Stokoude leiders Al decennia zien Ivorianen dezelfde politieke leiders het tegen elkaar opnemen. Ook voor de verkiezingen in oktober weigerde de inmiddels 83-jarige president Alassane Ouattara een opvolger naar voren te schuiven. „We zijn klaar met steeds dezelfde gezichten.”
Aanhangers van president Alassane Ouattara op 26 augustus bij de indiening van zijn kandidaatstelling voor de presidentsverkiezingen van 25 oktober in Abidjan. Foto Legnan Koula
Hoofdschuddend zat Léa Séri eind juli thuis voor de televisie. Alweer, dacht de student commercieel management.
Vanachter zijn mahoniehouten bureau had Alassane Ouattara, 83 jaar en al vijftien jaar president van Ivoorkust, een einde gemaakt aan alle speculaties. Ja, verkondigde hij in een televisietoespraak. Hij is opnieuw kandidaat voor de presidentsverkiezingen eind oktober. „Ik wilde in de utopie geloven dat hij, gezien zijn leeftijd en voor de stabiliteit van het land, het stokje zou overdragen”, zegt de 24-jarige Séri. Maar nee.
Wint ‘Ado’, en dat lijkt aannemelijk omdat zijn enige twee echte rivalen vrijwel zeker worden uitgesloten, dan blijft hij de komende jaren Afrika’s op één na oudste leider. De oudste, Paul Biya, troeft hem met 92 jaar af. Ook de politieke dinosaurus uit Kameroen is volgende maand opnieuw kandidaat in zogezegd democratische verkiezingen, al staat de uitkomst daar bij voorbaat al vast en dienen kiezers slechts als figuranten.
Voor de fragiele Biya, die hoofdzakelijk in een luxehotel in Zwitserland vertoeft, wordt het zijn achtste termijn. Voor de iets fittere Ouattara zijn vierde. Geholpen door instituties en een grondwet die naar hun hand zijn gezet. Mag een president van Ivoorkust bijvoorbeeld maar twee termijnen dienen (pretenties die Biya allang liet afschaffen), voor Ouattara gaat die regel door een grondwetswijziging tijdens zijn eerste twee termijnen niet meer op. De teller ging daarna immers weer „op nul”, zo stelt zijn partij.
Met soortgelijke trucjes weten oude leiders door heel de regio en ook elders op het continent de macht stevig in handen te houden. Ondanks hun almaar jongere bevolkingen – de gemiddelde Ivoriaan is 23 jaar, een Kameroener 19 – en nieuwe generaties militanten die binnen hun partijen wachten om een plek te mogen innemen. Zo vormen ze een bedreiging voor de democratie door in wezen een constitutionele coup te plegen.
Niet gek dus dat zes op de tien Afrikaanse jongeren ontevreden zijn over de werking van de democratie in hun land, blijkt uit peilingen van Afrobarometer. Dat zie je terug aan de opkomst bij verkiezingen: zowel in Ivoorkust als Kameroen zei slechts 34 procent van de jongeren bij de vorige verkiezingen te hebben gestemd. Daarmee bungelen ze onderaan.
„We mogen komen opdraven voor de aantallen. Voor het klaarzetten van de stoelen en het opzetten van tenten. Maar beslissingen nemen? Ho maar”, zegt de 25-jarige Billy Curtis Teya die werkt op het Ivoriaanse ministerie van Gezondheid geagiteerd. Hij zit op een terras in de economische hoofdstad Abidjan met een Fanta voor zijn neus en een vinger priemend in de lucht. „Terwijl wíj een sleutelspeler in verkiezingen zijn.”
Immers: ruim driekwart van de dertig miljoen Ivorianen is jonger dan 35 jaar. Geschat wordt dat dit percentage gelijk is voor het continent. Voor die generatie begint het nu te wringen.
In 2020, bij de vorige presidentsverkiezingen, beloofde Ouattara nog „de macht aan de volgende generatie over te dragen”. Hij wees een opvolger aan, zijn premier van 61. Maar enkele maanden voor de verkiezingen overleed de man onverwachts. Ouattara stelde zich daarop alsnog kandidaat, tot woede van de oppositie, waarvan het gros de verkiezingen boycotte. Bij het geweld dat volgde rond de uitslag, kwamen bijna negentig mensen om.
„De jaren die ik aan het hoofd van ons land heb doorgebracht, hebben me doen inzien dat plicht soms zwaarder weegt dan een in goed vertrouwen gegeven woord”, verklaarde Ouattara in zijn recente toespraak zijn gooi naar een vierde termijn. De president wees naar de gevaren die dreigen: jihadisten die zich vanuit buurland Burkina Faso roeren aan de Ivoriaanse grens, de fragiele economische situatie in de regio.
Onder Ouattara, een econoom die carrière maakte bij het Internationaal Monetair Fonds, werd Ivoorkust juist een van de weinige stabiel groeiende economieën in West-Afrika. Dus ja, hij is weer kandidaat. „Want de Grondwet staat het mij toe”, herhaalde de president. „En mijn gezondheid ook.”
Het tekent de Ivoriaanse politiek, waarin dezelfde gezichten nu al zo’n drie decennia het veld domineren en onderling rouleren: die van Ouattara en zijn grote rivaal oud-president Laurent Gbagbo, met tachtig jaar nét iets jonger.
De echte senior was Félix Houphouët-Boigny. Hij zette de toon. President vanaf de onafhankelijkheid in 1960 bleef Le Vieux – de oude man, zoals hij liefkozend werd genoemd – zitten tot zijn dood in 1993. Hij was 88 jaar. Als president maakte Houphouët-Boigny zichzelf als een god zo onaantastbaar, met zijn Parti Democratique de Côte d’Ivoire (PDCI) decennialang als enige toegestane partij.
„Ivorianen hadden veel respect voor hem”, zegt de Ivoriaanse politiek analist Geoffroy Julien Kouao. „Hier geldt de cultus van de gerontocratie, waarbij de oudsten het voor het zeggen hebben. Zij worden gezien als wijs, en de jeugd als (politiek) onvolwassen.”
„In Afrikaanse gemeenschappen zien we leeftijd niet hetzelfde als in het Westen”, zegt ook socioloog Francis Akides, terwijl Chopin uit de speaker in zijn thuiskantoor klinkt. „Wij denken in termen van aînés en cadets, oudsten en jongsten. Zo gaat dat ook in de politiek. Jongeren worden in de wachtkamer gehouden tot de aîné anders besluit.”
Een van zijn studenten muntte er een passende term voor, zegt Akides, die doceert aan de Université Alassane Ouattara: „De ‘kofferdragers’. Tegen de tijd dat zij besluitvormende posities krijgen, zijn ze eigenlijk te oud om nog als jong te worden gezien.”
Neem Tidjane Thiam, voormalig topman van Credit Suisse die twee jaar geleden tot de leider van de PDCI, nu de belangrijkste oppositiepartij, werd verkozen. Akides: „Hij is 64, maar wordt in deze verkiezingen de ‘jonge kandidaat’ genoemd.” Thiam deed het goed in de peilingen. Toch zal hij, net als Laurent Gbagbo, vrijwel zeker niet mogen meedingen in oktober. Beiden opposanten werden vooraf uitgesloten om redenen die zij betwisten.
Op een roodleren bank van bar Toany in Yopougon, een volkswijk in Abidjan, zitten op een dinsdagmiddag drie lokale jongerenvertegenwoordigers van de drie grootste partijen van het land – de regeringspartij RHDP en de oppositiepartijen van Thiam en Laurent Gbagbo. Met zijn 43 jaar en verdwaalde grijze haren rekt Lucien Coulibaly de term jong ietwat op naast zijn 36-jarige buurman en 24-jarige buurvrouw Léa Séri.
45 jaar is bij hen de grens om jongerenvertegenwoordiger te kunnen zijn, zegt Coulibaly van de regeringspartij. „Je moet binnen de partij eerst vertrouwen winnen. Dat kost tijd.”
Dat is dus de Ivoriaanse sociologie, verzucht Séri. „Een veertiger zie ik niet als een vertegenwoordiger van jongeren. Maar dat is hoe het gaat.” Zelf leidt ze binnen de partij van de tachtiger Gbagbo een tak van vrouwelijke studenten. Pépé noemt ze hem, opa. Moet híj dan geen plaats maken, prikt Coulibaly als Séri zijn president „le monsieur die niet beweegt” noemt. Dat gaat-ie ook, werpt zij terug, maar Gbagbo is eerst zijn nieuwe partij nog aan het opbouwen.
