De Nederlandse overheid wil haar belang in ABN AMRO verder afbouwen van 30,5 naar zo'n 20 procent. De overheid behoudt hiermee nog haar invloed als het gaat om grote maatschappelijke onderwerpen.
Het plan van de overheid was al langer om het belang in ABN AMRO af te bouwen. De bank werd in 2008 genationaliseerd vanwege de financiële problemen tijdens de kredietcrisis. ABN AMRO dreigde onder te gaan door de problemen bij moederbedrijf Fortis.
Eerder dit jaar bouwde de overheid het belang al af van 40,5 naar 30,5 procent. Volgens de NLFI, de stichting die de overheidsbelangen in financiële instellingen beheert, was het daarvoor een goed moment gezien de omstandigheden op de beurzen. Die ronde van aandelenverkoop leverde de overheid toen bijna 1,6 miljard euro op.
Doordat haar belang met die aandelenverkoop daalde naar minder dan een derde, verloor de overheid een groot deel van de invloed. ABN AMRO hoefde daardoor geen toestemming meer te vragen voor elke grote investering of aandelenuitgifte.
Het terugbrengen van het belang tot 20 procent zorgt niet voor grote veranderingen. De overheid behoudt haar invloed als het gaat om grote maatschappelijke onderwerpen. De volgende belangrijke grens is 10 procent.
Gedetailleerde informatie over de verkoop van aandelen kan niet worden vrijgegeven omdat dat invloed kan hebben op de verkoop "en daarmee de belangen van de Staat kan schaden", schrijft demissionair minister Eelco Heinen (Financiën). Deze verkoopronde is de vierde sinds de beursgang van ABN AMRO in 2015.
Source: Nu.nl economisch