Terwijl de wereld nog nauwelijks is bekomen van de vorige pandemie, zijn artsen en onderzoekers aan het oefenen voor de volgende. Met een variant van ebola bijvoorbeeld. En vooral: met een OMT dat meer rekening houdt met de mens achter de ziektecijfers.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Het begon als een stevige buikgriep. Koorts, braken, diarree. Vast iets verkeerds gegeten op dat Afrika-festival in Duitsland, waar ik laatst was, dacht de patiënt uit Almere nog. Maar toen kregen zijn 9-jarige dochter en huisarts de klachten ook. Die waren er in Duitsland niet bij. Het was de huisarts die geschrokken het RIVM alarmeerde.
Een bloedtest bevestigde wat artsen al vreesden. Het was die nieuwe, nog onbekende ziekteverwekker, die de laatste weken overal in het nieuws was. Opgedoken in de Oegandese hoofdstad Kampala. Een griezelige, ebola-achtige ziekte, met hoge koorts, diarree, braken en soms bloedingen, via de darmen of uit de neus. Vijf dagen eerder was er voor het eerst een Europeaan aan de nieuwe ziekte overleden, een 43-jarige Duitser.
En nu hadden de Almeerders de ziekte ook. Dit was in elk geval een ‘filovirus’, wisten virologen al, een familie virussen waartoe ook ebola en de beruchte bloederkoorts marburg behoren. En dan nu hier, in Almere? Vliegende ebola? Doe iets, wetenschap. Of eigenlijk: vertel ons wat we nu moeten doen.
Dat leidde tot de nodige discussie, vertelt Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie in Amsterdam. De medische adviseurs wilden de school van de dochter dicht, om in elk geval beter te kunnen onderzoeken wat er gaande was. Gedragswetenschappers zoals Van den Putte aarzelden. ‘Wij vroegen ons af: geeft dat niet onnodig veel onrust?’, zegt hij. ‘Je wilt voorkomen dat ouders in heel andere delen van het land zo in paniek raken dat ze ook hun kinderen thuishouden.’
De gedragswetenschappers zat nog iets dwars. Het Almeerse gezin waar de ziekte toesloeg, had een Afrikaanse achtergrond. En op het Afrika-festival in Duitsland had de vader illegaal bushmeat gegeten, biechtte hij op tegen de GGD. Thuis had hij het apenvlees gedeeld met zijn gezin, en zelfs de kat – waarna de kat overleed. Belangrijke informatie, wist iedereen. ‘Maar zoiets kan ook snel tot stigmatisering leiden’, vertelt sociaal-wetenschapper Charlotte Waltz (Erasmus Universiteit). ‘Net zoals er in het begin van de coronapandemie stigmatisering ontstond van mensen uit China.’
In het deskundigenadvies aan het ministerie moest dat allemaal terugkomen. Natuurlijk luidde het advies: isoleer patiënten, spoor mensen op met wie ze mogelijk contact hebben gehad, breng die in quarantaine en onderzoek intussen hoe het virus van mens tot mens gaat. Maar in het expertadvies aan Den Haag stond nóg iets. Een kant van de zaak die tijdens de coronacrisis soms onderbelicht bleef – die menselijke kant, áchter de cijfers.
Pas op dat ouders niet onnodig in paniek raken. Áls je de school in Almere even sluit, leg dan duidelijk uit dat het tijdelijk is en nodig voor het onderzoek. Open een anoniem inleverpunt voor bushmeat. Benoem welk gedrág risicovol is en vermijd zo dat je gaat wijzen naar groepen. ‘Het komt van het Afrika-festival’, ‘het gaat rond onder migranten’: niet doen. En zo ongeveer kwam het er dan ook te staan, in het wetenschappelijke advies aan het ministerie.
Een outbreak management team (OMT) dat verder kijkt dan alleen de kille, medische cijfers. Dat ook adviseert over sluimerende sentimenten, of nadenkt over hoe mensen wellicht zullen reageren op eventuele maatregelen. Tijdens de coronapandemie werd dat een heet hangijzer, zeker toen de eerste ziektegolf wegebde en de onvrede over de beperkende maatregelen toenam.
Ineens bleek het OMT van Jaap van Dissel een best stugge, technische club, die weinig oog had voor de menselijke maat. Onvrede, verzet, dat mensen het weleens heel akelig zouden kunnen gaan vinden om niet langs te mogen bij ouderen, of zouden lijden onder het thuisonderwijs: het OMT was er domweg niet voor gemaakt.
