Jeugdzorg Jeugdbescherming Noord kwam in juli onder verscherpt toezicht te staan van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Sindsdien kwamen er nog bijna negentig klachten binnen. Deze maandag moet de organisatie een verbeterplan hebben ingediend.
De moeder uit Drenthe haalt, voordat ze haar verhaal begint, twee tassen vol mappen tevoorschijn en zet deze naast haar op een stoel. In de mappen zitten beschikkingen, gespreksverslagen, mailtjes en brieven van en naar Jeugdbescherming Noord. Ze pakt er een uit en leest voor: „Momenteel hebben we te maken met ziekte bij ons personeel, waardoor het langer duurt tot er een vaste jeugdbeschermer komt. In de periode van 23 oktober tot 6 november [2023] zijn we daarom alleen bereikbaar voor spoed en crisis.”
De vrouw, een moeder van drie kinderen, verzamelde een paar jaar lang alle documenten over haar ervaring met Jeugdbescherming Noord, de voornaamste jeugdzorgorganisatie in Groningen en Drenthe met zo’n 250 medewerkers. Van 2019 tot en met 2024 stond ze onder toezicht van de instelling. Eén map zit vol brieven, rapporten en mails over haar zoon. Een andere gaat over haar dochters. Ze begon haar verzameling omdat ze gaandeweg haar traject het vertrouwen in Jeugdbescherming Noord verloor. „Op een gegeven moment dacht ik dat ik gek aan het worden was. Toen ben ik alles gaan uitprinten en heb ik de brieven geordend. Zittingen heb ik stiekem opgenomen, zodat ik kon terugluisteren wat er werd gezegd”, vertelt de vrouw.
In juli dit jaar concludeerde de Inspectie Gezondheidszorg in een rapport dat er „structurele tekortkomingen” zijn bij Jeugdbescherming Noord. De begeleiding is onder de maat en ontbreekt soms compleet. Begeleiders maken vaak geen plan van aanpak en ouders met klachten kunnen nergens terecht.
De moeder uit Drenthe vindt het spannend om haar verhaal te doen en wil dat alleen anoniem. „Dat vind ik vooral voor mijn kinderen belangrijk. Er zijn veel vooroordelen over jeugdzorg. Hiervoor dacht ik ook dat ouders die met jeugdzorg te maken hebben het wel heel bont moesten hebben gemaakt.”
In 2018 belandde de vrouw in het jeugdzorgsysteem nadat ze voor haar partner was gevlucht en bij de politie aangifte deed van huiselijk geweld. De politie deed vervolgens een melding bij Veilig Thuis, waarin onder meer stond dat de kinderen tijdens het geweldsincident in de woning aanwezig waren. Het gezin kwam vervolgens onder toezicht te staan van Jeugdbescherming Noord.
Ouders kunnen te maken krijgen met jeugdbescherming als er serieuze zorgen zijn over de veiligheid of opvoeding van een kind, vaak als er ernstige problemen in het gezin zijn en vrijwillige hulp van familie, school of jeugdhulp niet werkt of wordt afgewezen. De Raad voor de Kinderbescherming kan na onderzoek de kinderrechter vragen een maatregel op te leggen, meestal is dat een ondertoezichtstelling. Ouder en kind hebben daarbij recht op een vaste jeugdbeschermer (ook wel gezinsvoogd genoemd) die binnen vijf werkdagen wordt toegewezen en vanaf het begin contact met hen onderhoudt. Maar dat lukt lang niet altijd.
Naar aanleiding van het kritische rapport komt Jeugdbescherming Noord onder verscherpt toezicht te staan van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De inspectie stelt dat kinderen bij Jeugdbescherming Noord niet de passende bescherming, begeleiding en hulp krijgen die ze nodig hebben. Tijdens twee inspectiebezoeken in maart stelde de inspectie vast dat 249 van de 975 jongeren geen vaste jeugdzorgwerker hadden, wat leidde tot „ernstige problemen in de samenwerking en regievoering”.
De instelling staat sinds juli zeven maanden lang onder verscherpt toezicht en kan in die tijd (on)aangekondigd worden bezocht door de inspectie. Voor 8 september moet de organisatie een verbeterplan hebben ingediend. Na publicatie van het rapport openen vier politieke fracties uit Assen en Groningen samen een meldpunt. In een maand tijd komen daar bijna negentig klachten over de organisatie binnen.
De ondertoezichtstelling van de moeder uit Drenthe werd vier keer verlengd. Ze kreeg in die tijd zoveel verschillende jeugdbeschermers toegewezen dat ze naar eigen zeggen de tel kwijt is. „Een stuk of acht, negen”, zegt ze. Soms zat er maandenlang niemand op haar zaak en het laatste jaar was er helemaal geen jeugdwerker. „Telkens als er een verlenging van de ondertoezichtstelling werd aangevraagd moest ik terug naar de kinderrechter. Twee of drie keer stond ik daar met een gezinsvoogd die ik nog nooit had gezien of gesproken.”
