De Noren zijn met hun 1.769 waterkrachtcentrales het groenste stroomvolk van Europa, maar tevreden zijn ze allerminst. De productie van die stroom zuigt letterlijk het water uit de natuur weg. Het debat is zo verhit dat het de verkiezingen van maandag bepaalt.
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
In het Noorse bergdorp Rødberg stroomt de nationale trots door het fjord, botst tegen een stuwdam op en verdwijnt dan in ondergrondse tunnels, waar hij met een donderend geraas tientallen meters naar beneden stort. Aan het eind wordt het water in stijl ontvangen in een hoge hal met zacht licht, waar de halfronde ramen nog net niet van glas-in-lood zijn gemaakt.
In deze tempel stroomt het water acht turbines in, die eruit zien als machtige slakkenhuizen. Binnenin draaien wielen met ijslepelachtige scheppen driehonderd keer per minuut. Buiten op het gras zoemen de transformators tevreden.
De Nore I is een van de 1.769 Noorse waterkrachtcentrales en misschien wel de mooiste, met zijn kerkachtige architectuur. ‘Toen het gebouw in 1928 werd opgeleverd, was het het grootste van Noord-Europa’, zegt manager Pål Lauluten trots, terwijl hij met veiligheidshelm op voorgaat in de hal. ‘Speciaal gebouwd om Oslo van stroom te voorzien.’
De Noren zijn trots op hun waterkracht, die ervoor zorgt dat stroom overvloedig en goedkoop is. En groen: de stroom komt voor 90 procent uit waterkracht en voor de rest uit wind. Daarnaast verdienen de Noren goed geld met de export naar het buitenland – in 2023 was dat 2,2 miljard euro.
Een ideale situatie, zou je zeggen. Toch is de stroomhandel een belangrijk thema geworden bij de Noorse parlementsverkiezingen van maandag. De regeringscoalitie viel er eerder dit jaar zelfs over. En de uitkomst heeft ook gevolgen voor Nederland.
Wat is er aan de hand?
Op een donderdagavond in augustus stroomt de zaal van hotel Rødberg, een rood houten gebouw uit 1920, vol met bezorgde inwoners, met name 50-plussers. Er is nog net plek voor de tafel met koffie en de in Noorwegen onvermijdelijke zoete koffiebroodjes.
Toezichthouder NVE heeft een informatieavond belegd over de uitbreidingsplannen voor de waterkrachtcentrale in het dorp. Staatsbedrijf Statkraft zegt dat de centrale niet lang meer mee kan. Een modern exemplaar kan bovendien nog meer stroom opwekken.
De scepsis is van de gezichten af te lezen. ‘De centrale gebruikt nu al te veel water’, zegt schapenboerin Tone Fjellheim. Ze laat een foto zien van het uitzicht vanaf haar boerderij. 'Kijk, hier zou water moeten liggen, maar nu zie je alleen zand en stenen. Het is een soort maanlandschap geworden.’
Noorwegen kende het afgelopen jaar een winter met opvallend weinig sneeuw gevolgd door een droge zomer. Daardoor stroomde er weinig smelt- en regenwater in het Tunhovdfjord, het reservoir voor de Nore I. Het water staat er nu vijf meter lager dan normaal. Het woord ‘woestenij’ valt nogal eens tijdens de avond, die ruim drie uur duurt omdat er zo veel vragen zijn.
Veel bewoners geven de schuld aan de waterkrachtcentrale, die te veel water uit het fjord zou halen. Dan is het lastig praten over een nieuw, groter exemplaar. ‘Ze zeggen dat een nieuwe centrale de waterstand niet zal beïnvloeden, maar als ze meer stroom produceren hebben ze toch ook meer water nodig? Dat is mijn zorg’, zegt de 66-jarige Jan-Petter Hallan, die bij de Noorse spoorwegen werkt en hier zijn vakantiehuis heeft.
Statkraft erkent dat de centrale een rol speelt, maar wijst vooral op de uitzonderlijke droogte en de strenge regels voor waterbeheer. Het moet voldoende water doorlaten om het lager gelegen rivierengebied te beschermen. ‘Dit betekent dat de reservoirs in de bergen worden leegezogen in een periode waarin we normaal ruim voldoende water hebben.’
Het kan Hallan niet overtuigen. ‘Het lijkt erop alsof ze stroom blijven produceren voor het buitenland, terwijl er niet voldoende water is. Het draait allemaal om geld verdienen’, aldus de Noor. ‘Ze geven geen zak om de fjorden.’
Geld verdienen. Het buitenland. Het chagrijn dat veel Noren voelen over de nationale stroomvoorziening gaat verder dan alleen de waterstand. Het gaat ook over marktwerking en het gevoel dat het land geen controle meer heeft over zijn eigen voorzieningen.
Het Noorse elektriciteitsnetwerk is al decennialang met kabels verbonden met andere landen. Zo ligt er sinds 2008 een 580 kilometer lange kabel tussen Zuid-Noorwegen en de Eemshaven in Groningen, NorNed. Daarnaast hebben de Noren verbindingen met Zweden, Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
De kabels zijn lucratief voor Noorwegen, dat bijna altijd een stroomoverschot heeft en de productie te allen tijde kan ophogen of verlagen, simpelweg door aan de kraan te draaien. Stroomproducenten die niet met waterkracht werken, maar bijvoorbeeld met wind- of kernenergie, hebben dat voordeel niet.
Manager Lauluten laat het in de centrale zien. Hij wijst op een langwerpige buis die uit het slakkenhuis steekt. ‘Dat zijn eigenlijk een soort injectienaalden. We kunnen precies bepalen hoeveel water we doorlaten. Wanneer het windstil is in Nederland, zetten wij de kraan verder open’, aldus Lauluten. Het is de reden waarom Noorwegen wel eens de batterij van Europa wordt genoemd.
Een kwart eeuw geleden bedachten de Noren een methode om dit maximaal uit te buiten. Overdag verkoopt het bedrijf voor de hoofdprijs stroom aan het buitenland, ’s nachts importeert het spotgoedkope stroom dat Nederlandse en Duitse producenten elders niet kwijtkunnen. Maximale winst gegarandeerd. Bovendien: mocht er een jaar te weinig regen vallen, dan kan Noorwegen stroom importeren.
Fijn voor de Noren is dat flexibiliteit nog belangrijker is geworden, omdat vraag en aanbod door veranderende consumptiepatronen en onwispelturige bronnen als zonne- en windenergie onvoorspelbaarder zijn geworden. Het is nog een reden waarom Statkraft de Nore I (en andere centrales) wil vervangen – moderne centrales kunnen sneller op- en afschalen.
Het zijn twee verschillende werelden, die van de markt en die van het fjord.
Bovendien zit er voor Noorse burgers één groot nadeel aan het systeem en dat is dat de prijs door de internationale markt wordt bepaald. Dat betekent dat ook de inwoners van Rødberg, ook al grenst hun tuin aan de waterkrachtcentrale, net zoveel betalen per kilowattuur als iemand in Groningen. ‘Het principe is: het gebied waar de prijs het hoogst is, bepaalt het tarief voor de hele regio’, zegt hoogleraar bedrijfskunde Dag Ove Skjold, die de sector al jaren volgt. Prissmitte, prijsbesmetting, noemen de Noren het met een vies gezicht. Vooral in het dichtbevolkte zuiden is dit een probleem, het midden en het noorden van het land hebben een ander stroomnet en daarmee een andere prijs.
Jarenlang was dit geen issue, omdat de tarieven laag bleven. Tot de Russische inval in Oekraïne in februari 2022. Door de oorlog schoten de energieprijzen door het dak. Nils Vøllo, eigenaar van het 34 kamers tellende Hotel Rødberg, trekt een pijnlijk gezicht als hij eraan denkt. ‘Voorheen waren we gewend om nog geen halve cent per kilowattuur te betalen en ineens werd het 10 of 20 cent.’
Dat was extra pijnlijk omdat de Noorse huishoudens volledig op stroom draaien, inclusief de verwarming. ‘Als het dan min twintig is en je ziet de teller gaan, dan slik je wel even.’