Volgens Séri gaat het beter met de positie van jongeren, in ieder geval in haar partij. „We worden veel meer onderdeel gemaakt van de debatten. Maar we zijn nog niet waar we moeten zijn.” Uiteindelijk is het toch het leiderschap dat telt, zegt ook Yannick Okoubi (36), die voor de jongerentak van Thiams partij in Yopougon de communicatie doet. „Als je verkiezingen wilt winnen, heb je het charisma van een [oudere] leider nodig.”
Dat begint te veranderen, denkt Séri. „Ik zie om mij heen dat jongeren geëngageerder raken, omdat ze klaar zijn met deze vorm van politiek die ons vasthoudt in het verleden.”
De verkiezingen in Senegal vorig jaar hebben hoop gegeven, zegt Okoubi. Daar won het oppositieduo Bassirou Diomaye Faye (45) en Ousmane Sonko (51), mede dankzij de massale stem van jongeren. Faye is nu de jongst verkozen president op het continent. Séri: „Je hoorde toen zelfs hier vreugdekreten. Dat gevoel van: dat kunnen wij ook.” Maar, zegt ze: „Onze mentaliteit is daar nog niet.”
Verderop in Abidjan is iemand het daar hartgrondig mee oneens. „Ivorianen willen niet steeds dezelfde politieke gezichten”, zegt Billy Curtis Teya. Zijn twee tafelgenoten, beiden dertigers, knikken eensgezind. Alle drie sloten zij zich aan bij Aujourdh’ui et Demain la Côte d’Ivoire, de vorig jaar opgerichte partij van onderzoeksjournalist Tiémoko Antoine Assalé.
De 49-jarige Assalé maakte naam in Ivoorkust door met zijn weekblad l’Élephant Déchaîné corruptieschandalen te onthullen. Sinds twee jaar is hij burgemeester en gedeputeerde in het parlement. Een van de wetsvoorstellen die de oud-journalist probeerde door te voeren: het instellen van een maximum leeftijd van 75 jaar voor het presidentschap. Die wet haalde het niet. „Hij is de stem van ons jongeren”, verzekert Teya.
Toch geven analisten Assalé weinig kans tegen mastodont Ouattara bij de verkiezingen in oktober, ondanks zijn groeiende populariteit. Misschien over vijf jaar, klinkt het, als hij straks boven de 10 procent weet uit te komen. Dan ziet het veld er ook anders uit: geen Ouattara meer, en ook voor Gbagbo lijkt dit zijn laatste kans. „Noem het politiek darwinisme”, grapt socioloog Francis Akides.
„Al deze vieux la, deze oude heren, gaan op een gegeven moment weg. Dan barst de strijd los.”
Woensdag maakt de Constitutionele Raad de officiële kandidatenlijst voor de presidentsverkiezingen op 25 oktober bekend. Werden in het verleden in Ivoorkust al stelselmatig oppositiekandidaten uitgesloten, ook deze verkiezingen zullen zeer waarschijnlijk een aantal belangrijke kandidaten ontbreken.
Laurent Gbagbo is uitgesloten vanwege een veroordeling voor zijn rol in het grootschalige geweld na de verkiezingen in 2010. Gbagbo, destijds president, weigerde plaats te maken voor Alassane Ouattara, van wie hij verloor. In enkele maanden kwamen ruim drieduizend mensen om. Gbagbo werd hiervoor uitgeleverd aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat sprak hem na zeven jaar vrij, maar in Ivoorkust werd hij wel veroordeeld voor een financieel vergrijp. Dat maakt hem nu onverkiesbaar.
Ook Tidjane Thiam, de nieuwe leider van de Parti Démocratique Côte d’Ivoire (PDCI), is door de Kiescommissie ‘onverkiesbaar’ verklaard. Zijn naam werd in april van de kieslijst geschrapt toen een rechter oordeelde dat hij geen Ivoriaanse staatsburger was op het moment dat hij zich kandidaat stelde: Thiam had op dat moment nog het Franse staatsburgerschap. Dat heeft hij in maart opgezegd. Aan zijn verzoek de kieslijst hierop aan te passen, zegt de Kiescommissie geen gehoor te kunnen geven. Daarvoor is het te kort dag, stellen zij.
Charles Blé Goudé, die destijds samen met Gbagbo terecht stond in Den Haag, en voormalig rebellenleider en premier Guillaume Soro zijn eveneens uitgesloten vanwege veroordelingen.
Source: NRC