Bij een ondertoezichtstelling houden ouders het gezag over de kinderen, maar moeten ze wel meewerken met de aanwijzingen van de jeugdbeschermer. Die kan extra hulp inschakelen, variërend van opvoedondersteuning tot hulp voor het kind. Een ondertoezichtstelling duurt maximaal twaalf maanden en kan door de kinderrechter daarna steeds met maximaal twaalf maanden worden verlengd.
„Het is een ontzettend eenzame strijd”, zegt de moeder uit Drenthe over de periode waarin ze met haar kinderen onder toezicht stond. Ze voelde zich niet gehoord door jeugdbeschermers en de kinderrechter. „Ik werd door een jeugdbeschermer ‘lastig’ genoemd, omdat ik klachten indiende over de werkwijze van Jeugdbescherming Noord, maar als zij hun werk goed deden, was dat niet nodig geweest.”
De ondertoezichtstelling eindigt in 2024. „Toen de laatste jeugdbeschermer ziek raakte, heb ik me stilgehouden”, vertelt de vrouw. „Ik dacht: ik moet van jeugdbescherming af. Als ik ze nu weer aanleiding geef, vragen ze verlenging aan en zit ik weer gevangen in dit systeem.” Een maand voor afloop van de ondertoezichtstelling krijgt ze een nieuwe gezinsvoogd. Die wil de ondertoezichtstelling beëindigen, daar gaat de kinderrechter mee akkoord.
Jeugdbescherming Noord zegt in een reactie de problemen die de inspectie beschrijft te herkennen. Ze spelen „in onze organisatie, en ook in de landelijke jeugdzorg, al jaren. We betreuren dit enorm voor de jeugdigen en gezinnen die hierdoor onvoldoende zijn gezien en gehoord. We willen intensiever samenwerken met de jeugdigen en gezinnen die we ondersteunen en gaan onderzoeken hoe we onze jeugdbeschermers nog beter kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van hun uitdagende werk. Binnen onze organisatie is hier in eerdere jaren door verschillende oorzaken, waaronder onvoldoende sturing, te lang te weinig aan gedaan.”
Een moeder van twee zoons uit Groningen zit nog midden in de ondertoezichtstelling, die werd opgelegd nadat ze haar partner, die haar mishandelde, verliet en aangifte tegen hem deed bij de politie. „Ik wil dat de ondertoezichtstelling eindigt, maar ik weet niet hoe ik dat voor elkaar moet krijgen.”
Ook bij dit gezin wisselen begeleiders zich vaak af. „In augustus 2023 ging mijn jeugdbeschermer met vakantie, waarna ze stopte met haar baan. We moesten maanden wachten op een nieuwe gezinsvoogd.”
De eerste jeugdbeschermer stelde nooit een plan van aanpak op. Dit plan horen ouders en jeugdbeschermer samen te maken, zodat ze naar het einde van de ondertoezichtstelling kunnen toewerken. „Het is niet duidelijk wat het einddoel is”, zegt de Groningse moeder. „In mijn laatste plan [opgesteld door een latere gezinsvoogd] staat zelfs: ‘We zijn er nog niet aan toegekomen om dit plan met ouders te bespreken’.”
In het plan van aanpak, ingezien door NRC, kloppen de namen van de ouders niet. Ook staat er dat het plan twee dochters betreft terwijl het om twee zoons gaat. In de stukken staat bovendien dat het plan samen met ouders en kind is gemaakt. De Groningse ontkent dit.
Het merendeel van de twintig cliëntdossiers die de inspectie in maart inzag, bevat geen (actueel) plan van aanpak. Soms gaan plannen rechtstreeks naar de rechtbank, zonder overleg met de ouders en het kind. In zeven van de twintig dossiers zien de inspecties geen verslaglegging van evaluaties of voortgangsgesprekken.
Het frustreert de moeder uit Groningen dat ze niet weet hoe het verder moet. „Ik wil van de jeugdbescherming af. Maar als je er eenmaal in zit, kom je er niet meer uit.” Ze heeft het gevoel dat ze nergens terecht kan met haar hulpvragen en klachten. „De rechtbank zegt telkens dat de regie bij Jeugdbescherming Noord ligt.”
Een verklaring voor tekortkomingen bij Jeugdbescherming Noord is een stapeling van problemen bij de instelling: wisselende bestuurders, veel zieke of vertrekkende medewerkers, een personeelstekort en een oplopende wachtlijst van cliënten. Sinds februari 2025 heeft de organisatie een nieuwe bestuurder. En nadat de inspectie in juli stelde dat de Raad van Toezicht „niet tijdig en onvoldoende kritisch heeft gehandeld na zorgelijke signalen vanuit de organisatie”, stapten alle leden op.
Al in 2021 stuurde het team van jeugdbeschermers een brandbrief van elf pagina’s naar de directie. „Hier voor jullie ligt onze noodkreet”, begint de brief. De medewerkers kunnen hun werk niet goed uitvoeren, schrijven ze. De werkdruk is te hoog, ze krijgen te weinig ondersteuning, maken structureel overuren en zijn verantwoordelijk voor te veel jongeren. De medewerkers willen onder andere dat de directie een cliëntenstop invoert. Maar dat doet het bestuur niet.
De problemen werden daarna alleen maar groter, zegt een oud-medewerker van Jeugdbescherming Noord. Ze is een van de medewerkers die de brief schreef. Ze wil anoniem blijven, uit angst voor reacties van haar voormalige werkgever.
„Als je het goed kan doen, is het prachtig werk”, zegt de vrouw, die bijna twintig jaar in het vak zat. „Dan kan je kinderen en het gezin helpen om de boel op de rails te krijgen door de juiste hulpverlening in te zetten en ervoor te zorgen dat de ondertoezichtstelling zo snel mogelijk weer opgeheven wordt.”
Het is ook een zware baan, erkent de oud-jeugdbeschermer. „Je werkt met precaire zaken en komt ernstige problemen tegen. Vaak ben je niet gewenst. Ouders zijn boos en teleurgesteld als ze met jeugdzorg te maken krijgen. Niemand wil dat een ander meekijkt bij de opvoeding. In dit vak maak je mee dat je allerlei verwensingen naar je hoofd krijgt.”
De vrouw zag veel collega’s vertrekken of uitvallen. „Er was geen stabiliteit in de organisatie. De sfeer was grimmig. Collega’s liepen op hun tandvlees. Ik heb veel huilende collega’s gezien. Of je werd ziek, of je vertrok.”
De medewerkers die wel bleven, moesten door het personeelstekort nog meer werken, vertelt ze. „Er zijn tijden geweest waarin ik verantwoordelijk was voor 23 kinderen. In de zomer, als veel collega’s met vakantie waren, stond ik soms 91 uur lang aan door bereikbaarheidsdienst, boven op mijn reguliere werktijden.”
Het inspectierapport onderstreept de brandbrief en de ervaringen van de oud-medewerker. De organisatie heeft „een structureel tekort aan ervaren medewerkers”. Door de wisselingen moeten jeugdzorgwerkers zich steeds opnieuw verdiepen in een dossier en contact opbouwen met de ouders en kinderen. Daar hebben ze volgens de inspectie te weinig tijd voor.
Jeugdbescherming Noord erkent dat de werkdruk hoog was en dat er „in combinatie met een hoog verloop en verzuim, een vicieuze cirkel ontstond, waarbij de werkdruk voor de medewerkers steeds verder opliep”. Met de meldingen van medewerkers is „door verschillende oorzaken, waaronder onvoldoende sturing, in eerdere jaren te weinig gedaan”.
De organisatie is bezig met het „doorvoeren van verbeteringen”. „Vanaf maart is concreet gewerkt aan herstel en dat is ook al zichtbaar in onze resultaten.” Ook zijn er tien extra jeugdbeschermers aangenomen en wil Jeugdbescherming Noord nog meer personeel aannemen. „We hebben de financiële middelen gekregen om te investeren in meer jeugdbeschermers. De Drentse en Groninger gemeenten hebben toegezegd ons de komende twee jaren financieel te ondersteunen.”
Jeugdbescherming Noord zegt alle mogelijkheden voor herstel in overweging te nemen, maar op dit moment geen cliëntenstop. „Wij hebben te maken met situaties waar onveiligheid en ontwikkelingsbedreigingen bij kinderen spelen die niet op een andere manier dan met een gedwongen maatregel kunnen worden opgelost. De andere gecertificeerde instellingen die in Drenthe en Groningen werkzaam zijn, hebben bij een volledige cliëntenstop van Jeugdbescherming Noord ook niet de capaciteit om alle maatregelen op te pakken.”
In 2022 werd de oud-medewerker van Jeugdbescherming Noord zelf ziek. „Ik heb het lang volgehouden, omdat ik de kinderen niet in de steek wilde laten. Maar uiteindelijk ging het niet meer”, zegt de vrouw. „Ik wil nooit meer in de jeugdzorg werken. Ik ben gestopt omdat ik niet kon waarmaken wat ik in mijn hart wilde doen.”
Voor dit artikel sprak NRC met twee moeders die te maken kregen met een ondertoezichtstelling door Jeugdbescherming Noord. Zij gaven inzage in hun correspondentie met de instelling. Ook werden twee gemeenteraadsleden geïnterviewd die betrokken zijn bij het meldpunt over Jeugdbescherming Noord en zich in Assen en Groningen bezighouden met onder meer jeugdzorg. Via hen, en via Marga de Groot - die veertig jaar in de jeugdzorg werkte en nu het meldpunt beheert en de belangen van ouders behartigt - kwam NRC in contact met de moeders. Daarnaast sprak NRC met een oud-medewerker en met de woordvoerder van Jeugdbescherming Noord.
Source: NRC