In de samenleving stonden diverse denktanks op die hun eigen kijk op de zaak gingen geven, van het Red Team dat meer aandacht eiste voor de menselijke maat, tot de economenclub Herstel-NL die de economie weer wilde openen. Er kwam wel een ‘gedragsunit’ van sociaal-wetenschappers die een ‘reflectie’ mochten geven op de officiële OMT-adviezen. En uit de gremia van de diverse Haagse sociale en economische adviesraden verrees een ‘Maatschappelijk Impact Team’ (MIT), als tegenhanger van het puur biomedische OMT.
Maar echt lekker liep het allemaal niet. Kan dat niet anders? Ziedaar de inzet van de neppandemieën die het Rotterdams-Delftse centrum voor onderzoek naar pandemische paraatheid PDPC afgelopen tijd voorlegde aan verschillende groepjes experts en wetenschappers, uit verschillende disciplines. Met als opdracht: wat zouden jullie adviseren? Als medici, als sociaal-wetenschappers, of sámen?
‘We spelen eigenlijk MIT’tje en OMT’tje’, vertelt Van den Putte, die zelf aan de simulaties deelnam als MIT’er. ‘Eerst geven we de adviezen apart. En in de middag worden we samengevoegd, om te komen tot een gezamenlijk, integraal advies.’
Een pandemische simulatie. Een oefening. Onwillekeurig denk je al snel aan een verduisterde situation room, in een bunker ergens onder de grond, met metershoge beeldschermen aan de muren. Een soort wetenschappelijke escaperoom. ‘Maar we zaten gewoon in Utrecht, bij zo’n eventlocatie’, vertelt Femke Overbosch (PDPC), een van de artsen die de simulaties mede organiseerde. ‘In een zaaltje met stoelen en een groot scherm waarop we het scenario uitlegden.’
‘FICTIEF’, staat er in hoofdletters boven de griezelig echt ogende grafieken, cijfers en overzichtsstaatjes waarmee de deelnemers werden gevoed. ‘We zijn wel te rade gegaan bij een aantal experts: wat zou een reëel scenario kunnen zijn?’, zegt Jeanette de Boer, een van de bedenkers. ‘Deelnemers moeten wel het gevoel hebben: dit zou kunnen gebeuren.’
Een nieuwe, zich makkelijker verspreidende variant van ebola is zo’n gevaar. Al jaren staan filovirussen hoog op de lijstjes van mogelijk nieuwe dreigingen waartegen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt. Zo worden filo-uitbraken in Afrika gaandeweg groter, frequenter en grilliger, en zijn er tekenen dat ebola zich zelfs al een beetje kan verplaatsen door de lucht, via speeksel.
Verontrustende mogelijkheid: wat zou er gebeuren als een zo’n ebola-achtig virus zich écht wereldwijd verspreidt?
In Almere woedt de door De Boer en Overbosch uitgedachte pandemie door. Het is drie weken later in de simulatie – en bijeenkomst nummer twee, in het Utrechtse zalencentrum – en in steeds meer landen waart de nieuwe ziekte rond. In Genève roept de WHO een internationale noodsituatie uit. Eindelijk krijgt het nieuwe filovirus een naam: mebov, ofwel ‘mild ebola-like virus’.
Het is dus echt een horrorziekte, zoveel is na 627 besmettingen, verspreid over het land, wel duidelijk. Een soort akelige buikgriep voor de meeste mensen. Maar met enige regelmaat draaft de ziekte door en beginnen patiënten te ijlen en te bloeden. Artsen staan vrijwel machteloos. De vaccins en middelen die men normaal gesproken inzet tegen ebola, lijken tegen mebov weinig uit te halen.
De Almeerse patiënten bij wie het allemaal begon, lijken gelukkig goed te herstellen. Maar dat geldt niet voor iedereen. Acht Nederlandse patiënten, allemaal ouderen, zijn overleden. De isolatieruimtes in het ziekenhuis zijn vol, zelfs in het ‘calamiteitenziekenhuis’ dat voor dit soort gebeurtenissen is ingericht, is haast geen plek meer vrij. En duidelijk is dat het virus zich niet verspreidt via voedsel, maar via mensen. Vooral door aanraking: zweet, bloed, ontlasting, speeksel, seks. En via katten, een ongemakkelijke bijkomstigheid.
Het is een cruciaal kantelpunt. Het virus begint iets te vertonen dat exponentiële groei heet: niet gestaag elke paar dagen hetzelfde aantal patiënten erbij, maar steeds meer, als een konijnenplaag. Wetenschap: wat nu?