De Noorse regering introduceerde in 2022 een tijdelijk prijsplafond en verzachtte daarmee het leed. Toch bleek de geest uit de fles. Sindsdien woedt een discussie over de vraag of Noorwegen de stroommarkt meer in eigen hand moet nemen. Bijna alle partijen beloven geen nieuwe kabels naar het buitenland aan te leggen – of zelfs bestaande te sluiten. Twee verouderde kabels naar Denemarken worden misschien niet vervangen.
De kwestie is politiek explosief. In februari stapte de Centrumpartij, een plattelandspartij, uit de coalitie met de sociaaldemocratische Arbeiderspartij mede vanwege de prijzen. De partij zegt dat het met landen als Nederland wil heronderhandelen over de voorwaarden van het stroomvervoer. De grootste oppositiepartij in de peilingen, de rechtse Vooruitgangspartij, belooft een ander prijsmodel.
De regerende sociaaldemocraten grepen dit voorjaar terug op een oud recept: subsidies. Met een nieuw prijsplafond, Norges pris, betalen huishoudens vanaf 1 oktober niet meer dan 0,034 euro per kwh. Het plan gaat de schatkist jaarlijks 1 miljard euro kosten.
Ondanks die belofte lijken veel Noren bereid om de kabels naar het buitenland door te knippen. ‘Wat mij betreft mag de elektriciteit hier in Noorwegen blijven. Het is ons water en het is onze stroom’, zegt boerin Fjellheim, die op de Centrumpartij gaat stemmen.
Mede-bewoner Hallan wil zover niet gaan, omdat ‘dat in ons gezicht terug kan slaan’, als Noorwegen in een droog jaar stroom tekortkomt. Hij vindt vooral dat het land zich niet moet blindstaren op de export en dat het de fjorden niet meer mag leegtrekken.
Hoogleraar Skjold gruwelt van dit soort geluiden, waarmee de Noren zichzelf als slachtoffer neerzetten. Hij hamert erop dat 90 procent van de stroomproductie in handen is van Noorse gemeenten of de staat zelf. ‘Al die winsten gaan niet naar onzichtbare investeerders, maar vloeien terug naar Noorwegen. Veel gemeenten profiteren daarvan en dat zie je terug in hun voorzieningen. Het geld van de staat gaat naar het prijsplafond en alles wat daarna binnenstroomt is kassa voor de Noorse economie.’
Skjold denkt dat de kwestie zo gevoelig ligt omdat de Noorse waterkracht ontstond in een tijd dat het land net onafhankelijk was geworden van Zweden, in 1905. Om die prille autonomie te bewaren werden buitenlandse investeerders geweerd en staken overheden zelf geld in waterkracht. ‘Rond de centrales hangt een haast mythisch aura, van vrijheid en onafhankelijkheid. De meeste Noren zien het niet als handelswaar, maar als een Noorse hulpbron die van ons allemaal is en goedkoop overvloedig moet zijn.’
Voor politieke partijen lijkt de kwestie ook een manier om zich af te zetten tegen Europa. Noorwegen is geen lid van de EU, maar doet wel mee aan de interne markt. In ruil daarvoor moet het vrijwel alle Europese regels overnemen die aan handel raken. Maar ook daar beginnen partijen te steigeren.
Wie de verkiezingen gaat winnen, is ongewis. De sociaaldemocraten blijven waarschijnlijk de grootste, maar waar het om draait is welk blok – links of rechts – een meerderheid haalt.
Mocht de Vooruitgangspartij de nieuwe premier leveren, dan bestaat de kans dat bestaande contracten met andere landen worden opengebroken. Hoogleraar Skjold moet er niet aan denken. ‘Het zou heel problematisch zijn voor Noorwegen.’
Toch moet er iets veranderen, zegt hoteleigenaar Vøllo. ‘We kunnen ons niet isoleren van de rest van Europa. We moeten samenwerken en elkaar helpen. Maar we kunnen het ons ook niet veroorloven om grenzeloos stroom naar andere landen te sturen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant