Home

KNVB moet serieus gaan nadenken over een kopverbod

Hersenschade

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Iedere voetballer, van hoog tot laag, die wel eens een verre uittrap van de keeper heeft moeten verdedigen – ‘vóór de stuit!’ – weet het: koppen doet pijn. En voelt: dit kan niet gezond zijn. Toch is het denken over de risico’s van (blijvend) hersenletsel in de meest beoefende sport van Nederland nog onderontwikkeld. En maatregelen om deze risico’s te beperken schaars of non-existent.

In de afgelopen maanden is de maatschappelijke discussie hierover aan het kantelen en dat is goed. In februari verscheen een biografie over de voormalige kopsterke Sparta-spits Wout Holverda (1958-2021), de eerste voetballer bij wie is vastgesteld dat zijn tragische ziekte en dood door dementie was veroorzaakt door zijn loopbaan als voetballer. In het boek komen deskundigen aan het woord die het verband tussen veelvuldig koppen en hersenschade leggen.

De Gezondheidsraad concludeerde in juni op basis van internationaal literatuuronderzoek dat profvoetballers door het vele koppen twee tot drie keer zoveel kans hebben op dementie als de gemiddelde populatie. In mindere mate geldt dat verband ook voor amateurvoetballers. De raad adviseerde dat het koppen zowel bij de profs als bij amateurs moet worden beperkt. En al helemaal bij jeugdspelers die wegens hun nog ontwikkelende hersenen veel kwetsbaarder zijn.

Afgelopen week sloot de Nederlandse Sportraad zich hierbij aan met een vergaand, maar nog wel vrijblijvend advies voor verschillende contactsporten: een algeheel kopverbod voor jeugdvoetballers tot twaalf jaar; voor de leeftijdsgroep daarboven tot achttien jaar moet „hoofdcontact sterk ontraden worden”.

De Sportraad is niet bij machte om de beperkende maatregelen aan sporters op te leggen. Het is aan de verschillende sportbonden om met concrete maatregelen en/of spelregelwijzigingen te komen. Het is teleurstellend dat de KNVB niet veel voelt voor de aanbevelingen van de Sportraad. Bijna plagerig, leek het, kwam de voetbalbond precies een week vóór het advies van de Sportraad zelf met nieuwe richtlijnen, maar die zijn lang niet zo verstrekkend. Afhankelijk van hun leeftijd mogen jeugdspelers niet vaker dan vijf tot twaalf keer koppen „per training”. Voor senioren geldt bij lange ballen maximaal vijftien kopballen. Dat klinkt streng, maar is het niet, want bij wedstrijden zal het koppen nog gewoon blijven bestaan.

Nu zijn kopballen natuurlijk een vast onderdeel van het voetbalspel en een gevaarlijk wapen van lange spitsen. Volgens cijfers van databureau Stats Perform waren er bij de ruim driehonderd wedstrijden in de eredivisie vorig seizoen gemiddeld bijna 32 kopduels per wedstrijd, werd de bal gemiddeld 23,5 keer met het hoofd uitverdedigd en vielen er 138 kopdoelpunten – 15 procent van het totaal. Omdat het de aantrekkelijkheid van de sport zal verminderen zijn liefhebbers, de KNVB voorop, tegen een totaal kopverbod in het voetbal. Spelersvakbond VVCS bepleit dat verbod al wel.

Toch zal de KNVB, of anders de overheid, hierover serieus moeten nadenken. Je kunt je altijd verschuilen achter de mantra ‘meer wetenschappelijk onderzoek nodig’, maar de impact van veel ‘hoofdcontact’ – ook in andere sporten – is toch echt evident. De KNVB zou dus ook nu al voor daadkracht kunnen kiezen. Het is immers precies zoals de voorzitter van de Sportraad, oud-hockeyer en -huisarts Tom van ’t Hek, in zijn voorwoord bij het advies schrijft: als het om onze hersenen gaat, kun je maar beter het zekere voor het onzekere nemen.

Source: NRC

Previous

Next