiv in Tivoli Vredenburg. Foto Merlin Daleman

Zo willen ze ook dat hun eigen feest LIJN5 wordt. Douwe: „Dat mensen komen voor het feest, niet om gezien te worden. Ik denk dat we, misschien niet meteen bij de eerste editie, richting een no-phone-policy gaan.”

Op het feest in TivoliVredenburg heft niemand de telefoon om zichzelf te filmen. Alleen de dj die aan het begin van de avond draait laat zich filmen door haar managementteam, en wel van zó dichtbij dat je op het filmpje dat ze straks op haar socials zet, nauwelijks kunt zien hoe leeg de dansvloer nog was. Op het rokersbalkon zitten Femke en Patchouly, beiden 23 jaar, uit Nieuwegein bij elkaar op schoot. Ze steken elkaars sigaret aan. Het is een uitzondering dat ze hier zijn, zeggen ze, want ze gaan „meer naar festivals, niet per se naar clubs”.

Femke: „Wij hebben bijna geen vriendinnen die naar een normale club gaan. En wij gaan er zelf ook alleen maar heen als we op een terras hebben gezeten en zo dronken zijn dat we zin hebben om zomaar ergens heen te gaan.”

Patchouly: „Het is nooit zo dat ik de volgende ochtend wakker word en denk: zo blij dat ik ben gegaan. Terwijl, een festival, dat wil je echt niet missen.”

Femke: „Je gaat er doelbewust heen. Het is wel duurder, maar het is het waard.”

Femke: „Mensen die naar clubs komen zijn minder gezellig en sociaal dan de mensen die naar festivals gaan.”

Patchouly: „Als vrouw moet ik ook zeggen dat het een stuk vrouwonvriendelijker is in een club. Je wordt er vaker aangeraakt terwijl je het niet wil. Op een festival gebeurt dat eigenlijk niet.”

Femke: „Op een festival zeg je gewoon: goed, we gaan nu dansen. En dan gaan we dansen.”

Ze staan op om terug naar de zaal te gaan. Femke: „Het komt ook wel door het verschil tussen alcohol en drugs. Veel alcohol zorgt vaak voor een kwade dronk, sneller op je teentjes getrapt zijn. Vooral mannen.”

Patchouly: „Op festivals zit 80 procent van de mensen aan drugs. En die zijn allemaal lovey-dovey natuurlijk.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next