In het zaaltje ‘ontstonden stevige discussies’, herinnert Anja Schreijer zich, directeur van het PDPC en tijdens corona zelf lid van het OMT. ‘Dit zijn de momenten waarop er echt uitwisseling plaatsvond in die groepen.’ Zo bleken sociaal-wetenschappers niet altijd goed te snappen dat exponentiële groei betekent dat je al volop moet ingrijpen als er op het oog nog weinig aan de hand is. ‘De biomedici zeiden: we hebben misschien maar één kans om dit nog te bedwingen’, vertelt Overbosch. ‘Laten we die grijpen, nu het nog kan.’
De gedragswetenschappers aarzelden. Die wezen erop hoe problemen zich ook voor ménsen exponentieel kunnen vermenigvuldigen, vertelt Waltz. ‘Als je een puur biomedische focus hebt, kun je onderschatten wat het met het welbevinden doet als je én een doodziek familielid hebt, én de kinderen niet naar school kunnen, én je moet thuiswerken.’
Waar het OMT van Jaap van Dissel tijdens de coronapandemie nog kwam met het dringende advies om toch echt in lockdown te gaan, vlug, kwam het experimentele OMT in Utrecht met een heel ander soort advies. ‘Er werd een aantal opties gegeven’, zegt Overbosch. ‘Je kunt besluiten het níét te doen, maar dan zijn dit-en-dat de consequenties. In elk geval vinden we déze maatregelen het allerbelangrijkst.’
Daarop volgde een gradatie van te nemen maatregelen, in volgorde van belangrijkheid. Alweer een verschil met de complete, alles-of-nietspakketten van maatregelen die het OMT in de coronaperiode voorlegde.
Als u misschien in contact bent geweest met een mebov-patiënt: ga drie weken in thuisquarantaine, luidde het advies dat men het cruciaalst achtte. ‘Raak mensen niet aan, dat was ook heel belangrijk’, vertelt Overbosch. Zorg voor vaste zitplekken bij evenementen, luidde een ander advies. ‘En houd de kat thuis’, zegt Schreijer.
Wacht even. Hééft het land daar wel wat aan, aan zo’n keuzemenu, in het heetst van de strijd? Toch wel, bleek toen de onderzoekers hun adviezen voorlegden aan echte ambtenaren van het ministerie. ‘Het werd juist erg gewaardeerd’, vertelt Bart Blokland, een van de onderzoekers achter de simulatie. ‘Het besluit moet uiteindelijk worden genomen door de minister. Dus heeft men liever een breed pakket voorstellen dan een simpele keuze: containment van het virus, of niet.’
Van den Putte ziet dat zó: ‘Er zijn bij zo’n beslissing allerlei belangen, waarden en rechten in het geding. Het recht op gezondheid, maar ook het recht op vrijheid, het recht op onderwijs of het recht op mentaal welzijn. Daartussen zul je in zo’n situaties keuzen moeten maken. En ik denk dat het beter is als die keuzen door de verantwoordelijke politici worden gemaakt. Het heeft eigenlijk iets geks als de wetenschap deze knopen doorhakt.’
Eind november is het, haast vier maanden nadat de ziekte genaamd mebov voor het eerst in Nederland was opgedoken. De samenleving begint moegestreden te raken. Al maanden zitten de mensen thuis, met de kinderen (en de kat). Een slordige 280 duizend Nederlanders hebben een mebov-infectie gehad. Haast zevenduizend mensen zijn eraan overleden.
Anders dan bij corona spaart mebov jongeren niet. Van de overleden patiënten is haast een derde onder de 60 jaar. Meer dan honderd kinderen zijn al overleden, plus nog eens 541 tieners, twintigers en begin-dertigers. Een afgrijselijke dood. En de ziekenhuizen liggen nog vol, met ruim tweeënhalf duizend mebov-patiënten.
Toch gloort er ook hoop. Een vaccin is in aantocht, de eerste proeven laten veelbelovende resultaten zien. Nog even volhouden dus. Maar hóé? Op straat is het al tot demonstraties gekomen tegen de mebov-maatregelen, met rellen en geweld.
Vooral de eindeloze, wekenlange quarantaines die men na elk contact met een patiënt moet doorstaan, komen veel mensen de keel uit. De economie kraakt. Jongeren en mensen die toch al alleen zijn, lijden onder de eenzaamheid van het thuiszitten. Kattenbezitters morren, dierenartsen klagen dat het voor buitenkatten helemaal niet goed is, al dat plotse binnenzitten.
Ziedaar de inzet van oefenronde nummer drie rond de mebov-uitbraak. ‘Het werd een heel mooie discussie’, zegt Overbosch, enkele dagen na de oefenronde. Want, opvallend: terwijl de medici zich hardop afvroegen wat ze aan maatregelen konden versoepelen, waren het ditmaal juist de meer sociaal-maatschappelijk ingestelde wetenschappers die ernaar neigden om de maatregelen nog even intact te houden, zo op het einde van de nachtmerrie.
‘Als je de maatregelen loslaat, gaat iedereen elkaar weer besmetten’, vertelt Van den Putte. ‘Maar tot mijn niet geringe verbazing adviseerde het medische OMT: doe de scholen weer open. Ze hadden uitgerekend dat het R-getal van het virus (een maat voor de verspreidingssnelheid, red.) dan naar 0,7 zou gaan, en redeneerden: dat kan nog wel.’
De sociaal-wetenschappers zagen het anders. ‘Dat scholen dichthouden ontwrichtend is, staat natuurlijk buiten kijf’, zegt Van den Putte. ‘Maar als je de school opent en kinderen gaan dood, heeft dat ook mentale gevolgen.’
Intussen laaide in het adviesteam nieuwe stijl nog een discussie op: over de thuisquarantaines. Die zijn lang, omdat filovirussen nu eenmaal een lange incubatietijd hebben. ‘Je kreeg de discussie: als een maatregel effectief is maar mensen houden zich er niet aan, dan heb je er alsnog weinig aan’, vertelt Blokland. Uiteindelijk kwam men met het idee: misschien moeten mensen de mogelijkheid krijgen hun quarantaine uit te zitten in een hotel, met eten en verzorging, en de mogelijkheid wat aan sport te doen.
Nog zo’n punt: het bezoek, bijvoorbeeld aan ouderen of ziekenhuispatiënten. ‘Dat is iets waarvan we weten dat het mensen heel erg beïnvloedt, en kwam eruit als een van de versoepelingen die je met prioriteit zou willen uitvoeren’, zegt Waltz.
Het is een jaar later. Onderhand heeft iedereen wel immuniteit tegen het nieuwe virus, door vaccinatie of de ziekte zelf. De mebov-crisis is zo ongeveer voorbij. Al blijft de nachtmerrieachtige herinnering veel mensen achtervolgen en zijn er nog geregeld nieuwe ernstige ziektegevallen. Weg is het virus nog niet.
Of tenminste: zo mag je aannemen dat het afloopt. Een afgerond einde heeft het ebolascenario dat De Boer en haar collega’s uitdokterden immers niet – niet meer nodig, voor de oefening. Komende maanden en jaren staan er meer en andere oefeningen op stapel, onder meer van het RIVM en de betrokken ministeries. Zelf sleepte het PDPC net een grote subsidie binnen voor vervolgonderzoek naar de nieuwe advisering.
‘Een eerste conclusie is al wel: je kunt niet in je silo blijven, langs elkaar heen praten en blijven komen met compleet van elkaar gescheiden adviezen’, zegt PDPC-directeur Schreijer. Zeker: mocht een ‘milde’ ebolavariant Nederland bereiken en zich exponentieel gaan verspreiden, dan zullen de maatregelen ertegen opnieuw drastisch zijn en ontwrichtend. Maar een ‘geïntegreerd’ advies, zoals dat in managementjargon heet, zal als het goed is toch ook leiden tot minder brute, technocratische bijeffecten.
‘Mensen in eenzaamheid laten doodgaan, dat moeten we niet meer doen’, zegt Van den Putte, verwijzend naar de strenge beperkingen in de verpleeghuizen en op de covidafdelingen. ‘Uiteindelijk zijn we allemaal bezig met de kwaliteit van leven. Dat kan erop uitdraaien dat je soms wat meer risico neemt, om een ánder meer kwaliteit van leven te bieden. Je wilt niet meer hebben dat je helemaal verpakt in plastic afscheid moet nemen van je moeder of opa. Ik denk dat daar nu veel meer bewustzijn van is.’
Wordt vervolgd, het onderzoek loopt nog, de plussen en minnen moeten nog blijken, benadrukken alle betrokkenen. En dan nog zal het een heel gedoe zijn om een nieuwe vorm van advisering zwart op wit vast te leggen in het traag voortkabbelende Haagse procedurele landschap. Maar dat het aardig lukt om een virtuele pandemie van ebola te beteugelen, geeft vertrouwen, vindt iedereen die je ernaar vraagt.
‘De structuur is nu nog zoals-ie is’, zegt Schreijer. ‘Maar aan de andere kant kun je ook zeggen: we gaan dit gewoon doen. Wat is erop tegen?’
//
Dit artikel kwam tot stand op basis van de ruwe simulatiematerialen en gesprekken met betrokkenen. Om de simulatie niet te beïnvloeden, mocht de Volkskrant niet aanwezig zijn bij de oefening.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant