Home

Natuurherstel lukt in Nederland, maar vanwege droogte moet beek aan infuus

Op veel plekken in Nederland wordt werk gemaakt van natuurherstel. Dat blijkt goed mogelijk. Maar het vergt veel onderzoek, samenwerking en ruimte. Daardoor is het risico van kortstondig succes nooit ver weg.

"Het is niet zo moeilijk om een lange lijst met succesverhalen op te stellen", zegt Natuurmonumenten-woordvoerder Fred Prak desgevraagd tegen NU.nl. "Maar als we de oorzaken voor de afname van bepaalde plant- en diersoorten niet wegnemen, dan schieten we niet zoveel op. Dan is natuurherstel een kortdurend succes."

"Het is goed dat er tegenwoordig meer besef is van de noodzaak van systeemherstel", vult Hank Bartelink aan. Hij is directeur-bestuurder van LandschappenNL, het samenwerkingsverband van de twintig Nederlandse landschapsorganisaties. "Het grote vraagstuk daarbij zijn niet zozeer de kosten of de kennis die daarvoor nodig is, maar vooral de vraag hoe om te gaan met negatieve omgevingsfactoren zoals vervuiling."

Het herstel van de Nederlandse natuur is erbij gebaat om de juiste functie op de juiste plaats te hebben, zegt Allard van Leerdam. Hij is landschapsecoloog bij Staatsbosbeheer. Om 'fouten' uit het verleden te herstellen, zou je het landschap daarom enigszins opnieuw moeten indelen, vervolgt hij. "Dat is altijd heel moeilijk, want je moet recht doen aan de particuliere belangen die er eerst lagen."

Het Natura 2000-gebied Dwingelderveld in Drenthe is volgens Van Leerdam een schoolvoorbeeld van hoe dat in het verleden is misgegaan. "Een deel ervan kreeg vanuit een landschapsperspectief een 'verkeerde' functie."

Delen van het kletsnatte heidegebied zijn in het verleden ontgonnen voor landbouw, legt de ecoloog uit. "Om de ontginning droog te krijgen moesten miljoenen liters water worden afgevoerd door vele kilometers aan ontwateringskanalen." Het resultaat was een verdroogd heidegebied in het noorden, beheerd door Staatsbosbeheer, en een verdroogd gebied van Natuurmonumenten in het zuiden, met landbouw daartussenin.

Ongeveer vijftien jaar geleden is het gelukt om dat te wijzigen en de landbouwfunctie te verplaatsen. Sindsdien is het Dwingelderveld weer een aaneengesloten natuurgebied en is "de sponswerking van het landschap" hersteld, zegt Van Leerdam.

Het Nationaal Park Dwingelderveld geldt inmiddels als succesverhaal. Gentianen en valkruid, zeer zeldzame plantensoorten, zijn bijvoorbeeld weer terug.

Maar het Dwingelderveld laat ook zien hoe lastig volledig natuurherstel is. "Het gentiaanblauwtje vliegt weliswaar ook weer rond, maar deze zeldzame vlinder kan zich alleen voortplanten als er ook knoopmieren in de omgeving zijn. Die ontbreken en breng je niet zomaar terug", vertelt Prak.

In Noord-Brabant is de afgelopen 25 jaar gewerkt aan de beek de Beerze. Op het kaartje hieronder zie je waar deze stroomt (en waar het Dwingelderveld ligt). Dit heeft geleid tot de terugkeer van zeldzame beekgebonden soorten, zoals de beekrombout (een zeldzame libelle) en de rivierdonderpad.

"De Beerze zat in een keurslijf, maar kan nu weer beek zijn. Het water heeft ruimte gekregen", zegt Chris van Turnhout, ecoloog bij Natuurmonumenten. "Hierdoor zijn natuurlijke processen zoals overstroming, erosie en sedimentatie weer op gang gekomen. Ook de natuurlijke waterloop kwam terug."

Veel planten en dieren vonden hiermee opnieuw geschikt leefgebied, zoals de kwabaal. "Om te paaien is deze vissoort gebaat bij de ondiepe laag koud water die ontstaat wanneer overstromingswater langzaam uitzakt. Zo'n leefgebied was heel zeldzaam geworden", legt Van Turnhout uit.

De Beerze is een natuurlijke beek die wordt gevoed door regenwater en grondwater. Maar vanwege klimaatverandering valt de Beerze steeds vaker (bijna) droog.

De kwel - de grondwaterstroom die uit de ondergrond naar boven komt - zorgde er in het verleden altijd voor dat beken net niet droogvielen tijdens droge zomers, zegt Van Turnhout. "Doordat we die basistoevoer voor de beek nu afvangen via beregeningsputten of andere onttrekkingsmethoden, bereikt de kwel de beek niet meer. Dan heeft een droge zomer een extra grote invloed."

Het waterschap De Dommer zag zich in augustus genoodzaakt om een grondwaterput te boren. Daarmee kon de Beerze tijdelijk en kunstmatig worden gevoed met 'overlevingswater'. Maar de vraag is hoe toekomstbestendig deze 'oplossing' is. "We leggen de beek nu aan een infuus", zegt Prak.

"We zien dat als een extreme noodoplossing", vult Van Turnhout aan. Volgens hem wordt het probleem van structurele en langdurige grondwaterstandsdaling weliswaar erkend, maar wordt er nog onvoldoende naar gehandeld. "We moeten zuiniger met water zijn, minder afvoeren, het water zorgvuldiger vasthouden in het voorjaar en beter verdelen tussen de benutters."

Het probleem van grondwaterstandsdaling beperkt zich niet tot Noord-Brabant. Ook in de Westduinen, op de kop van Goeree-Overflakkee, ondervindt men de nadelige gevolgen ervan. "Door een lager polderpeil en wateronttrekkingen worden in een gemiddeld jaar poelen en vochtige delen te vroeg droog", zegt een woordvoerder van LandschappenNL.

Hierdoor komen de voortplanting en aanwezigheid van bepaalde dieren en planten, zoals amfibieƫn, libellen en orchideeƫn, in gevaar. "Door minder onttrekkingen en een hoger waterpeil in een bufferzone rondom de Westduinen kan dit kwetsbare type waterafhankelijke natuur in stand blijven", vervolgt de woordvoerder.

In het onderstaande artikel kun je meer lezen over succesvol natuurherstel op Texel, in Friesland en in Twente.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next