Tegenwoordig zeggen mensen weer vaak dat je, als je vrede wilt, je moet voorbereiden op oorlog – het oude Latijnse gezegde ‘si vis pacem, para bellum’. Als anderen zien dat jij sterk bent, voorbereid op oorlog, is de kans kleiner dat ze je aanvallen. Om die reden voelen veel Europeanen zich momenteel kwetsbaar en proberen ze hun verwaarloosde defensie snel op orde te krijgen.
Maar er is nog een variant op dat Latijnse gezegde: ‘Als je vrede wilt, moet je oorlog kennen’. Ook die zinspreuk, bedacht door de Franse socioloog Gaston Bouthoul, moet in Europa worden afgestoft. Meerdere conflicten omringen en bedreigen het continent. Je voorbereiden op oorlog is één ding, vond Bouthoul, maar begrijpen wat het is verdient evengoed aandacht. Waarom gaan groepen mensen geweld tegen elkaar gebruiken? Nu Europa militair meer betrokken raakt in Oekraïne en deze week zelfs in Parijs overlegde over een Europese troepenmacht, is die vraag zeer actueel.
Bouthoul werd in 1896 in Monastir geboren, in het toenmalige Franse protectoraat Tunesië. Hij studeerde rechten, economie en sociologie. Hij maakte twee wereldoorlogen mee. De vernietigingskampen en de atoombom op Hiroshima bleven hem achtervolgen. Hoe kon dit gebeuren? Hoe kon je het voorkomen? Daarom bedacht hij de polemologie, oftewel de studie van oorlog – naar het Griekse polemos, oorlog of gewapende strijd, en logos, leer. Hij richtte het Institut Français de Polémologie op en schreef artikelen en boeken, waaronder Traité de polémologie (1973).
Mensen hebben altijd oorlog gevoerd, redeneerde Bouthoul, wereldwijd. Het is iets constants, iets latents dat er onder bepaalde omstandigheden (demografisch, economisch, cultureel, antropologisch, enzovoort) altijd uit kan komen. Hij bestudeerde alle mogelijke invalshoeken, van het ‘zondebokcomplex’ tot en met fake news en het gedrag van ‘sociale’ insecten. Bouthoul was gefascineerd door demografische factoren, waaronder de beschikbaarheid van grote aantallen jonge werkloze mannen. „Als de Atheense democratie oorlogszuchtig was”, schreef hij, „kwam dat door het stijgende aantal arme burgers. Omdat zij politieke rechten hadden, drongen ze aan op herbewapening, in de hoop tijdens vijandelijkheden van een wedde te kunnen leven.” Na de oorlog ebde die „demo-economische” druk weer weg.
Dit speelde een rol in de Vietnamoorlog. Noord-Vietnam kon jonge werklozen van het platteland inzetten, en de oorlog gaande houden. De Amerikaanse samenleving was ouder, meer verstedelijkt en minder bereid om de oorlog vol te houden. Elke terugkerende lijkenzak was een morele en politieke mokerslag. Dit verschil in sociale structuren verklaarde mede waarom Amerika met al zijn technologische overwicht Noord-Vietnam niet de baas kon. Ook Rusland heeft ritsen jonge mannen om in de gehaktmolen te gooien – veel meer dan Oekraïne. Die mannen tekenen voor het leger niet omdat ze willen vechten, maar vanwege het salaris.
Het weekblad Die Zeit beschreef dit fenomeen laatst in een Russische provinciestad. Er is amper werk, velen wonen in houten huisjes zonder stroom. Als je tekent voor het leger, krijg je 25.000 euro startgeld en maandelijks 2.000 euro. Als je sneuvelt, krijgt je familie 30.000 euro. Je kinderen gaan gratis naar de crèche of universiteit. De gemiddelde Rus verdient 710 euro per maand. Talloze jonge vrouwen sluiten daarom een deal met de dood en trouwen met mannen die naar het front gaan. Onlangs ging er een video viraal waarin een zekere Anastasia vertelt hoe het werkt: je kersverse man „gaat naar het front, ik zet mijn beide kinderen op zijn naam en krijg 50.000 euro premie. En dan sneuvelt hij…” – ze heeft moeite om haar lachen in te houden – „en koop ik misschien een huis, snap je”.
Zulke verhalen hadden Gaston Bouthoul niet verbaasd. Geen wonder dat je, nu Europeanen weer moeten nadenken over oorlog en vrede, soms weer iemand hoort verwijzen naar zijn werk. De laatste herdruk van Traité de polémologie dateert van 1991. Tweedehands is het nog te krijgen, voor exorbitante prijzen, met een wikkel waarop staat: ‘Het standaardwerk om oorlog te begrijpen’. Daar is geen woord van gelogen.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC