schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Een gedachte-experiment. Stel, je zou op 29 oktober voor de Tweede Kamerverkiezingen moeten stemmen alléén op basis van de plannen voor het onderwijs in Nederland. Welke partij heeft het beste voorgenomen beleid? Wie heeft de beste ideeën om uit de onderwijscrisis te raken? En hoe waarschijnlijk is het dat die ideeën succesvol worden gerealiseerd?
Het is niet de meest zinderende leeservaring, maar ik ben in alle verkiezingsprogramma’s gedoken. Ik licht de opmerkelijkste onderwijsplannen eruit. Dus niet: het lerarentekort opheffen, minder werkdruk voor leraren en waardering voor vakmensen, want dat willen ze allemaal. Eerst de drie grootste partijen, althans naar verwachting.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De onderwijsparagraaf van het verkiezingsprogramma van de PVV opent krachtig met een beginselverklaring: ‘Geen onderwijs over gender, klimaat of andere linkse indoctrinatie, maar terug naar de basisvaardigheden: rekenen, taal, geschiedenis. De Week van de Lentekriebels – symbool van seksuele woke-indoctrinatie – schaffen we af in het basisonderwijs.’ De prioriteiten zijn op orde: first things first. Daarna volgen nog wat vertrouwde punten als ‘verbod op islamitisch onderwijs’ en de ‘politieke neutraliteit van de leraren’.
Maar hé, er staat niet alleen voorspelbare symboolpolitiek in het PVV-programma. ‘Pesters worden hard aangepakt’, zegt de partij van Geert Wilders – pestkoppen weten precies hoe wreed pesten is. En: ‘voer het schoolzwemmen weer in’. Dat zijn twéé goede ideeën: bonuspunten. Ook dit voorstel is uitstekend: ‘Maximaal 20 procent van de onderwijsbegroting naar overhead, minimaal 80 procent naar de klas’. Als dat toch eens waar kon zijn. Geld naar leerling en leraar, niet naar de bestuurlijke kleilaag. Hoe de overheid dat oplegt in het huidige systeem van de autonome schoolbesturen, zegt de PVV er helaas niet bij.
Dan GroenLinks-PvdA. Je moet ploegen door zware tekst, met clichés als ‘een goede start voor ieder kind’ en ‘opgaven waar Nederland voor staat’, maar dan zijn wel alle denkbare onderwijskwesties afgevinkt. De onderwijsvisie van Marjolein Moorman, nummer 6 op de lijst, gloort overal doorheen. Zij is een uitstekende kandidaat-onderwijsminister, die de slechte herinneringen aan Ronald Plasterk, Jet Bussemaker en Tineke Netelenbos kan uitwissen.
Op het programma: kinderen veel leren, gelijke kansen creëren, eerlijke selectie, weg met van overheidsgeld betaalde onderwijsadviseurs en bijlesbureaus, geen concurrerende maar samenwerkende scholen. Allemaal belangrijk. Een paar verrassende plannen. Weg met wegwerpschoolboeken. Weekendscholen waar les wordt gegeven op een manier die indruist tegen Nederlandse waarden en normen worden aangepakt (ja, echt). Stagebedrijven die discrimineren krijgen geen erkenning. Leerlingen gebruiken voortaan alleen door school beheerde apparaten (geen privételefoons). Bescherm de academische vrijheid! Bonuspunt op bonuspunt gestapeld voor GroenLinks-PvdA.
Maar ook een dik minpunt. ‘We kijken kritisch naar het aantal bestuurslagen in het onderwijs en de kosten daarvan. Schoolbesturen worden steviger aangesproken op achterblijvende onderwijskwaliteit’, zegt GroenLinks-PvdA ferm. ‘Kritisch kijken’ en ‘stevig aanspreken’, nou nou. Dat heeft nog nooit iets uitgehaald bij schoolbestuurders. Als overheid de zeggenschap weer in handen nemen en stoppen met de lumpsumfinanciering, die stap durven ze helaas niet aan.
Tot slot het CDA van Henri Bontenbal, die de Prins Carnaval van deze verkiezingen lijkt te worden. Mensen hebben vast goede redenen om op hem te stemmen, maar de onderwijsparagraaf klinkt flets en oudbakken: de vrijheid van onderwijs overeind houden, burgerschapsonderwijs is héél belangrijk en haal mbo’ers naar Defensie. Klein bonuspuntje voor ‘investeren in passende studentenhuisvesting’. Opmerkelijk: alle jongeren krijgen een introductie in weerbaarheid (...) en zelfredzaamheid gericht op een oorlogssituatie.’ Regeren is vooruitzien. Maar dan dit zinnetje: ‘De overheid is terughoudend met het opleggen van nieuwe taken en leerdoelen aan het onderwijs.’ Laat dan maar alle hoop varen.
Een andere keer de onderwijsprogramma’s van de kleinere partijen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant